Twijfel over nut van regering na aanslag

In Somalië vond gisteren opnieuw een zware aanslag plaats. Trek de vredesmissie terug en laat de regering desnoods vallen, zegt een analist. „Die werken alleen maar averechts.”

De aanslag was een van de bloedigste en brutaalste in de geweldsspiraal die al twintig jaar duurt. Radicaal-islamitische strijders, gekleed in uniformen van het regeringsleger, drongen gisterochtend al schietend een hotel binnen in het door Afrikaanse vredesmilitairen bewaakte gebied in de hoofdstad Mogadishu. Midden in de Somalische variant van de Iraakse Groene Zone schoten de aanvallers hun wapens leeg, zeker één van hen blies zichzelf ook op. Meer dan dertig hotelgasten werden gedood onder wie zes parlementsleden.

Voor Bronwyn Bruton vormt de aanval het zoveelste argument dat de internationale gemeenschap geen extra politieke en militaire steun moet geven aan de Somalische regering, maar juist afstand moet nemen. Trek de ruim zesduizend vredesmilitairen terug, laat de regering desnoods vallen: alleen dan, luidt de paradox, kan Al-Shabaab verslagen worden, de extremistengroepering die ook de jongste aanval heeft opgeëist.

Brutons pleidooi voor ‘constructieve verwijdering’ (constructive disengagement) ten opzichte van de officiële, door de internationale gemeenschap erkende regering van Somalië verdeelt analisten. Geen enkele waarnemer heeft eerder zo’n radicaal standpunt ingenomen. Bruton ontvouwde haar visie in een in maart al door de Amerikaanse Council on Foreign Relations gepubliceerd rapport.

Als gevolg van de internationale steun, betoogt Bruton, zien de traditioneel eigenzinnige Somaliërs de regering (TFG) vooral als een verlengstuk van buitenlandse bemoeials. De machteloze regering is er ook niet in geslaagd om in enige basisbehoefte van de bevolking te voorzien. De TFG is dus een ideaal propaganda-instrument voor Al-Shabaab bij het rekruteren van jonge strijders. De Somalische regering en de vredesmilitairen waarvan zij afhankelijk is, zijn volgens Bruton geen oplossing, maar juist onderdeel van het probleem.

Door minder geld, wapens en andere steun te geven valt de TFG misschien wel om, maar vervolgens zal het heterogene Al-Shabaab ten onder gaan aan onderlinge verdeeldheid en aan weerstand onder de bevolking, meent Bruton. Zolang Al-Shabaab strijdt tegen ‘buitenlandse indringers’, worden de extremisten geduld door een deel van de bevolking. Zonder zo’n zondebok zullen de van oudsher religieus gematigde en langs clanlijnen verdeelde Somaliërs zich tegen de fundamentalistische decreten van Al-Shabaab keren, luidt Brutons redenering. Vervolgens moet de internationale gemeenschap iedere mogelijke vorm van nieuw, decentraal gezag in Somalië accepteren. Enige voorwaarde is dat dit gezag geen terroristen sponsort en humanitaire hulp toelaat.

De kans is groot dat de aanslag van gisteren een tegenovergestelde reactie losmaakt. Eerdere aanslagen en terreinwinst van Al-Shabaab hebben steeds geleid tot meer geld en wapens voor de TFG. Oeganda heeft meer vredesmilitairen naar Mogadishu gestuurd in reactie op de terreuraanslagen van Al-Shabaab vorige maand in Kampala. De VS betaalden vorig jaar al veertig ton wapens voor de TFG. De Europese Unie leidt in Oeganda Somalische regeringssoldaten op. Wat overheerst is de vrees dat Al-Shabaab zal proberen ook aanslagen te plegen in het Westen.

Volgens Bruton heeft Oeganda een vergissing begaan door in reactie op de aanslagen in Kampala nog meer vredesmilitairen naar Mogadishu te sturen. Oeganda is de grootste leverancier. „Oeganda legitimeert de TFG, en daarmee de strijd van Al-Shabaab”, zegt Bruton. „Het werkt averechts.”

Ernst Jan Hogendoorn van de International Crisis Group meent ook dat de oplossing in Somalië „alleen een politieke kan zijn, geen militaire”. President Sheikh Sharif mag dan een ‘gematigde fundamentalist’ zijn, zijn TFG is er niet in geslaagd de „hearts and minds” van de bevolking te winnen. Toch, meent Hogendoorn, is de TFG nodig om Al-Shabaab te ondermijnen.

Hogendoorn, vanuit Nairobi: „Ik geloof ook dat de oplossing gezocht moet worden bij de clans en plaatselijke machtsfactoren. Centraal gezag heeft in Somalië nog nooit gewerkt. Maar we kunnen de TFG wel gebruiken om relatief gematigde opstandelingen te betrekken bij de invloedrijke clanleiders en religieuze leiders die nu al met de TFG samenwerken.”

De TFG moet volgens Hogendoorn minder een centraal gezag nastreven, en meer gaan functioneren als een shura, een traditionele Arabische consultatiemethode waarbij bevolkingsgroepen hun kwesties uitspreken. Het naar schatting tienduizend man sterke Al-Shabaab is te klein om heel Zuid- en Centraal-Somalië effectief te besturen, een deel van de strijders gebruikt de gevreesde zwarte vlag van de groepering bovendien vooral als een dekmantel om meer particuliere belangen na te jagen. Hogendoorn: „Het draait soms om terroristische motieven, maar misschien nog wel vaker om lokale. Dat biedt ook kansen.”

Hogendoorn noemt nog een argument waarom de TFG behouden moet blijven. „Anders krijgen de strijders die wel de harde lijn volgen, definitief vrij spel. Somalië wordt dan een soort Afghanistan van voor 9/11, waar de Talibaan onderdak boden aan Al-Qaeda.”

Bruton: „De TFG is corrupt en wil helemaal geen invloed delen met ‘gematigde’ opstandelingen. De regering is vooral een voedingsbodem voor radicalisering. Bovendien heeft Al-Shabaab al trainingskampen in Somalië, wat maakt de val van een paar huizenblokken in Mogadishu nog uit?”