'Tien kopers voor elke keten'

Winkelconcern Maxeda rapporteerde gisteren een groeiende omzet en winst. De onderdelen van het concern zullen afzonderlijk worden verkocht.

Warenhuisketen V&D en de bijbehorende restaurantketen LaPlace zullen „binnen drie maanden” verkocht worden. Dat zegt de Britse bestuursvoorzitter Tony DeNunzio van Maxeda, eigenaar van beide ketens. Maxeda is nu „in de fase waarin we met een select groepje geïnteresseerden verder onderhandelen”, aldus DeNunzio. Over welke partijen dat zijn en wat de overnameprijs zal worden, wil hij niets zeggen.

Begin dit jaar zette Maxeda (behalve V&D en LaPlace, bestaande uit warenhuis De Bijenkorf, lingeriespecialist Hunkemöller en damesmodeketen M&S Mode) zijn modetak in de verkoop. De investeringsmaatschappijen KKR, Cinven, Permira en Alpinvest, die in 2004 het cluster van winkelketens uit het Vendex-KBB-concern opkochten en onderbrachten in het bedrijf Maxeda, achten de tijd nu rijp om de grote warenhuizen en de kledingwinkels van de hand te doen.

Gisteren meldde het concern een omzet voor het eerste half jaar van 1,573 miljard euro, een omzetgroei van 1,6 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar geleden. In dat jaar leverde Maxeda echter omzet in. Niettemin zei het bedrijf toen, en ook nu weer, „beter te presteren dan de markt”. In 2009 daalde de markt exclusief voeding met 7,1 procent, maar ging de omzet van het concern ‘slechts’ met 1,2 procent naar beneden. En waar de markt in de eerste helft van dit jaar opnieuw enkele procenten inleverde, boekte Maxeda een groei.

Topman DeNunzio zei gisteren „zeer tevreden” te zijn met de halfjaarresultaten. Bij alle modewinkelketens van Maxeda groeide de winst, het hardst bij V&D/La Place, die als eerste van de hand gaan.

Hoe komt het dat de modetak het in het laatste half jaar zo goed heeft gedaan?

„Dat is te danken aan onze excellente marketing, een heel sterke sturing op de marges, en ook aan kostenbesparingen. De bedrijven zijn in ons beheer steeds beter geworden. Sinds 2005 zijn ze vier keer zoveel winst gaan opleveren.”

Maar waarom verkoopt u dan juist die bedrijven die zo goed draaien?

„Ze zijn nu zo ver dat ze op eigen benen kunnen staan, als onafhankelijke winkelformules.”

U wilt ze afzonderlijk verkopen?

„Ja, voor iedere formule op zich bleek significante belangstelling te bestaan. Voor elke keten hebben zich meer dan tien potentiële kopers gemeld. Daarop hebben wij besloten ze allemaal apart te verkopen.”

Waarom verkoopt u ze nu? In het huidige economische klimaat zult u er niet de hoofdprijs voor krijgen.

„Het gaat niet alleen om de prijs, het gaat er ook om dat alle belanghebbenden er het best mee gediend zijn. We zien hier een kans omdat op dit moment alle modeonderdelen uitstekend presteren en de financiële markten genoeg hersteld zijn om er kopers voor aan te trekken.”

Heeft u ook plannen om de doe-het-zelfketens te verkopen?

„Nee, daarvoor is het nog te vroeg. De doe-het-zelfketens vormen het grootste deel van ons bedrijfsresultaat: 77 miljoen euro tegen 48 miljoen euro in de mode. We denken dat we binnen het doe-het-zelfsegment het aantal winkels nog kunnen uitbreiden en de bedrijven nog verder te kunnen verbeteren. Het is het onderdeel dat het meeste geld genereert, en er is ruimte om er nog meer winst uit te halen.”