The maximum force takes it all

Al een paar maanden hoor ik een vreemd geluid bij mijn norse buurjongen vandaan komen. Het is een doordringend piepen, dat maar een paar seconden duurt. Het klinkt bijna precies als de wekker die ik vroeger had, een zwarte digitale, waarvan de rode cijfers in het donker oplichtten en je vilein leken aan te kijken als je niet kon slapen.

Maar ik begin het idee te krijgen dat het geluid bij mijn buurjongen niet van een wekker afkomstig is. Ik hoor het op alle tijdstippen van de dag, soms zelfs ’s nachts als ik even wakker word. Daarbij klinkt het altijd een aantal keer achter elkaar. Natuurlijk kan hij een nachtbrakende flexwerker zijn met een innige liefde voor de snoozeknop, maar zelfs daarvoor lijkt het me te onregelmatig. Een paar dagen geleden kwam een vriend langs die me verlossing gaf: „Hee”, zei hij. „Je buren spelen online poker. Ik hoor het ‘last bet’ geluidje.”

Mijn buurjongen is dus een online pokeraar. En een zeer intensieve, die ook tot diep in de doordeweekse nachten met zijn digitale fiches schuift. Dit kan twee dingen betekenen: óf hij is verschrikkelijk goed. Hij is een pokerwonder, zo’n jongen die eerst een simpele postsorteerder was en nu in stilte fortuinen verdient met pokeren, online én in real life, onder een geinige naam als MadMax1, met bijbehorende excentrieke kenmerken als een spiegelende zonnebril en de catchfrase: „The maximum force takes it… all.” Hij is nors door de continue mentale druk die dit met zich mee brengt.

Óf hij kan er helemaal niets van. Hij is postsorteerder, maar vergokt onder een geinige naam als MadMax1 al zijn verdiende geld online. Hij komt zijn huis niet meer uit zonder spiegelende zonnebril, wordt steeds bleker van het slaaptekort, verliest contact met vrienden en familie: hij is verslaafd. Niemand houdt van hem, ook de kaarten niet. Geen wonder dat hij nors is.

Vandaag hoorde ik dat een commissie demissionair minister Hirsch Ballin adviseert online pokeren legaal te maken. Het is het meest gespeelde kansspel, zo redeneren zij, en het verslavingsgehalte is klein.

Ik wist niet eens dat online pokeren illegaal was, en van mij mag het zeker legaal worden. Het lijkt mij geen kansspel: sommige mensen zijn er beter in dan anderen. Maar of je er niet verslaafd aan kan raken, betwijfel ik. De piepjes die ik hoor zijn weliswaar niet hetzelfde als het snuifgeluid van een lijntje coke, maar het is toch ook niet helemaal vergelijkbaar met een hevig enthousiasme voor het spelletje Tetris.

Ondanks zijn norsheid probeer ik nu toch wat liever naar mijn buurjongen te glimlachen. In het ene geval is het voor hem fijn om wat vriendelijkheid te ontvangen in moeilijke tijden. In het andere geval hoop ik dat hij aan me denkt, als hij eenmaal zijn pokerimperium wil delen.

Renske de Greef