Het kón niet, maar nu gebeurt het toch

Hij wilde alleen de muren van de slaapkamer met leem bedekken, voor het milieu en de vochthuishouding.

Tot iemand zei dat je er een heel huis van kunt bouwen.

Ken je de chaostheorie? En het klassieke voorbeeld dat erbij hoort? Een vlinder in China klapwiekt met zijn vleugels en door allerlei toevallige gebeurtenissen veroorzaakt hij daarmee een orkaan in de VS.

Paul Hendriksen (42) uit Deventer vergelijkt zijn ‘aardehuizenproject’ met dat vlindervoorbeeld: kleine oorzaken kunnen soms grote gevolgen hebben. Een jaar of zes geleden kwam een vriend bij hem en zijn vriendin langs, precies toen zij bezig waren om de muren van hun slaapkamer met leem te bedekken – leem is milieuvriendelijk en staat bekend om de goede vochthuishouding. Die vriend tipte: in de VS bouwen mensen complete huizen van het duurzame leem. Kijk eens op die website over earthships, zoals die huizen heten, zei hij.

Paul Hendriksen en zijn vriendin bekeken de site en sliepen die hele nacht niet, vertelt hij. „We bleven plaatjes kijken. Wat een mooi idee! En hoe werkt het dan precies, en zouden we dat hier in Nederland ook kunnen?”

Hendriksen verzamelde bekenden die zo’n huis ook wel wat leek en die kenden weer andere geïnteresseerden. En nu staat hij als voorzitter van de Vereniging Aardehuis Oost Nederland bij een maïsveld in Olst, ongeveer 10 kilometer boven Deventer. In mei 2011 begint daar de bouw van een wijk met 23 duurzame huizen. In zijn werk is Hendriksen ook altijd al met dit soort kwesties bezig: hij heeft sinds een paar jaar een eigen adviesbureau over duurzame ontwikkeling.

De toekomstige bewoners gaan die ‘aardehuizen’ zelf bouwen, met hulp van ruim vijfhonderd vrijwilligers. Ze gebruiken natuurlijk materiaal dat ze ter plekke aantreffen, zoals zand en klei, en verder herbruikbare materialen: autobanden en flessen. Er bestaan nu wereldwijd ruim duizend earthships, en in de VS zijn ook twee aardehuisdorpen, vertelt Hendriksen. „Maar die zijn organisch gegroeid, wij bouwen als eerste in één keer een woongemeenschap. Uniek in de wereld.”

De manier waarop de vereniging in Olst is terechtgekomen, past binnen de chaostheorie.

Aanvankelijk zocht de ‘kerngroep’, zoals Hendriksen het groepje mensen noemt dat daadwerkelijk van plan is om in de wijk te gaan wonen, een locatie binnen de gemeente Deventer. Dat lukte niet – de gemeente was niet enthousiast. Maar één van de leden van de vereniging is niet alleen leraar maatschappijleer, maar ook yogaleraar. En één van zijn leerlingen bleek de wethouder ruimtelijke ordening van de gemeente Olst-Wijhe, met wie hij aan de praat raakte over het aardehuisplan. Nu was het de beurt van die wethouder om de slaap niet te kunnen vatten. Rond half twaalf ’s avonds belde ze haar yogaleraar op: „Hoeveel hectare grond hebben jullie eigenlijk nodig?” De zoektocht naar een vrije plek kon beginnen.

Tot zover de chaos. Want al hangt veel van toevalligheden aan elkaar, het aardehuizenproject is voor een groot deel juist heel bewust uitgevoerd. Hendriksen: „Dat moet ook, dit project kost zeker 4,7 miljoen euro. Bewoners steken hun eigen geld hierin, dan moet je het ook serieus aanpakken.” De vereniging betrok een adviseur voor particulier opdrachtgeverschap en vroeg subsidie aan bij de provincie voor een haalbaarheidsstudie. De TU Delft en de Universiteit Twente werkten mee.

Zo’n onderzoek was nodig, vooral vanwege praktische problemen. In Nederland staat „bijna alles” de bouw van een aardehuis in de weg, lacht Hendriksen. „Voor de Nederlandse wet bestaat het niet dat je een huis bouwt met afvalmaterialen. Het staat gewoon niet als bouwmateriaal in de wet. Of, neem de verordening dat elke nieuwbouw een aansluiting op het riool moet hebben – daar moet je ook weer een ontheffing voor aanvragen.”

Al die aanvragen, al die overleggen met gemeenteambtenaren, Hendriksen is er inmiddels aan gewend. Ja, zegt hij, iedere instantie moet nu eenmaal zijn plasje over het plan doen. „Ik geef geregeld presentaties over onze plannen, ook voor ambtenaren. Het is mooi om te zien dat bij de één de ogen gaan glimmen; ah, dit mag eigenlijk niet, dat is interessant. De ander krijgt juist een zurige blik – is dit wel volgens de regels? ‘Nee, het mag niet. Maar als jullie het goedvinden, mag het wél’, zeg ik dan. En als dat lukt, dat geeft een kick.”

Hendriksen vertelt dat hij met zijn vereniging voor het beginnersgeluk is gegaan, en tot nu toe is dat aardig gelukt. „We hebben de vaart erin weten te houden. Vergelijkbare projecten doen er tien jaar over om van droomfase tot realisatie te komen. Als alles goed gaat, wordt dat bij ons korter.”

Fundamentele twijfels heeft Hendriksen nooit gehad, misschien doordat de praktische problemen tot nu toe meevallen. Het moeilijkst vindt hij de momenten waarop potentiële bewoners afvallen. In het begin, wat Hendriksen de ‘droomfase’ noemt, vijf jaar geleden, trok het idee zowel dromers als doeners, vertelt hij. Van de dromers die ook wat doenerigs in zich hadden, daarvan is een deel gebleven. „Het duurde sommige mensen te lang voor er duidelijke plannen lagen. Anderen vonden het juist te concreet, te spannend worden. Weer anderen wilden niet in Olst wonen.”

Vorig jaar had de kerngroep ineens nog maar negen huishoudens over. Vanuit de wachtlijst kwamen er mensen bij. Heel bewust koos Hendriksen voor zo’n kerngroep, die op bepaalde momenten wordt aangevuld: „Als je voortdurend nieuwe aanwas hebt, kom je in een soort cirkel waarin je steeds opnieuw je besluiten moet afwegen, waarin steeds opnieuw ruimte voor discussie is. Dan blijf je zwemmen. Dat wilden we niet.” Momenteel is er nog plek voor vijf huishoudens.

Paul Hendriksen vertelt over nog een weloverwogen keuze: in de wijk komt een bezoekerscentrum. De eerste aardehuiswijk ter wereld trekt veel aandacht, verwacht hij. „Dat is ook een deel van onze missie: laten zien dat je met eenvoudige middelen, uit de natuur en gebruikte materialen, zélf een woning kunt bouwen.”

Maar heel Nederland dat teruggaat naar een huis van aarde? Nee. „Ik zeg altijd vooruitgaan, in plaats van terug. Natuurlijk is het mooi als ons idee navolging krijgt, maar ik zie het land niet zo snel veranderen in een tuindorp. Al zou het wel kunnen, als je de weilanden afschaft, en je kunt dan ook de flats in de Bijlmer slopen.”

Als de eerste autoband de grond in gaat, volgend jaar, nodigt Paul Hendriksen hoe dan ook die ene vriend uit, die zijn vriendin en hem in 2005 tipte om op de website van aardehuizen te kijken. En hij wil ook vragen of zijn vriend nog weet van wie híj die tip kreeg. „Diegene heeft waarschijnlijk geen idee wat hij met zijn terloopse opmerking teweeg heeft gebracht. Dat vind ik een geweldige gedachte.”