opinext@nrc.nl

Dan maar niets doen in Pakistan?

Linda Polman slaat de plank mis met haar kritiek dat hulp „altijd en direct aan politieke en militaire doelen is gelinkt” (Opinie, 24 augustus). Voor de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) is het een voorwaarde dat hulp onafhankelijk is van politieke doeleinden en niet discrimineert.

De SHO werken niet op het niveau van overheden, maar op dorpsniveau, dat van de slachtoffers. Dat gebeurt via verschillende lokale organisaties. Polman vermengt de hulp via regeringen met die via particuliere maatschappelijke organisaties. Ten onrechte. Wij zijn geen Amerikaanse regering, geen Talibaan en geen Pakistaans leger. De SHO-organisaties spelen geen rol in de internationale machtspolitiek.

Evenmin besteden ngo’s hulpgeld „als onderdeel van de strijd tegen de terroristische groeperingen”. De hulporganisaties hebben juist last van de wereldwijde ingevoerde antiterreurwetten, omdat overheden die wetten gebruiken om kritische medewerkers monddood te maken. Overheden hebben soms politieke bedoelingen met noodhulp, maar voor de SHO-organisaties tellen alleen de slachtoffers. Overigens geldt het omgekeerde ook: landen die geen noodhulp bieden, kunnen daar een politiek doel mee hebben.

De SHO besteden het geld via kanalen die al heel lang bekend en vertrouwd zijn. Controle gebeurt via fraudeprotocollen, onderzoeksmissies, verslaglegging, rapportages, veldbezoeken et cetera. De SHO houden zich aan internationale gedragscodes en eisen naleving daarvan door de lokale organisaties. Daarover zwijgt Polman.

Het lijkt erop dat voor Polman niets doen een oplossing is. Dat leidt immers tot de minste dilemma’s. Wij kiezen ervoor om de slachtoffers van deze overstroming niet aan hun lot over te laten en getroffen Pakistanen weer een toekomst te geven.

Jan van Doggenaar

Voorzitter SHO-actie voor Pakistan