Koopman van de Dood genoot veel bescherming

Thailand levert een van ’s werelds beruchtste wapenhandelaren uit aan de VS. Rusland wil dat voorkomen. Viktor Bout kent veel geheimen en dat wil Moskou zo houden.

iktor Bout sits in a temporary cell ahead of a hearing at the Criminal Court in Bangkok on August 20, 2010. A Thai appeals court granted a request by the United States for the extradition of Viktor Bout, an alleged Russian arms dealer dubbed the "Merchant of Death". THAILAND OUT AFP PHOTO/Christophe ARCHAMBAULT AFP

De Koopman van de Dood heeft veel schuilnamen. Boris, Viktor Anatoljevitsj, Viktor Boelakin, Vadim Markovitsj Aminov – het zijn slechts vier van de tien aliassen in de Amerikaanse aanklacht tegen een van meest beruchte wapenhandelaren ter wereld. Die wereld kent hem vooral als Viktor Bout, de voormalige Sovjetofficier die in zo’n beetje alle brandhaarden van de afgelopen twintig jaar voor miljarden wapens zou hebben geleverd en wiens levensverhaal de stof opleverde voor de film Lord of War (2005). Over hem is bitter weinig bekend. En over wat er bekend is, wordt nogal eens getwist. Zo zou hij Russisch zijn, maar volgens sommigen is hij Oekraïens. Er wordt gezegd dat hij een gewetenloos monster is omdat hij machetes geleverd zou hebben tijdens de oorlog in Rwanda waarmee honderdenduizenden burgers werden vermoord. Anderen claimen dat hij een familiemens is die het liefst bij zijn vrouw en kinderen is.

Bout wordt ervan beschuldigd tientallen wapenembargo’s te hebben geschonden en wapens te hebben geleverd aan partijen in een lange rij conflicten in de wereld, de ene keer aan rebellen, de andere keer aan regeringen die de rebellen probeerden te bestrijden – en soms aan beide. Hij zou onder meer wapens hebben verkocht in oorlogen in Sierra Leone, Congo en Afghanistan, wat hem de bijnaam Koopman van de Dood opleverde. Binnenkort staat hij terecht in de VS, die jarenlang jacht op hem maakten, voor het samenzweren met terroristen om „onschuldige Amerikanen te doden”. Bout werd in 2008 in Thailand opgepakt nadat hij zou hebben geprobeerd om 700 raketwerpers, 5.000 kalasjnikovs, een miljoen stuks munitie en op afstand bestuurbare, onbemande vliegtuigjes met raketten te verkopen aan Amerikaanse agenten die zich voordeden als leden van de Colombiaanse guerrillabeweging FARC.

Bout zelf heeft altijd volgehouden dat hij een gewone zakenman is die een onschuldig transportbedrijf leidde. Zijn adagium luidde, naar wijlen maffiabaas Al Capone: „Ik ben gewoon een ondernemer die mensen geeft wat ze willen.”

Hoe Viktor Bout jarenlang ongestoord zijn gang kon gaan, zal misschien nooit helemaal duidelijk worden. Details over zijn organisatie zijn schaars. Maar duidelijk is dat het om een wapenimperium ging. Bout beschikte over de grootste particuliere vloot Antonov-cargovliegtuigen ter wereld – vijftig tot zestig toestellen, die hij had opgekocht in landen die vroeger deel uitmaakten van de Sovjet-Unie en die over de hele wereld illegale leveranties konden doen. De wapens en munitie kocht hij in voormalige Sovjetrepublieken waar na de val van het communisme ineens geen centrale controle meer was over de wapenopslagplaatsen die her en der stonden. Bout maakte gebruik van dat vacuüm en kocht militairen om om wapens te verkrijgen. Zijn bedrijf Aircess opereerde via een complex, internationaal netwerk van zo’n dertig brievenbusfirma’s – actief in onder meer België, Bulgarije en , Zuid-Afrika – die voortdurend van naam of eigenaar veranderden om VN-sancties te omzeilen. Bout zelf zou nooit rechtstreeks eigenaar zijn geweest.

Volgens de onderzoeker Douglas Farah van het Amerikaanse International Assessment and Strategy Center en journalist Stephen Braun deed Bout ook zaken met de VN en de NAVO, vaak zonder dat zij het zelf wisten. Farah en Braun deden jarenlang onderzoek naar Bout en schreven het boek Merchant of death: money, guns, planes and the man who makes war possible (2007). Bout zou door de NAVO zijn ingehuurd voor de bevoorrading van troepen in Afghanistan en missies hebben gevlogen voor het Amerikaanse leger in Irak.

Volgens de VN blijkt uit de schaal van Bouts operaties dat hij steun en bescherming genoot in hoge Russische kringen. Voor zijn operaties had hij een onderneming nodig die „goed gefinancierd was, zeer goede connecties had [...]”. Ook Farah en Braun schrijven dat het „hoogst onwaarschijnlijk is dat hij vliegtuigen Rusland uit kon krijgen en de hand kon leggen op enorme hoeveelheden wapens uit sovjetarsenalen, zonder de directe bescherming van de Russische geheime diensten”. Russische media hebben eerder gemeld dat hij zeer goede banden heeft met de Russische vicepremier Igor Setsjin, die weer een oude vriend is van premier en voormalig president Poetin. Voor Rusland zou dat een belangrijke reden zijn om te willen voorkomen dat Bout wordt uitgeleverd. Hij zou gevoeligheden kunnen openbaren over Russische wapenhandel met landen waar strijd gevoerd wordt tegen Amerikaanse soldaten – juist nu president Obama aanstuurt op een „herstel” (reset) van de betrekkingen met Moskou. Minister van Buitenlandse Zaken Lavrov vergeleek het uitleveringsbesluit van Bangkok met een aanval op de Russische staat.