Hennepthee smaakt gewoon naar munt

Deze zomer duikt nrc.next in het verenigingsleven.

Vandaag: de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod (VOC), een vereniging in oprichting.

De Oudezijds Achterburgwal. Je hebt mensen die bij het horen van die straatnaam meteen de hoerenbuurt voor zich zien, en je hebt er die slechts denken aan de Universiteit van Amsterdam. Ik ben een braaf Belgje, en nu Google Maps me steeds dieper de rosse buurt in drijft, schrik ik. Had ik mijn zonnebril maar op! Zie me hier lopen als een verdwaald kieken, met mijn laptoptas schijterig tegen me aan geklemd!

Op nummer 122 zit The Club. ‘Real fucking live show’, in rode reclameletters. En voor de French kissers onder ons: ‘Baiser surscène’. Pal daarnaast zetelt het Cannabis College. Hier geen silhouet van verstrengelde lijven, maar een brave tekening van een wietblaadje. Ik haast me de treetjes op. Laat de voorbijgangers maar denken dat ik razend benieuwd ben naar de Cannabis Garden Inside, zoals op de gevel staat te lezen – ik vind het best en duik naar binnen.

Daar ruikt het niet echt naar wiet. Het Cannabis College lijkt er vooral op gebrand te laten zien wat er nog méér met hennep wordt gedaan. Geen plakjes bijzonder gebak op tafel, geen asbakken vol verdacht riekende peuken.

Was geinig geweest, maar ook wel erg makkelijk.

De zeven aanwezige leden van de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod (VOC) zitten keurig aan de koffie. De man die zich fronsend over een oude laptop heeft gebogen, lijkt me – ik weet niet, hoor – een beetje saai. De meneer naast hem heeft wat weg van mijn bejaarde buurman. Gestreken overhemd, goudomrand brilletje.

Ik bespeur een zekere ontgoocheling bij mezelf. Oké, ficken auf der Bühne gaat me te ver, maar een béétje schwung had ik wel verwacht. Zeker nadat ik de fotografen hoorde praten over de spacecake en de joints die tijdens de fotoshoot voor dit artikel in Eindhoven gretig aftrek vonden.

Maar kom, de middag is nog jong.

Ik schuif aan. Op tafel liggen geplastificeerde informatiesheets van de Bond van Cannabisdetaillisten. Door cannabis verandert je concentratievermogen, lees ik.

De vergadering wordt geopend en bijna meteen moet ik constateren dat het concentratievermogen evenzeer verandert door te praten over cannabis, met alle politieke haken en ogen van dien. Man, wat is dit sáái!

Er moet een persbericht worden verstuurd, begrijp ik. Waarover ontgaat me. „Het heeft pas zin als het in de media komt”, zegt de man met de laptop. De vrouw aan de andere kant van de tafel kijkt me aan en vraagt of ik hen daar niet mee kan helpen.

Nee, zeg ik.

Of iedereen dat stuk in The Guardian heeft gelezen, vraagt de meneer. En het stuk in Het Parool? O ja, het stuk in Het Parool. „Het zou mooi zijn als de Volkskrant dit op de voorpagina aankondigt”, zegt een man met halflang haar. Op z’n shirt zit een button: ‘Freedom to farm’.

Tegen de muur van het Cannabis College staan balen hennepstrooisel, ‘voor kleinere huisdieren’. Ik moet me ervan weerhouden het strooisel nader te onderzoeken.

Dit gaat niet goed. Dit gaat écht niet goed. Ik grijp in: graag een voorstelrondje. Namen en leeftijden noteren, voor enige houvast.

De man met de laptop blijkt Joep Oomen (48) te heten en als voorzitter te fungeren. Dat betekent niet dat hij ook daadwerkelijk voorzitter is. „Want”, doceert een andere meneer, zijnde gepensioneerd psychiater Freek Polak (68), „wij zijn geen vereniging.”

Geen vereniging. Dat zal de redactie leuk vinden.

„Nee, wij zijn een vereniging in oprichting”, zegt de man met de button, de in cannabis gespecialiseerde journalist Derrick Bergman (39), „maar echt opgericht worden we waarschijnlijk nooit.”

Ah.

Ik krijg hennepthee. Klinkt spannend, smaakt naar munt en is verder alleen maar gezond.

„De VOC is ontstaan in december 2008, vlak na het Cannabis Tribunaal in Den Haag”, zegt Joep. „Er is in het Nederlands parlement geen discussie over het cannabisverbod, terwijl dat de belastingbetaler 8 miljoen euro per week kost en voor heel wat maatschappelijke onrust zorgt.”

Het zorgt momenteel vooral voor heel wat reportage-onrust, een gevoel dat krachtiger wordt naarmate de vergadering vordert. „Het drugsbeleid kost iedere Nederlander 924 euro per jaar, stond onlangs in NRC. Te kort door de bocht.” Er volgt een uitleg die ik onmogelijk kan reproduceren. Van mij wordt aangenomen dat ik weet wie of wat Kerlikowske* is.

Ik zou zeggen: slaat u er de website van de VOC eens op na. Ja, ik ga de URL nadrukkelijk noemen, want op de keper beschouwd ben ik het met deze mensen eens. Op www.voc-nederland.org vindt u alle details, inclusief 18 negatieve effecten van het cannabisverbod. En nu ga ik weg, VOC-jongens, heel erg bedankt voor de thee, saluut en de kost!

Uiteraard ben ik een dag later een dag dichter bij de deadline en bijgevolg een tikje minder stoer. Wat moet ik nou? Ik bel Derrick. Hij is journalist en begrijpt wellicht dat ik in de penarie zit. We praten lang over het cannabisverbod. Klinkklare onzin, inderdaad, in stand gehouden door halve leugens.

Zo vertelt die hele Kerlikowske-gozer graag dat het decriminaliseren van cannabis averechts werkt, want kijk eens naar de cijfers? Nederland jaagt er de laatste jaren steeds meer cannabis doorheen. Dat kan wel zijn, maar het cannabisverbruik van de Fransen, de Engelsen én de Amerikanen is nog veel harder gestegen. Het gebruik van cannabis onder Nederlanders ligt gelijk aan het gemiddelde cannabisgebruik van Europa. Verzwijgt Kerlikowske maar even voor het gemak.

Ja, ik begin het te snappen. Ik kan nu ook wel een paar redenen noemen waarom het cannabisverbod zo snel mogelijk moet worden opgerookt.

Ga ik niet doen.

Zoals dat wel vaker gaat, is de praktijk een stuk interessanter dan de theorie. Derrick heeft drie zonen, van wie twee van alcohol- en wietverwelkomende leeftijd. Drinken doen ze nauwelijks. De zestienjarige – van het genre ‘pa, je doet maar’ – moet niets hebben van cannabis. Zijn broer van achttien verdampt af en toe wat wiet in een vaporizer, de gezondste manier om het binnen te krijgen. Engeltjes dus, die drie Bergmannetjes.

Maar luister. Laatst kreeg Derrick de beide zonen van vrienden van vroeger over de vloer. Gezellig samen in de woonkamer, niets aan de hand. Derrick begon een joint te rollen. En wat denk je? Die jongens – 15 en 17 – konden hun ogen niet van zijn rollende vingers afhouden. O, mochten ze ruiken? Voelde het goed? Hoe snel werd-ie stoned? Ze vroegen nog nét niet om een hijsje. Wat een belangstelling! Bijna obsessief, man. „Wat vindt jullie vader eigenlijk van blowen?” vroeg Derrick. De oudste verstrakte. „Die flikkert ons er direct uit als we ook maar een joint aanraken.”

Cannabisverbod opheffen? Ik zeg: doen!

* Gil Kerlikowske is de Amerikaanse Director of the Office of National Drug Control Policy, in de volksmond ‘de drugs-tsaar’ genaamd. Dan weet u dat.