Watermassa verzwelgt ook de oogst

Ook de katoenoogst in Pakistan is zwaar getroffen door de overstromingen. Dat is extra bitter voor de boeren, omdat katoen dit jaar veel oplevert op de wereldmarkt.

Twee of drie dagen. Hoogstens vier. Zolang kan katoen overleven onder water. Daarna is het afgelopen, zegt katoenfabrikant Aqeel-ur-Rehman Bhutta (42) uit Multan.

Bhutta kijkt met een mistroostig gezicht naar de bruine watermassa die tegen de glooiing van een smalle landweg aankabbelt. Hier in het zuiden van Punjab, in het hart van Pakistan, heeft het onstuimige water van de Indus en de Chenab uitgestrekte katoenvelden en duizenden dichtbegroeide boomgaarden van mango’s overspoeld. Grote delen van de beste landbouwgebieden van Pakistan staan al bijna drie weken onder water.

Niemand kan nog zeggen hoe hoog de totale schade zal uitpakken. Maar dat de economische terugslag gigantisch is, staat vast. Niet alleen oogsten zijn vernield. Over de hele lengte van noord naar zuid zijn in Pakistan wegen, bruggen en irrigatiekanalen weggeslagen. Het stroomgebied van de machtige Indus, de levensader van het land, is een rampgebied geworden. Herstel van de infrastructuur zal jaren vergen.

Bhutta woont in de miljoenenstad Multan. Als het plukseizoen voor katoen van start gaat, begin oktober, verhuist hij naar zijn fabriek in een dorpje op het afgelegen platteland, tachtig kilometer naar het zuiden. Daar ondergaat de ruwe katoen haar eerste bewerking. De witte hopen worden via een pijp in de ontkorrelmachines gezogen die de katoen van zaden ontdoen. De gezuiverde katoen wordt samengeperst tot balen van gemiddeld 180 kilo, bestemd voor spinnerijen en exporteurs.

De katoenboeren wier land onder water staat, incasseren de zwaarste klappen, zegt Bhutta. Én de tienduizenden vrouwen en meisjes die elk jaar de velden intrekken om de katoen te plukken. De boeren hebben hun oogst verloren. Velen blijven zitten met schulden die ze hebben gemaakt om de katoen tot groei te brengen. En voor het verarmde, landloze leger van de katoenpluksters geldt dat er de komende maanden niets te verdienen valt. „Het is een drama”, zegt Bhutta. „Hoe kunnen ze overleven? ”

Het wassende water heeft een grillig patroon gegrift. Op verhoogde stukken grond en op dijken langs lang geleden gegraven irrigatiekanalen zijn de ontheemden neergestreken. Sommigen hebben huisraad mee kunnen nemen, op karren of op de rug. Onder de schaduw van bomen zitten hele gezinnen in het stof van passerende vrachtauto’s en pendelbusjes. Daar slapen ze ’s nachts ook, samen met het vee dat ze bij zich hebben: een paar melkkoeien, een waterbuffel, geiten, een muilezel en soms kippen.

Er ligt een scherpe scheidslijn tussen de slachtoffers en de boeren die geluk hebben gehad. Rechts van een verhoogde zandweg zijn, wuivend in de wind, de groene velden te zien van katoenplanten. De planten staan er goed bij, de oogst belooft veel groter uit te vallen dan in de afgelopen jaren, concludeert Bhutta met een kennersoog. Links reikt een bruine watermassa tot aan de horizon. Een man heeft een trap in het water gezet en probeert zo zijn mango’s te plukken. Naast zijn boomgaard lagen uitgestrekte katoenvelden. Nu steken daar alleen donkerbruine, verrotte stengels omhoog.

Voor de getroffen boeren is de tegenslag extra bitter omdat ze tot voor kort niet alleen mochten rekenen op recordoogsten, maar ook op recordprijzen. Vorig seizoen produceerde Pakistan 12,7 miljoen balen ruwe katoen.

Vervolg Katoen: pagina 13

Katoenboer Ishaq rekent zijn verlies voor

Tienduizenden vrouwen en meisjes die elk jaar katoen plukken zitten straks zonder werk

Voor het komende oogstseizoen voorspelden deskundigen een productiestijging tot 16,5 miljoen. Daar moet nu zeker 20 procent van worden afgetrokken, denkt Bhutta. „Maar zekerheid zal er pas over enkele weken zijn”.

De hoge prijzen zijn te danken aan de bloeiende textielindustrie in China. Door de sterk gestegen vraag naar katoengarens is de Pakistaanse uitvoer daarvan naar China de afgelopen jaren verdubbeld. Pakistan is in omvang de derde katoenproducent ter wereld, en de grootste exporteur van katoengarens. Na vele slechte jaren met lage prijzen zag de toekomst voor de Pakistaanse katoenboeren er plotseling weer zonnig uit. Vorig jaar schommelde de katoenprijs rond 2.600 rupee (ongeveer 25 euro) per maund, de standaardmaat van ruim 37 kilo waarmee de katoenhandel rekent. Dat was een historisch hoogtepunt. Dit jaar is opnieuw sprake van een explosieve stijging, tot boven 6.000 rupee (55 euro) per maund op dit moment.

Mohammad Ishaq (35) is een van de duizenden slachtoffers die nu niet zullen profiteren van de hausse. Hij bezit meer dan vijftig hectare land. Ruim 60 procent daarvan staat onder water. En de planten op de akkers die zijn gespaard, hebben te lijden gehad van hevige regenval. Ishaq kan zijn verlies snel voorrekenen. Bij een opbrengst van ruim 95 maund katoen per hectare zou hij bij de marktprijs van vorig jaar ongeveer 240.000 rupee (ruim 2.200 euro) per hectare hebben ontvangen. Omdat het prijsniveau nu veel hoger ligt, had hij in het komende seizoen waarschijnlijk veel meer gekregen. Die inkomsten loopt hij nu mis. Wel heeft hij sinds mei al 49.000 rupee (ruim 450 euro) per hectare uitgegeven aan zaaigoed, kunstmest en pesticide. In andere jaren is dat een normale investering, nu is het puur verlies.

Ishaq is een gelovig man. ‘Alle Zegen Komt van Boven’, staat in het Urdu en in het Arabisch op een illustratie op de muur van zijn eetkamer. „Ik zal deze tegenslag wel overleven. Er zullen ook betere tijden komen”, zegt hij. Ishaq zegt dat hij begaan is met het lot van de honderden vrouwen die normaal zijn katoen plukken. Voor hen is er straks geen werk. Hij zegt hen zoveel mogelijk te willen helpen, maar dat hij ook niet voor iedereen kan zorgen. Ongeveer veertig mensen, dakloos geworden door de overstromingen, bivakkeren sinds een paar weken op zijn erf. Zijn vrouw en hij geven hen te eten en te drinken.

Katoenfabrikant Bhutta denkt er net zo over. Om rendabel te draaien moet zijn fabriek zeker 15.000 balen produceren. „Ik mag blij zijn als ik komend seizoen 7.000 tot 8.000 balen haal”, zegt hij. Dat betekent dat hij verlies zal maken. Maar dat hoort bij het zakendoen, zegt hij. Het ene jaar verlies je, het andere jaar maak je winst. De landloze arbeiders staan er slechter voor dan hij, zegt Bhutta. „Zij zitten in een uitzichtloze positie. Ze kunnen alleen overleven als de regering hen helpt.”