Arthur Scargill uit 'zijn' vakbond gezet

Arthur Scargill, de legendarische vakbondsman die Britse mijnwerkers aanvoerde in een staking van een jaar tegen het bewind van Margaret Thatcher, wordt als lid geroyeerd door zijn eigen vakbond, de National Miners Union (NUM).

De 72-jarige Scargill zag zich na het mislukken van de staking in 1985 beloond met het levenslange voorzitterschap van de NUM, maar legde die functie in 2002 neer. Sindsdien is hij beschuldigd van onoorbaar profiteren van vakbondsfondsen, onder andere door een betaald appartement in het Londense Barbican-complex, en declareren van brandstof en een alarm voor zijn huis in Yorkshires voormalig mijngebied.

Scargill behoort tot een groep van voormalige NUM-prominenten die de wacht aangezegd kregen, formeel omdat ze niet langer geacht worden stemrecht te kunnen uitoefenen als „volwaardig lid”. Scargill ziet het als wraak en zegt in beroep te zullen gaan.

De NUM telde op zijn hoogtepunt een half miljoen leden, nu minder dan 5.000. Scargill speelde een belangrijke rol bij de val van het Conservatieve kabinet van Edward Heath in 1974, die werd veroorzaakt door een mijnwerkersstaking. Thatcher overwon de mijnwerkersmacht, maar vervreemdde hele generaties van hun afstammelingen en sympathisanten door gewelddadige confrontaties met de stakers. Scargill demoniseerde Thatcher en de baas van de National Coal Board, Sir Ian McGregor, als degenen die erop uit waren de kolenindustrie te vernietigen. Feitelijk kreeg hij gelijk: de Conservatieven kozen voor gas en van 170 mijnen met 187.000 werknemers zijn er nog maar een tiental over.

Dat Scargill met lege handen uit de staking kwam en een splitsing in de mijnwerkersbeweging veroorzaakte, gaf grond aan de beschuldiging dat hij slechts een oproerkraaier was en een ijdeltuit, meer geïnteresseerd in zijn eigen prominentie en zijn föhn (de befaamde haardos) dan in het lot van de mijnwerkers.