Ze stoppen met groeien op hun twaalfde

De vroegste inwoners van Congo waren pygmeeën. En die wonen er nog steeds, zoals de 52-jarige Nzamburba die hier op de foto te zien is. Hij is deze week gefotografeerd net ten westen van de Congolese stad Goma. Op zijn hoofd draagt hij de huid van een wilde kat.

Pygmeeën hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat de mannen doorgaans niet langer worden dan 1.50 meter; de vrouwen zijn gemiddeld 8 centimeter korter.

Pygmeeën leven niet alleen in Afrika, maar ook in Zuid-Amerika en Azië. Het woord pygmee komt van het Griekse ‘pygmaios’, dat ‘zo groot als een vuist’ betekent. De oudste vermeldingen van pygmeeën komen voor bij de Egyptenaren rond 2.500 v. Chr. De verschillende pygmeeënvolken over de wereld zijn niet aan elkaar verwant.

De Pygmeeën blijven klein omdat ze een geringe levensverwachting hebben, zo bleek in 2007 uit onderzoek. Niet doordat hun korte statuur voordelen zou bieden in dichtbebost gebied, en het komt ook niet door voedseltekorten dat ze klein blijven. Het kleine postuur is ook niet ‘handig’ voor de warmteregulatie, wat lang gedacht is. In feite stoppen ze met groeien omdat ze anders niet genoeg tijd hebben om kinderen te krijgen en op te voeden, zo bleek uit het onderzoek. Ze groeien vrij normaal tot hun twaalfde jaar, en houden er dan gewoon mee op.

Op hun vijftiende ligt de gemiddelde levensverwachting van pygmeeën tussen de 20 en 32 jaar, bij bosjesmannen in de Kalahariwoestijn is dat rond de 44 jaar.

Dit levenspatroon lijkt in feite meer op dat van chimpansees dan op dat van mensen, met hun voor primaten ongewoon uitgerekte levenspatroon, zo schreven de onderzoekers van de Universiteit van Cambridge in 2007.