Gaat Amsterdam eigenaren van een 'pied-à-terre' dwingen tot verhuur?

Paniek in de Amsterdamse grachtengordel, in ieder geval bij eigenaren van een ‘pied-à-terre’ – meestal een klein appartement naast een hoofdverblijf verder buiten de stad. Het gemeentebestuur zou die eigenaren ervan willen dwingen om hun optrekje te verhuren. Maar  in de praktijk valt het (nog) mee. De ‘heksenjacht’  is voorlopig  vooral een administratieve inventarisatie van de

huisPaniek in de Amsterdamse grachtengordel, in ieder geval bij eigenaren van een ‘pied-à-terre’ - meestal een klein appartement naast een hoofdverblijf verder buiten de stad. Het gemeentebestuur zou die eigenaren ervan willen dwingen om hun optrekje te verhuren. Maar  in de praktijk valt het (nog) mee. De ‘heksenjacht’  is voorlopig  vooral een administratieve inventarisatie van de gemeente.

‘Amsterdam besteelt eigenaar tweede huis’, kopte dagblad De Telegraaf vorige week. Zakenlui met een appartementje in de stad voor tijdelijk gebruik zouden, desnoods gedwongen door boetes, verplicht worden hun koopwoning voor verhuur beschikbaar te stellen op de sociale woningmarkt. ‘Hoogleraren, architecten en toplui uit het bedrijfsleven worden zo de stad uitgejaagd’, was de aanklacht in ingezonden brieven aan de krant.

Steen des aanstoots was een brief van de gemeente aan 750 huiseigenaren waarin dat ultimatum zou zijn gesteld.
De paniek is wel voorstelbaar. Een appartement van, pakweg, 70 vierkante meter, kost in de Amsterdamse binnenstad al gauw zo’n 250.000 euro. Juridisch valt het onder sociale woningvoorraad. Wie vervolgens verplicht wordt om die woning dan ook te verhuren krijgt daar maximaal 548 euro voor. Bovendien zit de eigenaar vast aan een huurder die volledige huurbescherming kan claimen en er dus moeilijk uit te krijgen is. Ook niet als de eigenaar kan aantonen dat hij de woning zelf nodig heeft.

Maar klopt het dat Amsterdam inderdaad een heksenjacht heeft ontketend? Zijn er veel  mensen  met zo’n pied á terre in Amsterdam? Het lijkt mee te vallen. De brief die de Dienst Wonen, Zorg en Samenleving afgelopen zomer verstuurde was een poging om leegstand van woningen in kaart te brengen. Want woningen met een huurprijs van 548 euro of minder, moeten bewoond worden door de eigenaar zelf, óf verhuurd zijn aan iemand met een huisvestingsvergunning. Dat  staat in de Huisvestingswet van het ministerie van VROM en geldt overál  in Nederland. Wie zelf niet ingeschreven staat in zijn woning heeft de wettelijke plicht om daar melding van te maken bij het college van B en W. Tenminste als die woning conform de puntenwaarde die de huurcommissie hanteert op basis van de ‘Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte’, tot de sociale huursector wordt gerekend.

Specifiek Amsterdams is het gegeven dat ook dure koopwoningen tot dat bestand behoren omdat ze soms klein zijn. Vloeroppervlakte is een belangrijk criterium voor de vraag of de woning onder de regels voor de sociale woningvoorraad valt. De brief van de gemeente vroeg voorlopig alleen opheldering over de leegstand ervan. Met de mededeling dat de aangeschrevene verplicht is om die opheldering te geven, op straffe van een dwangsom. Staand gemeentelijk beleid, nadat in 2006 was gebleken dat in Amsterdam zo’n 14.000 woningen administratief leeg zouden staan.  Bij de gemeentelijke basisadministratie waren in ieder geval geen bewoners bekend. De brief aan de eigenaren van een pied-à-terre was een standaardbrief zegt de gemeente, in het kader van de gewone leegstandscontrole.

Van de 666 aangeschreven eigenaren hebben er inmiddels 348 gereageerd. Het aantal eigenaren die de woning gebruikt als pied-à-terre, is beperkt tot 16. Een aantal woningen bleek te koop te staan. In dat geval gelden de strenge regels niet, kan de eigenaar een koper zoeken zonder vergunningsplicht en zijn er regelingen die tijdelijke verhuur mogelijk maken. De andere dossiers betroffen huizen waarvan de huur al boven de huurgrens was getrokken of waar de eigenaar zich inmiddels formeel inschreef.

Het is niet nieuw dat Amsterdam leegstand van (koop-)woningen wil tegengaan. Massale leegstand van goedkope woningen leidt tot ‘dode’ steden à la Venetië of Monaco, schrijft verantwoordelijk wethouder Freek Ossel (PvdA) deze week in een brief aan de gemeenteraad. Of tot erger, bleek vorig jaar, toen leegstand in de Amsterdamse woonwijk Venserpolder werd geïnventariseerd. Daarbij ging het om leegstand van verkochte corporatiewoningen, waarmee op aanzienlijke schaal werd gespeculeerd. Of gebruikt  als opslag door criminelen en voor illegale onderhuur.
Door gericht onderzoek te doen naar leegstand, wist Amsterdam in 2,5 jaar tijd zo’n 3000 woningen toe te voegen aan het sociale woningbestand.

Maar volgens Ossel is het niet de bedoeling om een heksenjacht te ontketenen op eigenaren van een pied-à-terre in de stad. Het gaat volgens hem om ‘de afweging van de schaarse woningmarkt en het faciliteren van de aantrekkelijke woon- en werkstad die Amsterdam wil zijn’.

Amsterdam heeft dat evenwicht nog niet gevonden. De stad staakt voorlopig haar handhavingsbeleid, in afwachting van onderzoek naar de juridische aspecten van ‘handhaven op leegstand’ in het algemeen en dat van tweede woningen in het bijzonder. Van Ossel zou er verstandiger aan gedaan hebben als hij dat onderzoek had laten uitvoeren vóórdat zijn dienst die honderden brieven de deur uit deed. In de Amsterdamse grachtengordel schop je al snel tegen het verkeerde been, zeker als het om eigen woningbezit gaat.

Lees op dit blog van advocatenkantoor Wieringa de suggestie voor huiseigenaren om van je Amsterdamse appartementje het hoofdverblijf te maken en van het grote huis elders het pied-à-terre…

Wat vindt u? Behoren kleine, maar dure koopwoningen die minder intensief worden gebruikt desondanks tot de sociale woningvoorraad die verplicht verhuurd moeten worden voor permanente bewoning?

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding - dus geen initialen, alleen voornamen of alleen achternamen