Het explosieve erfgoed van Solidariteit

Over het verleden maakten de Polen altijd al ruzie. Sinds de dood van president Lech Kaczynski bij een vliegtuigongeluk in april is dat alleen maar erger geworden.

Hij noemt Lech Walesa, omdat het niet anders kan, omdat de voormalige leider van vakbond Solidariteit (Solidarnosc) en latere president niet uit de Poolse geschiedenis is weg te denken, omdat toeristen nu eenmaal alles willen weten over zijn beroemde landgenoot. Maar van harte gaat het niet. „Ik ben, zacht gezegd, geen fan van Walesa”, zegt Pawel Zienczuk (70).

Een leven lang werkte Zienczuk op de scheepswerf van Gdansk, waar dertig jaar geleden de bijl werd gezet aan de wortel van het communisme. Nu leidt hij in een oude stadsbus, een knakworst op wielen, toeristen rond langs de plekken waar het in 1980 allemaal gebeurde: de staking tegen het regime, de onderhandelingen die volgden en de legalisering van Solidariteit. Polen herdenkt die ‘Gdansk-akkoorden’ dit weekeinde, maar anders dan vijf jaar geleden zonder enthousiasme. In 2005 gaf de Franse synthesizergod Jean-Michel Jarre een megashow en werd Walesa als feestvarken rondgedragen. Dit jaar wordt de herdenking overschaduwd door het vliegtuigongeluk van de Poolse president Lech Kaczynski. Zijn dood, in april, heeft oude frustraties nieuw leven in geblazen.

„De strijd om de vrijheid hebben we gewonnen”, zegt Zienczuk, terwijl de bus langs roestige hallen trekt. „Maar die om de werf is verloren. Vroeger werkten hier 15.000 arbeiders, nu 1.000. De kranen wenen. Walesa moet zich schamen.” Over Kaczynski, die zich altijd graag opwierp als beschermer van de werven, geen kwaad woord. „God hebbe zijn ziel”, zegt Zienczuk telkens als zijn naam valt.

Voor kunstenaar Grzegorz Klaman is de heldenstatus van Walesa evident. „Over Polen weten buitenlanders doorgaans niet veel, maar Walesa kennen ze”, zegt hij. „Hij is ons grootste exportproduct, zoals Václav Havel voor Tsjechië.” Kaczynski vindt hij een opportunist, die politiek munt sloeg uit het lot van de havenarbeiders, een tragisch, maar onvermijdelijk lot, want schepen bouwen kunnen de Chinezen goedkoper.

Toch is het Klaman (51) die Zienczuk een podium heeft verschaft. Het busritje op de scheepswerf is zijn geesteskind. Voor omgerekend 2,50 euro kunnen toeristen instappen, met elke dag een andere ex-havenarbeider als gids. Wie Zienczuk treft, hoort een klaagzang, maar op andere dagen worden de verdiensten van Walesa juist geroemd. Klaman noemt zijn project ‘De Subjectieve Buslijn’.

De rook spuwende knakworst houdt stil bij een met struiken overgroeid muurtje, waar Walesa heimelijk overheen sprong om de staking te leiden. Door de voordeur kon hij niet – daar wachtte de communistische geheime politie (SB) hem op. „Ik heb zelf niet gezien dat hij over die muur sprong”, zegt Zienczuk. „En volgens geruchten was het juist de SB die hem naar binnen hielp.”

Walesa als collaborateur. Het is een oude, nooit bewezen mythe, waar aanhangers van Kaczynski heilig in geloven. Zoals ze ook geloven dat de communisten na de val van hun dictatuur oppermachtig zijn gebleven en dat de vrijheid na 1989 eigenlijk een broodje aap was, geserveerd door Walesa en de SB. Kaczynski won in 2005 de presidentsverkiezingen met zulke complottheorieën.

Idiote verhalen, vindt Klaman, waarmee Polen zichzelf benadeelt. „De Duitsers hebben van de val van de Muur een sterk symbool gemaakt, wij maken alleen ruzie.” Door al die vetes is de scheepswerf ook nooit ontsloten voor toeristen. De Subjectieve Buslijn is een uitzondering. „Ik ben echt geen genie”, zegt de kunstenaar. „Deze plek zou zelfs met oogkleppen op moeten fascineren.”

Wat zijn landgenoten niet zien, zien Deense en Amerikaanse projectontwikkelaars wel. Zij willen op het terrein aan de scheepswerf, een toplocatie in hartje Gdansk, een winkelcentrum en appartementen bouwen. Klaman juicht dat toe, maar het gemak waarmee historische panden en hallen worden gesloopt verontrust hem. „Ik heb al twee gebouwen, in ieder geval tijdelijk, gered.”

In de rammelende knakworst haalt Zienczuk een grote medaille tevoorschijn. Gekregen van Kaczynski. „Toen Walesa president was, konden we fluiten naar erkenning”, zegt de oude havenarbeider. „Maar president Kaczynski, God hebbe zijn ziel, is ons niet vergeten.”

Het erfgoed van Solidariteit is hoogexplosief. Toen Klaman tien jaar geleden op de scheepswerf meewerkte aan een expositie over de vakbond (De Weg naar de Vrijheid) kreeg hij de wind van voren. Volgens criticasters had hij de rol van de kerk, die Solidariteit steunde, in zijn werk onderbelicht. De tentoonstelling werd verbannen, naar een plek buiten de werf.

Klaman vreest juist dat de geschiedenis onder invloed van conservatieve politici onder een dikke saus van patriottisme en katholicisme aan het verdwijnen is. Herdenkingsterreur, noemt hij dat. „Polen is vrij, maar het is ook een land waar kunstenaars geregeld worden vervolgd omdat ze kritiek leveren op de kerk”, zegt de kunstenaar. „Zo bezien is de strijd nog niet voorbij.”

Eerder dit jaar voegde Klaman een halte aan zijn lijn toe: de vroegere werkplaats van Walesa, waar nog nooit iemand naar had omgekeken. Bij binnenkomst draait een korte film. „Ik heb een groot hart en een klein beetje verstand”, zegt Walesa in augustus 1980 tegen de menigte voor de werfpoort, vlak voordat hij met de communisten gaat onderhandelen. „Ik kan alleen maar hopen dat jullie mij mijn fouten vergeven.”

Zienczuk gromt en jaagt iedereen weer snel de bus in.