Dromen van ander werk. En van nieuwe pannen

De Amsterdamse wijk Slotervaart weerspiegelt culturele verschillen in Nederland. Twee keer per week bericht deze krant over de wijk. Vandaag: vrouwen aan het werk.

Serap Tetik werkt al jaren ’s avonds als schoonmaakster. Overdag zorgt ze voor haar twee kinderen. Haar man werkt fulltime. Ze wil wel iets anders dan schoonmaken maar ze is onzeker. Spreekt ze wel goed genoeg Nederlands? En wat zou ze dan kunnen? Zit een werkgever op haar te wachten?

Serap Tetik is een opgeruimde, energieke vrouw. Ze vertelt haar verhaal op de bank in haar appartement pal aan de A10. Haar dochter van achttien is er ook, haar zoon van twaalf zit op z’n kamer te computeren.

Een jaar geleden kwam ze terecht bij VLAM, een werk- en scholingscentrum in Amsterdam Slotervaart, waar zij woont. De vrouwen die bij VLAM binnenstappen, hebben meestal geen beroepsopleiding en nooit gewerkt, behalve soms in de schoonmaak. Serap Tetik volgde een cursus beroepsoriëntatie. Daar tekende ze haar dromen met kleurpotlood. Ze moest haar sterke en zwakke kanten formuleren en kijken hoe ze zwakheden kon verbeteren. Toen kwam er een meneer en moest ze bij hem voor nep solliciteren. Om te oefenen. Toch was ze doodzenuwachtig.

Tijdens de cursus kwam ze erachter dat de horeca haar trok. VLAM regelde een stageplek bij de cateraar van het stadsdeelkantoor in Slotervaart. Broodjes smeren, soep maken, opruimen. „Eigenlijk zoals ik thuis ook al deed.” Ze vond het leuk en was er goed in. Na haar stage kon ze in vaste dienst komen bij het cateringbedrijf. Maar op het stadsdeelkantoor was op dat moment geen plaats. Ze zou voorlopig op verschillende locaties in Amsterdam werken. Dat zag ze niet zitten.

Mery Redjopawiro van VLAM ziet vaker dat de vrouwen die ze begeleidt de stap naar een echte baan niet zetten. Dat geldt vooral vrouwen die een man hebben die werkt. Slechts één op de vijf vrouwen vindt een baan. Maar bij veel meer vrouwen groeit het zelfvertrouwen. Via VLAM kunnen ze vaak werkervaring opdoen, bijvoorbeeld als assistent-verkoper bij de Hema of in een supermarkt.

Er zijn ook vrouwen die wel aan het werk willen maar te hoge eisen stellen, zegt Mery Redjopawiro. Die willen wel in de supermarkt werken, maar geen alcohol of varkensvlees afrekenen. En alleen binnen schooltijden en liefst om de hoek. Bij die vrouwen is het doel dat ze erachter komen dat het zo dus niet gaat lukken.

Serap Tetik werkt nog steeds in de schoonmaak. Heeft ze spijt dat ze die baan bij de cateraar niet aannam? „Tja, misschien.” Ze lacht. Ze weet nu in elk geval wel dat ze meer kan dan ze dacht. Ze is begonnen met pannenreclame. Pannenreclame? Dat is een soort Tupperwareparty, legt ze uit, maar dan met pannen. Serap Tetik maakt afspraken met een Turkse vrouw en die nodigt vriendinnen en kennissen bij haar thuis uit. Serap Tetik komt langs, stalt haar pannen uit op het tapijt en vertelt erover. De vrouwen kunnen de pannen bij haar bestellen.

Ze kan alleen aan Turkse vrouwen de pannen verkopen. Haar Nederlands is niet goed genoeg voor wervende praatjes. Maar, zegt ze, Turkse vrouwen zijn ook de beste klanten. Die willen graag goeie pannen. Nederlandse en Marokkaanse vrouwen vinden ze te duur.