Overlast? Dat zijn vaak bijzondere mensen

De woningcorporatie wil tevreden huurders in een leefbare wijk. Dus sust sociaal beheerder Erik de Lange conflicten tussen bewoners en biedt asocialen een ‘laatste kans’. „Ik wil een probleem oplossen en zoek geen schuldigen.”

De portiekbewoner begint plotseling zachtjes te huilen. „Ik loop hier mijn leven te verkloten”, zegt hij. „Ik voel me niet vrij als iemand me zo in de deuropening staat op te wachten.”

Hij leeft al jaren in onmin met een buurvrouw. Ze klaagt bij het geringste geluid. En nu begint ze ook te intimideren.

Erik de Lange van de Utrechtse woningcorporatie Portaal luistert aandachtig naar de vriendelijk ogende man. „Het is de eerste keer dat u klaagt, waarom nooit eerder?” Volgens de verdrietige man, die parttime werkt, is zijn manier van doen nu eenmaal vriendelijk. „Ik liet het te lang doorzeuren.” En waarom heeft de andere buurvrouw in het portiek geen klachten? De huurder: „Die vrouw zegt: het is niet erg, want ik zie het leven toch niet zitten.”

De Lange voert dagelijks dit soort gesprekken. Als sociaal beheerder bij Portaal heeft hij niet alleen te maken met bewonersklachten over overlast. Hij maakt afspraken met hulporganisaties en gemeente over huisvesting van ‘bijzondere doelgroepen’, zoals verslaafden, daklozen of mensen met psychische problemen. Soms grijpt hij in bij asociale huurders, die een laatste kans krijgen. En hij bemoeit zich met huurders voor wie ontruiming dreigt door huurschuld.

„Overlast vind ik het interessantste”, zegt hij. „Het zijn vaak bijzondere mensen die overlast veroorzaken.”

De Lange vertelt wat een sociaal beheerder moet kunnen. „Je moet iets in je hebben van willen helpen”, zegt hij. „En een open houding: goed luisteren en doorvragen. Ik zeg ook dat ik niet van de recherche ben: ik wil een probleem oplossen en zoek geen schuldigen.” Zo blijkt bij overlastklachten geregeld dat de klager zelf in problemen zit: kapotte relatie, baanverlies.

De Lange probeert bewoners altijd om de tafel te krijgen: „Ik vraag ook of de mensen dat zelf al hebben geprobeerd. Je merkt dat ze vaak bang zijn buren aan te spreken op afwijkend gedrag.”

Waarom Portaal, dat ook inburgering en opleiding stimuleert, die inspanningen doet? „We hebben belang bij tevreden huurders en een leefbare wijk.”

Het appartement van de huurder die geluidsoverlast zou veroorzaken, oogt als een studentenkamer. De Lange legt opties voor om de wrijving op te lossen. Bij de suggestie dat de bewoner zelf met zijn buurvrouw kan gaan praten, komt z’n moeder ertussen. „Dat je nu alle ramen en roosters dichtdeed, zegt genoeg. Zo hoor je niet te leven”, houdt ze haar 33-jarige zoon voor. Maar als de buurvrouw „stemming in de buurt” maakt?

De Lange biedt aan naar de buurvrouw te gaan. De huurder mag er enkele dagen over nadenken. Hij krijgt de geruststelling dat Portaal hem weghaalt „als het uit de klauw loopt”.

Teruglopend naar z’n auto, wijst De Lange naar de benedenwoning van een alcoholist. Hij haalde hem uit een vervuilde flat in de wijk Overvecht. Nu, in deze buurt nabij het Utrechtse centrum, krijgt hij een laatste kans. Grijpt hij die niet, dan dreigt uitzetting.

Die middag heeft De Lange een evaluatiegesprek met een dertiger uit Overvecht, een man met een Wajong-uitkering, die ook aan het ‘laatste-kanstraject’ meedoet.

De Lange: „Z’n vrienden veroorzaakten zware overlast. Een van hen liet meisjes voor zich lopen. Z’n woning was een gebruikershol.” Portaal schakelde een uit de AWBZ betaalde woonbegeleider in.

Huurders in zo’n traject hebben meestal verslavings- en psychische problemen. De Lange krijgt privacygevoelige gegevens uit hun dossiers onder ogen: „Hulporganisaties mogen die informatie aan de woningcorporatie geven. Een huurder tekent bij de ‘laatste kans’ een verklaring dat hij hiermee instemt.”

Het gesprek met de ‘laatste-kanser’ vindt plaats bij stichting Het Vierde Huis, die gemeenten en corporaties helpt bij woonproblemen. Volgens Karin Dekker, coördinator van de woonbegeleiders, is de cliënt „licht schizofreen en ontvlambaar”.

De man ontvangt z’n vrienden intussen niet meer thuis. Maar hij weigerde te verhuizen, verplicht in het laatste-kanstraject. Hij gaat nu naar z’n verslaafde vriendin, die bij een andere corporatie huurt. Die corporatie krijgt wel een briefje van Portaal.

De Lange heeft de man verteld dat het laatste-kanstraject wordt afgesloten. Hij kan de woonbegeleiding houden. „Maar het is de vraag of hij hulp zal inschakelen”, zegt Dekker.

20 van de jaarlijks circa 25 laatste-kansdossiers eindigen volgens De Lange positief: „Dan krijgen we mensen weer zover op de rit dat ze zelfstandig kunnen blijven wonen.” Daarom brengt hij binnenkort een bloemetje bij een gezin van een Marokkaanse huurder wiens zonen de buurt onveilig maakten. Het gezin kreeg een laatste kans en gedraagt zich voorbeeldig. Volgens De Lange heeft Portaal meer met autochtone huurders te stellen dan met allochtone.

Krijgt hij veel met agressie te maken? „Ik kreeg één keer een klap voor m’n kop van een jonge man”, zegt De Lange. „Die sloopte ’s nachts in de achtertuin van zijn moeder ijskasten en andere toestellen.”

Een extreem geval was een psychotische man die met messen over de galerij liep. Kort nadat De Lange hem had aangemeld bij Het Vierde Huis, stak de man thuis een bezoeker neer. Het lukte niet een uitzettingsvonnis te krijgen; de rechter vond dat onderzocht had moeten worden of van noodweer sprake was geweest. Drie maanden later stak de gestoorde man iemand bij een snackbar dood.

Van De Lange mogen „zulke psychiatrische gevallen” wel wat sneller worden opgenomen. „Soms kun je ze beter in een inrichting zetten dan in de wijk integreren. Ze krijgen te veel prikkels, dat kunnen ze niet aan.”

Aan het eind van de middag rijdt De Lange naar Overvecht. Een flatbewoner daar kreeg een uitzettingsvonnis wegens huurachterstand. In het portiek hangen camera’s van de woningcorporatie, bedoeld tegen hangjongeren.

De Lange gaat naar boven en komt een kwartiertje later terug, nog een beetje verbaasd. Hij trof de huurder in een wat duister, naar wiet ruikend appartement, met enkele dure racefietsen, oefengewichten en een groot plat tv-scherm. De man zei niks van een ontruimingsvonnis te weten, want hij hield zijn administratie niet bij.

De Lange: „Ik gaf hem het telefoonnummer van de deurwaarder. Dan betaalt hij de helft en regelt de rest. En hij kan zich melden bij een wijkproject voor hulp bij administratie.”