IJskoningin redt te formalistisch familiedrama

Io sono l’amore Regie: Luca Guadagnino. Met: Tilda Swinton, Flavio Parenti, Edoardo Gabbriellini. In: 14 bioscopen. ***

Eigenlijk is Io so no l’amore niet helemaal geschikt voor de nazomer. Het sneeuwt namelijk al in de nieuwe film van de Siciliaanse regisseur Luca Guadagnino (1971) en er staat een kerstboom. Dit familiedrama is misschien meer iets voor december. Dat is de tijd van het jaar dat we ons er graag aan laten herinneren dat films die rondom de winterse eettafel zijn gesitueerd meestal de voorbode zijn van groot onheil. Weldra zal de familie die op het punt staat aan tafel te gaan, uiteen vallen.

Daarop maakt Guadagnino, die ook het scenario schreef, geen uitzondering. In Nederland is hij nog niet zo bekend, terwijl hij toch al een handvol korte en lange fictiefilms en documentaires op zijn naam schreef. Ze hebben één bindende factor: hij werkt graag met de Engelse actrice Tilda Swinton. Swinton is meestal koel en ongenaakbaar als een ijskristal en al helemaal in Io sono l’amore . Ze speelt de Russische trophy wife van een Milanese grootindustrieel van middelbare leeftijd, die in zijn onderdirecteurspak zit te wachten tot zijn vader eindelijk de zeggenschap over het familiebedrijf aan hem overdraagt.

Guadagnino legt het er dik op. De man heeft Tancredi, en in een Italiaanse film een van je karakters Tancredi noemen, is een méér dan opzichtig eerbetoon aan Luchino Visconti’s Il gattopardo (1963), die wereldberoemde klassieker over het verval van de rijke, oude adellijke klasse. Op die Tancredi slaan uit die film de fameuze woorden: ,,Alles moet veranderen, om alles bij het oude te houden”, regels die afkomstig zijn uit de oorspronkelijke roman van G. Tomasi di Lampedusa.

Maar de revolutie komt in Io sono l’amore niet van Tancredi, maar van zijn kinderen, en vooral van zijn echtgenote Emma (Swinton), en haar amourette met de jonge kok Antonio (gebaseerd op de Italiaanse superchef Carlo Cracco, die ook de gerechten die in de film voorbij komen bereidde). Langzamerhand wordt de stijve film uit de openingsbeelden, die het bevroren kapitalisme van z’n hoofdpersonen wilde ontmaskeren, vervangen door een soort Lady Chatterly’s Lover in de Ligurische Alpen, waar Antonio zijn kruidentuin heeft.

Bij vlagen is Io sono l’amore Italiaans familiedrama op z’n best: melodramatisch, operatesk, artificieel gestileerd en helemaal in de lijn van films als Il divo en Vincere die hun weg naar het Nederlandse publiek wel hebben gevonden. Er schuilt echter ook iets ronduit onbevredigends in zoveel filmisch formalisme. Als een andere actrice dan Tilda Swinton de hoofdrol had gespeeld, was de film, ondanks wat scenaristische verrassingseffecten, als een nachtkaars uitgegaan.