Dutch miracle in Major League Baseball

In de Amerikaanse Major League spelen vijf honkballers met een Nederlands paspoort.

Jurrjens, Van den Hurk en Jansen zijn pitchers. Jones en Bernadina hardhitters.

Het Nederlands honkbalteam verraste vorig jaar tijdens de World Baseball Classic (WBC) vriend en vijand door twee keer van de Dominicaanse Republiek te winnen. De vijf Nederlandse honkballers in de Amerikaanse Major League geven dit seizoen een vervolg aan The Dutch Miracle. Andruw Jones (Chicago White Sox), Jair Jurrjens (Atlanta Braves), Roger Bernadina (Washington Nationals), Rick van den Hurk (Baltimore Orioles) en Kenley Jansen (Los Angeles Dodgers) houden in de VS ieder op geheel eigen wijze de naam van het Nederlandse koninkrijk hoog.

Het verhaal van Kenley Geronimo Jansen (22) is misschien nog wel het opvallendst. Als rechtshandige catcher maakte hij tijdens de WBC naam met keiharde worpen. Het slaan van de op Curaçao geboren honkballer bleef echter ondermaats waardoor een profloopbaan in de Verenigde Staten kansloos leek. De Los Angeles Dodgers gaven hem nog een laatste kans als pitcher. Op 24 juli van dit jaar debuteerde Jansen met rugnummer 74 in de Major League in de zevende inning tegen de New York Mets. Manager Joe Torre stuurde hem voor één inning naar de heuvel. Jansen zette Angel Pagan en David Wright met drie slag aan de kant. Inmiddels kwam hij al elf keer uit in de hoofdmacht.

Berry van Driel (25), pitcher van het Nederlands team en het Rotterdamse Neptunus, noemt de opmars van Jansen „bizar”. „Het is bijna niet voor te stellen dat iemand in één jaar zo’n ontwikkeling doormaakt”, stelt Van Driel, die als reliever uit de Nederlandse competitie aan de Classic deelnam. „Jansen gooide de ballen als catcher gehurkt op zijn knieën al zo snoeihard. Dat is ongekend. Zulke snelheden haal ik nooit. Daarnaast zit bij de jongens uit de Antillen honkbal in het bloed. Het is een deel van hun cultuur. Het mentale aspect is heel belangrijk in het honkbal.”

De revelatie van het Nederlandse honkbal heet Roger Bernadina. Geboren op Curaçao, opgegroeid in Den Haag. De 25-jarige outfielder is dit seizoen een vaste waarde in de ploeg van de Washington Nationals. De linkshandige honkballer speelde dit seizoen bijna honderd wedstrijden waarin hij acht homeruns sloeg. Met zijn schitterende duiken en zijn krachtige slagen is deze atleet een lust voor het oog. Bernadina kende net als Van Driel zijn opleiding bij ADO Den Haag. „Van jongs af aan was al te zien dat Bernadina heel veel talent had”, stelt Van Driel. „Ik blijf hem volgen. Ik ben er trots op dat ik met hem samen heb gespeeld.”

Robert Eenhoorn (42), technisch directeur van de honkbalbond en voormalig prof bij de New York Yankees, noemt de prestatie van Bernadina „heel bijzonder”. „Hij is gewoon een topper in de Verenigde Staten”, zegt Eenhoorn, die in 1994 na Win Remmerswaal en Rikkert Faneyte als derde in Nederland opgeleide honkballer aantrad in de Major League. „Bernadina is een voorbeeld voor iedere jonge speler in Nederland. Op het EK van 2007 in Spanje zag ik al dat hij verder was dan al zijn leeftijdsgenoten. Het is jammer dat honkbal zo’n kleine sport is in Nederland. Bernadina verdient meer begrip en waardering.”

Andruw Jones (33) is als geen ander een voorbeeld van een Nederlandse honkballer die in de VS ongekend beroemd is, maar in eigen land nauwelijks wordt erkend. De routinier maakte in 1996 zijn debuut voor de Atlanta Braves en groeide op zijn geboorte-eiland Curaçao uit tot een volksheld. En nog altijd geldt Jones als het voorbeeld voor talenten uit de Antillen. Een paar jaar geleden leek de loopbaan van Jones in verval te raken, maar dit seizoen is de hardhitter bij de Chicago White Sox vaak een vaste kracht van de slagploeg. Jones speelde inmiddels meer dan tweeduizend wedstrijden in de Major League. Hij sloeg 405 keer een homerun. „Ervaring is heel belangrijk om op het hoogste niveau te kunnen spelen”, legt Eenhoorn uit. „Een speler als Jones weet precies wat er van hem wordt verwacht.”

Rick van den Hurk (25), net als Bernadina opgeleid in Nederland, verruilde deze zomer de Florida Marlins voor de Baltimore Orioles. Deze week maakte de werper voor het eerst zijn opwachting in het shirt van zijn nieuwe club. Van den Hurk speelde tot dusver nog geen veertig wedstrijden op het hoogste niveau en hoopt in Baltimore vaker in actie te kunnen komen. Vooralsnog geldt hij als vervanger van de geblesseerde reliever Jason Berken.

Leon Boyd, de 26-jarige international die na de WBC een contract tekende bij de Toronto Blue Jays, noemt Van den Hurk „a class act”. „Net als Bernadina groeide Van den Hurk op in Nederland. Door heel hard werken is hij ver gekomen. Beide spelers zijn zowel binnen als buiten een voorbeeld voor anderen. Jonge gasten zouden hier tegen op moeten kijken: a Dutch Big Leaguer. Ik heb zelf het geluk gehad dat ik na de WBC voor het AA-team van de Blue Jays mocht spelen. Een heel andere ervaring dan spelen in de Nederlandse hoofdklasse. Ik heb het uiteindelijk niet gehaald, maar ik zou deze ervaring voor niets willen ruilen. Honkbal was daar echt werk.”

De Nederlander Jair Jurrjens is op zijn 24ste inmiddels een gewaardeerde prof bij de Atlanta Braves. Deze pitcher, die ooit als korte stop begon, heeft 35 overwinningen op zijn naam staan. In 2006 maakte Jurrjens al deel uit van de Nederlandse ploeg tijdens de Classic. „Een hele getalenteerde jongen”, zegt Eenhoorn. „Het is te hopen dat we onze beste spelers tijdens de WBC in 2013 kunnen inzetten. Al met al zouden we weer met een goede groep kunnen aantreden. Er spelen nog veel meer jonge talenten in de VS. Ik verwacht dat Gregory Halman (23) binnenkort de stap naar het hoogste niveau maakt.” Nederland zou dan net als Curaçao drie zelfopgeleide spelers in de Major League hebben.