De verslaving om de markt te willen verslaan Handel is eigenlijk 'een spelletje'

Jonge rekenkunstenaars domineren de handel op de beurs, gesteund door razendsnelle computers. „Wij denken niet in geld, maar in getallen.”

De gang kleurt rood, dan weer oranje, dan weer paars. Honderden computerservers staan hier opgestapeld achter een lange doorzichtige wand, die wordt verlicht volgens de stemming op de beurs. Rood voor hectiek, blauw voor rust. Als tunnels in een ruimtevaartstation leiden de ronde gangen naar de controlekamer: de dealingroom van handelshuis Optiver.

Sjoerd Hoving (26) werkt sinds twee jaar als handelaar in de toren aan de Amsterdamse Zuidas. Als student wiskunde in Enschede handelde hij ook al – „in wat kleinere fondsen”, zegt hij bijna verontschuldigend. Hij heeft een open gezicht en vrolijke ogen. In zijn vale spijkerbroek en gympen ziet hij er niet uit als een doorsnee Zuidaswerknemer. De dresscode bij Optiver is casual, iedere dag.

Optiver is een van de handelshuizen die geld verdienen met de zogeheten high frequency handel. Computers worden met behulp van complexe algoritmes getraind om te denken als een handelaar, maar met een veel hogere snelheid. In 250 microseconden, 2.000 keer sneller dan een menselijk oog knippert, kan de transactie zijn afgewikkeld.

Deze flitshandel is de afgelopen tijd fel bekritiseerd. Door de enorme volumes zouden de beurskoersen grillig en onvoorspelbaar worden. Met hun snelle computers zouden de handelaren een oneerlijk concurrentievoordeel hebben en wat als de software hapert? De computers van Deutsche Bank plaatsten in juni nog per ongeluk op de beurs van Osaka een order van 150 miljard euro. In mei ging de Dow Jones-index om onverklaarbare redenen in twintig minuten 1.000 punten omlaag. Experts wezen meteen naar de high frequency handel, waarop de Amerikaanse toezichthouder SEC overwoog een maximum snelheid in te voeren. In tegenstelling tot de Europese toezichthouder CESR, die onlangs aankondigde voorlopig geen maatregelen te nemen.

Voor Sjoerd is het een droombaan. „Ik zou niets anders willen”, zegt hij. „Misschien over vijf jaar, maar nu niet.” Natuurlijk, je moet continu scherp blijven en het kan stressvol zijn, maar dat went. „Je bent echt ondernemer van je eigen desk. Als je het goed doet, krijg je heel veel vrijheid.”

Om hem heen zoemen de computers. Eindeloze rijen beeldschermen op verder lege bureaus. Geen pennen, geen papier, geen foto’s of andere kantoorprullen. Niets om de aandacht af te leiden. Met een snelle blik controleert hij zijn schermen – een voor e-mail, een voor koersen en grafieken en vier voor de lange lijsten met optieposities – om te zien of hij iets heeft gemist. Het is rustig, gelukkig.

Het is verslavend, erkent hij. Zijn ogen glinsteren als hij praat over „de markt verslaan”, „beter zijn dan de rest” en „de sterkste zijn”. „Iedereen in dit vak is heel competitief”, zegt hij. „In die zin is het topsport. Het is een kwestie van kansberekening en slimmer zijn dan je tegenstander.” Pokertoernooitjes zijn niet voor niks populair onder de werknemers, net als computerspelletjes.

Vlakbij de handelsvloer is daarom een speelkamer, met flipperkasten, pingpongtafels en biljart. Om even buiten de wereld van de abstracte cijfertjes te treden en een spelletje te kunnen doen waarbij het niet om veel geld gaat.

Sjoerd heeft met de abstractheid van zijn werk weinig moeite. Dat zijn vrienden nog steeds niet begrijpen wat hij doet, neemt hij voor lief. „Natuurlijk denk ik wel eens na over het maatschappelijk nut enzo”, zegt hij. „Maar dat is er echt wel. Wij maken de markt efficiënter en zorgen ervoor dat bijvoorbeeld verzekeraars en pensioenfondsen transacties kunnen doen. Wij zorgen voor de liquiditeit in de markt, dat is heel belangrijk.”

Iets verderop zit een 23-jarige Maleisische jongen – onderuit gezakt, benen omhoog – met een klik op de muis zijn prijzen aan te passen. Hij verdwijnt bijna in een dikke zwarte donsjas.

„Er werken hier veel jonge buitenlandse jongens”, zegt Sjoerd over zijn collega’s. „Ze komen zonder vriendin of familie naar Nederland dus we doen veel met elkaar. Het is een soort studentencultuurtje, waaruit hechte vriendschappen ontstaan.”

Hij wijst naar een jongen die aan de telefoon zit. „Hier zit bijvoorbeeld Dimitri, een Griek. Daar hebben we wel wat grappen over gemaakt met de schuldencrisis.” Dimitri grijnst zonder zijn gesprek te onderbreken. „Ik betaal in Nederland belasting, en betaal dus ook mee aan de reddingsoperatie”, zegt hij als hij weer heeft opgehangen.

Een bureau verder wordt druk gediscussieerd:

„Vind het allemaal niet zo mooi.”

„Dat snap ik.”

„Wat gaan we doen?”

„Ik moet ook wat kwijt.”

„53 laten?”

„Ja, 51 erin vind ik net iets té.”

„Zou 52 kunnen?”

Vervolg Beurs: pagina 14

Handel is eigenlijk 'een spelletje'

Sinds de afschaffing van de open outcry handel in 2002 is het werk minder uitbundig geworden. Het verdwijnen van de centrale handelsvloer maakte geschreeuw en gekleurde jasjes van handelaren overbodig. Analytisch vermogen en snelle computers zijn nu belangrijker dan het hebben van een grote mond. De marktkoopmannen van de Albert Cuyp, zijn vervangen door whizzkids – hoe jonger hoe beter.

Maar ook de schermhandel heeft haar eigen dynamiek. In hoog tempo flitsen de cijfers in kleine vakjes op lange lijsten voorbij. Verschillende kleuren filteren wat belangrijk is. Iedere handelaar heeft zijn eigen waarschuwingsgeluidje: boing, tsjilp, tsilp, jihaa. Alles om te voorkomen dat hij afdwaalt en een transactie mist. Uit de luidspreker van de telefoon, de ‘box’, klinken de stemmen van de brokers, de tussenpersonen die namens hun klanten informeren naar de prijzen. „Hi mate, what can you do for me today?”

„Wij zijn market makers”, legt Sjoerd uit. „We creëren een markt voor opties door steeds twee bedragen af te geven: de koopprijs en de verkoopprijs. Dan zeg ik bijvoorbeeld 18 om 21. Dat betekent dat ik een optie wil kopen voor 18 euro en weer wil verkopen voor 21 euro.” Het is de kunst om een goede prijs te bepalen, anders kom je niet van je opties af. „De computer bepaalt in eerste instantie de prijs, maar wij passen de variabelen aan. Je moet snel beslissen wat je doet om de concurrentie voor te zijn.”

Want sneller zijn dan de concurrent, daar gaat het om in de optiehandel. De marges zijn klein en dus moet er snel en veel worden gehandeld. Dankzij de elektronische handel is de beurs voor iedereen toegankelijk. Succesformules zijn zo gekopieerd.

Het is een van de redenen waarom Optiver alleen pas afgestudeerden aanneemt en geen ervaren handelaren. „We hebben liever eigen kweek”, zegt Hans Pieterse, directeur van Optiver Europe. „Waarom gaat iemand weg bij de concurrent? Je weet niet wat de motieven zijn, ze kunnen ook bij ons zo weer vertrekken.” De risicofactor speelt ook een rol. „Jonge handelaren beginnen met kleine limieten. Zo kunnen we hun risk appetite peilen, doen ze rare dingen? We bouwen van jongs af aan aan een cultuur van lage risico’s.”

„De hele branche is wat meer naar binnen gekeerd”, zegt Sjoerds meer ervaren collega Sweder Blaisse (35). Na zijn rechtenstudie in Leiden begon hij 8 jaar geleden bij Optiver. Hij heeft de IT-systemen steeds belangrijker zien worden. Op elke handelaar is er nu één IT-specialist in dienst.

Maakt de software de handelaar overbodig? „Nee”, zeggen Sjoerd en Sweder tegelijk. De computer is vooral snel, maar heeft geen oog voor marktomstandigheden. „Die houdt geen rekening met een vulkaanuitbarsting in IJsland, of een schuldencrisis”, legt Sweder uit. „Daar zijn wij voor.”

„Je kunt het vergelijken met autorijden”, zegt Sjoerd als hij een kop koffie haalt in de kantine – een Amerikaanse diner, met een overvloed aan verse sapjes, broodjes en warme maaltijden.

„Een Ferrari is natuurlijk sneller dan een Fiat 500, maar je moet wel kunnen rijden. Zelfs bij het meest geavanceerde computersysteem moet er wel iemand zijn die de variabelen invoert. Zonder rijbewijs kom je in een Ferrari een stuk minder ver dan in een Fiat mét rijbewijs.”

Hoewel kennis van ICT steeds belangrijker wordt, is het nog geen onderdeel van de selectieprocedure. De meesten sneuvelen toch al bij de rekentest, die meteen toetst of ze blijven nadenken onder druk. Tachtig sommen – hoeveel is 0,034 x 0,2 – in acht minuten. „Je kunt beter zo ver mogelijk komen en een paar fouten maken, dan halverwege met alles goed”, zegt Sweder. Tien procent haalt het en mag door naar de volgende ronde. Als ze worden aangenomen volgt er een trainee klasje van drie maanden, waarin ze op een dummy oefenen. Daarna begint het leven als ‘echte’ optiehandelaar.

Zo’n dag begint ’s ochtends om acht uur met research naar de verschillende beursfondsen, legt Sweder uit. Het nieuws wordt bijgehouden via persbureau Bloomberg, „want die zijn een seconde sneller dan Reuters.” Een seconde die net het verschil kan maken.

Tussen negen en één bellen er vooral brokers met orders voor Engelse banken. Om half vier gaan de beurzen in de Verenigde Staten open en wordt het drukker. Even naar de wc of koffie halen kan dan wel, maar alleen als een collega je schermen in de gaten houdt.

Na het sluiten van de beurs om half zes, kan de balans worden opgemaakt. „Je ziet meteen hoeveel je hebt verdiend, daar worden we ook op afgerekend”, zegt Sweder. Iedereen weet wie goed is en wie niet. „Nee, wij hebben geen medewerker van de maand, zoals sommige concurrenten”, lacht hij. „Bij ons is het meer: als je het goed doet is het mooi, maar had je het niet nog beter kunnen doen?”

Aan de andere kant van de stad, op Beursplein 5, zitten in een veel kleinere ruimte tien jongens hetzelfde te doen. Vlak voor hun werkgever Van der Moolen vorig jaar failliet ging, begonnen ze voor zichzelf. Eindelijk was er ruimte voor hun eigen ideeën en handelsstrategieën. Caerus Trading werd het, naar de Griekse god van het gunstige ogenblik.

Een van de oprichters is Arne Kanters (39). Eigenlijk wilde hij vliegtuigen bouwen, of formule 1 auto’s. Hij studeerde lucht- en ruimtevaarttechniek in Delft en werkte bij autofabrikant Porsche. Totdat hij een vacature zag als optiehandelaar. Hij werd nieuwsgierig. „Ik was niet zoals de meeste jongens hier als student al bezig met beleggen. Ik was meer een sjaggeraar, altijd bezig met handeltjes.” Nu handelt hij in de Franse index, de CAC40.

Achterin het oude beursgebouw kijkt hij uit op de Warmoesstraat: stripclub ‘La Vie en Proost’ en pub ‘Dirty Nelly’s’. Ook binnen is het minder steriel dan bij Optiver. Rood linoleum op de vloer, systeemplafond, kamerplanten, blikjes fris op de ijskast gestapeld. De enige glamour is te vinden in de voorraad champagne, „voor als de targets worden gehaald”.

Uit een kastje voor het raam klinken opgewonden stemmen, van iets wat lijkt op een piratenzender. Het is een wire box, die de dure systemen van Bloomberg en Reuters deels moet vervangen. Zodra er iets gebeurt op de financiële markten schreeuwen een paar jongens uit Londen het de ether in alsof hun leven ervan af hangt.

Ook Caerus moet meedoen aan die competitieve wedloop om de slimste handelsstrategieën en de allersnelste verbindingen met de beurs. Toch kan de handelaar wel verschil maken, denkt Arne.

„Je hebt twee soorten handelaren. Zij die theoretisch heel sterk zijn en zij die puur op ervaring en gevoel handelen.” Hij valt in de laatste categorie, die ervan geniet als de markt onrustig is. „Het sentiment gaat dan overheersen en daar zijn de computers niet op ingericht. Een goede handelaar speelt daarop in, dat maakt het spel zo leuk.”

En het contact met de realiteit? „Wij denken niet in geld, maar in getallen”, valt zijn collega Arnout Kroezen (35) hem bij. „Je moet het zien als een spelletje en je niet laten meeslepen door die grote bedragen.”

Een spel waarbij je wel goed op de risico's moet blijven letten, erkennen beiden. Eén tikfout en er staan duizend orders te veel op het scherm. „Daarom hebben wij meerdere veiligheidspallen ingebouwd”, zegt Arnout. „Wij kunnen bijvoorbeeld maximaal duizend contracten tegelijk afsluiten. Meer willen we ook niet.” Dat is anders op de handelsvloeren van grote banken. „Daar zijn het echt jonge jongens, cowboys, die spelen met geld. Die worden beloond voor grote uitslagen.”

Met wat minder risico is er ook goed aan te verdienen, als er maar beweging is op de markt. Of de beurs omhoog of omlaag gaat, maakt niet zoveel uit. „Als het niet druk genoeg is, dwaal ik af”, zegt Arne. „Hoe drukker hoe beter. Dan kom ik wel gesloopt thuis, maar het zijn de mooiste dagen.”

Alhoewel, soms gebeurt er iets waar zelfs hij als doorgewinterde handelaar niet aan wil verdienen. 11 september 2001 bijvoorbeeld, toen de beurs loodrecht naar beneden ging na de aanslagen in New York. „Het was chaos. Toen de tweede toren naar beneden kwam, ben ik weggegaan. Wat er gebeurde was zo heftig, dat was geen spel meer.”