Even aanleggen en stad krijgt half miljoen

Wereldwijd zijn er 336 cruiseschepen. De rederijen hebben de Nederlandse steden ontdekt. Amsterdam verwacht volgend jaar 118 schepen. Ook in Rotterdam worden records gebroken.

„Een tussendoortje”, noemt Rainier Klootwijk de Middellandse Zeecruise die hij deze zomer met zijn vrouw maakte. In het najaar wacht het echte werk. Dan vaart hij van de Amerikaanse westkust, via Panama, naar Baltimore aan de oostkust van de Verenigde Staten. Afgelopen winter verkende hij vanaf een luxe schip de kust van Antarctica.

In zijn jonge jaren ging Klootwijk met een tentje naar de Veluwe of met een oude Eend naar Spanje. Maar als senior maakt de voormalige medewerker van de Holland-Amerika Lijn vier cruises per jaar. Dat begon als sentimental journey. Hij werkte tussen 1960 en 1968 op de trans-Atlantische lijndienst Rotterdam-New York. Nu geeft hij als vrijwilliger rondleidingen op de Rotterdam, het voormalige passagiersschip waarop hij ooit voer en dat nu in Katendrecht (Rotterdam) dienst doet als museum annex hotel/congrescentrum.

In de jaren zestig werden de schepen die lijndiensten onderhielden tijdens de wintermaanden vaak gebruikt voor lange cruises. Ze voeren bijvoorbeeld in tachtig dagen rond de wereld. Klootwijk bediende dan in het restaurant de Amerikaanse gepensioneerde elite. Veertig jaar later laat hij zich bedienen.

Wel mist hij de romantiek van een prachtig vormgegeven schip als de Rotterdam, gebouwd in de jaren vijftig. Onvergelijkbaar, zegt hij, met zo’n nieuw cruiseschip als de Norwegian Epic, dat eruitziet als een drijvend flatgebouw.

De cruisesector is veranderd. Met een plaid op een dekstoel aan boord zitten was vroeger vermaak. Nu kun je aan boord schaatsen, bowlen en indoor klimmen. „Jan met de pet gaat aan boord”, zegt Klootwijk. „En er wordt een hoeveelheid cruiseschepen gemaakt alsof het om Volkswagens gaat.”

Wereldwijd zijn er 336 cruiseschepen. 31 zijn in bestelling. Deze ochtend meert de MSC Opera af aan de kade van de Passenger Terminal Amsterdam, achter het Centraal Station. Het 256 meter lange schip lijkt op een drijvend resort. Het heeft negenhonderd hutten, diverse zwembaden en tien dekken, met namen als Tosca, La Traviata of Aida.

De passagiersterminal is een soort minivliegveld aan het water. De parkeervakken voor touringcars worden bij aankomst van een schip als bagageterminal gebruikt. Niet lang na het afmeren staan er vijfduizend koffers van passagiers die naar huis terugkeren. Enkele uren later vertrekt de MSC Opera met tweeduizend nieuwe gasten.

Het Amsterdamse Havenbedrijf onderzoekt of in Amsterdam een tweede cruiseterminal nodig is. Volgend jaar doen naar verwachting 118 cruiseschepen de hoofdstad aan, met 230.000 passagiers.

„We voorzien de komende jaren meer groei”, zegt Dick de Graaff, commercieel manager van Passenger Terminal Amsterdam. „Nu moeten we cruiseschepen al verwijzen naar een alternatieve kade, ver buiten het centrum. Als je een rederij drie keer laat uitwijken, dan ben je je klant kwijt.”

Hij verwacht meer drukte omdat er een nieuw Europees cruisegebied aan de Atlantische kust wordt ontwikkeld. Dat toeristische vaargebied beslaat zeventien havens, van Hamburg tot Lissabon.

Cruises zijn volgens De Graaff een groeiende vakantietak. „Tussen 1980 en 2005 groeide de branche per jaar 6 à 7 procent. Dat was vooral aan Europa te danken. Met name Engelsen en Duitsers zijn veel gaan cruisen.”

Cruises werden in de Verenigde Staten onder een breed publiek populair in de jaren zeventig en tachtig, mede dankzij de zoete tv-serie The Love Boat (1977-1986) die werd opgenomen op de Pacific Princess. „Dankzij die Amerikaanse serie werd cruisen populair bij het brede Amerikaanse publiek”, zegt De Graaff. Tot twintig jaar geleden waren het vooral oudere Amerikanen die op een schip vakantie vierden in het Caraïbisch gebied. Nu mikken de rederijen op Europa en zijn er reizen voor doelgroepen: van in cultuur geïnteresseerde senioren tot jonge danceliefhebbers. In Amsterdam was in 2004 ruim 40 procent van de cruisepassagiers Amerikaan, nu schommelt dat percentage rond de 15. Dit jaar komt bijna eenderde van de passagiers uit Duitsland.

Vanaf de Wilhelminapier in Rotterdam vertrokken in de negentiende eeuw tienduizenden landverhuizers naar de Verenigde Staten. In de jaren 70 verdween de Holland-Amerika Lijn (HAL), omdat vliegen goedkoper en sneller was. Inmiddels meren aan de Cruise Terminal op de Wilhelminapier weer grote passagiersschepen aan voor cruises.

Volgend jaar komt er bij de voormalige aankomst- en vertrekhal van de HAL een recordaantal van 29 cruiseschepen. „Dat levert de stad en de regio 500.000 euro per schip op”, zegt Mai Elmar, directeur van Cruise Port Rotterdam. „Daar zit alles in: van haven- en kadegeld tot bushuur en levering van levensmiddelen aan boord.” Een gemiddeld cruiseschip zorgt voor 35 tot 45 touringcars vol toeristen naar Amsterdam, Delft of Kinderdijk.

Rotterdam probeert zich sinds 2003 op te kaart te zetten als cruisehaven met een historische terminal. Het kost volgens Elmar vijf tot zeven jaar voordat een rederij van haven verandert. „Je moet een lange adem hebben om naamsbekendheid op te bouwen”, zegt ze.

Zeeland doet een poging. In Vlissingen meerde vorige maand cruiseschip Prinsendam af. Als het aan Zeeland Cruise Port ligt, komt er een vaste terminal in Vlissingen of Terneuzen waar jaarlijks 25 tot 50 grote schepen moeten aanleggen. Dit voorjaar is een intentieverklaring met rederij HAL getekend. „Maar te veel cruisehavens in een land waar je maximaal vier uur moet rijden van de ene naar de andere kant is economisch onverantwoord”, zegt Elmar.

De toevloed van cruiseschepen heeft geleid tot een nieuwe vrijetijdsbesteding: ‘cruisespotten’. Elmar krijgt wel eens een telefoontje van een zeevaartfan die langs de route woont om te horen hoe laat een bepaald cruiseschip in Rotterdam arriveert. „Hij hangt dan de vlag van de rederij aan zijn balkon.”