Koos at blijkbaar de goede patat

Koos Moerenhout besloot zijn laatste etappekoers gisteren met een tweede plek.

Nog vijf koersdagen, inclusief WK-wegrit, en dan zit zijn wielercarrière erop.

Koos Moerenhout gisteren na de afsluitende tijdrit in de Eneco Tour, in het Belgische Genk. Foto Cor Vos Koos Moerenhout gisteren na de afsluitende tijdrit in de Eneco Tour. Foto Cor Vos Genk - Belgie - wielrennen - cycling - radsport - cyclisme - ENECO Tour - 7e etappe - tijdrit in Genk - tijdrijden - contyre le montre TT - Koos Moerenhout (Rabobank) - foto Cor Vos ©2010 Cor Vos

Breeduit lachend, een en al gezondheid uitstralend, staat routinier Koos Moerenhout op het erepodium van de Eneco Tour. Vijfde in de slottijdrit, tweede in het eindklassement. Hij staat midden tussen de toekomst van het mondiale profwielrennen, eindwinnaar Tony Martin (25) en nummer drie Edvald Boasson Hagen (23). Nog één keer de kussen van de rondemiss, bij deze speciale gelegenheid Leontien Zijlaard-van Moorsel, die nog fietste met zijn vrouw Edith Klep. Nog één keer toegejuicht door het publiek, voor het stadhuis in hetBelgische Genk. „Mooi om zo afscheid te nemen.”

Moerenhout (36) maakte tijdens de afgelopen Tour de France bekend dat hij na vijftien jaar stopt als profwielrenner. „Ik wil stoppen op een moment dat mijn niveau nog goed is”, sprak hij op de tweede rustdag in Pau. Om vervolgens in dienst van de kopmannen Robert Gesink en Denis Mensjov uit te blinken in de Pyreneeën en als zesde te eindigen in de slottijdrit. En drie weken later nog genoeg over te hebben om in Ronse de zwaarste etappe te winnen in de Eneco Tour en tot het laatst mee te doen om de eindzege. „Ik ben nu bezig met mijn eindsprint. Vooralsnog gaat het vrij goed.”

Erik Breukink, technisch directeur van de Raboploeg, keek er niet van op dat Moerenhout er gisterochtend vroeg bij was om de 16,9 kilometer lange tijdrit te verkennen. „Koos is altijd al serieus met zijn sport bezig. Sinds hij voor zichzelf heeft beslist dat hij er na dit seizoen mee ophoudt, lijkt het wel of er nog extra motivatie vrij komt. Ik had dat zelf ook in mijn laatste jaar als renner. Ik werd in 1997 Nederlands kampioen tijdrijden en zevende op de WK-tijdrit in San Sebastian. Dan zegt iedereen dat je nog een jaar moet doorgaan, dat hoort Koos nu ook steeds. Maar je kunt het juist opbrengen omdat je weet dat het de laatste loodjes zijn. Ik vind het een mooie manier om te stoppen.”

Het naderende afscheid van de tweevoudig nationaal kampioen op de weg markeert het einde van een succesvolle generatie Nederlandse renners, die opkwam in de eerste helft van de jaren negentig. ‘Patatgeneratie’ werden ze aanvankelijk genoemd door kritische volgers, verwend met volop Nederlands succes in de jaren zeventig en tachtig. Maar de wielersport mondialiseerde. Spanjaarden en Italianen hadden aanvankelijk een voorsprong door het gebruik van het verboden eiwithormoon epo. „Toch hebben wij het achteraf gezien niet zo slecht gedaan”, zegt Servais Knaven, vorige week gestopt in de profronde van Etten-Leur en in de Eneco Tour ploegleider bij Milram. „We hebben mooie koersen gewonnen, overal vooraan meegedaan en allemaal een lange carrière gehad. Blijkbaar aten we toch wel de goeie patat.”

Moerenhout was in eerste instantie niet de meest opvallende renner van een generatie die vanaf 1996 werd aangevoerd door Michael Boogerd, jarenlang het Nederlandse boegbeeld in klassiekers en Tour. Ook Erik Dekker, Jeroen Blijlevens, Knaven en Leon van Bon wonnen op het allerhoogste niveau. En Moerenhout? „Koos heeft er wat langer over gedaan”, zegt Knaven. „Ik denk dat hij juist daarom de laatste jaren nog zo goed presteert.”

Als junior bij de Hoekse Renners haalde toenmalig bondscoach Egon van Kessel hem bij de nationale selectie, met onder meer Boogerd, Van Bon en Van Heeswijk. „Als hij echt mager stond, kon hij een goede tijdrit rijden en bergop lang bijblijven”, herinnert Boogerd zich. „Ik heb lang gedacht dat hij heel goed zou worden”, zegt Van Kessel. „Koos reed betere uitslagen dan Boogerd.”

Bij de profs is hij na een stagejaar bij het Amerikaanse Motorola (met vrienden Van Heeswijk en AxelMerckx) aanvankelijk vooral knecht. Bij Rabo is hij in 1999 sterk in een barre editie van de Waalse Pijl (achtste) en wint hij een rit en het bergklassement in de Ronde van het Baskenland. Moerenhout rijdt vervolgens voor Domo-Farm Frites en Lotto. In 2005 lijkt hij in Madrid even naar de wereldtitel te sluipen, tot hij in de slotfase nog wordt ingelopen. Zijn stijgende lijn brengt hem een mooi contract bij Phonak van kopman Floyd Landis, die in 2006 de Tour lijkt te winnen maar wegens dopegebruik het geel moet inleveren.

Moerenhout keert terug bij Rabo. Niet om ‘uit te bollen’. Hij cijfert zich ouderwets weg voor ploeggenoten en schittert bij de nationale kampioenschappen. Niemand misgunt hem het rood-wit-blauw in 2007 en 2009, vijanden heeft hij niet in het peloton. „Koos is heel rustig en kan droog uit de hoek komen”, zegt Knaven. „Een beetje met de voeten spelen van een ander, precies de humor van onze generatie.”

Nog vijf koersdagen en dan wordt Koos Moerenhout pr-man bij de Raboploeg, een functie die Boogerd in 2008 niet was gegund. De tweede plaats in Eneco Tour als laatste hoogtepunt? Breukink: „Koos gaat de komende dagen naar Spanje om te trainen. Hij wil per se goed zijn op het WK tijdrijden. Zijn gedrevenheid is nog enorm.”