Hé, zoek je een kamer?Ik zoek een roommate

Het delen van een kamer met een andere student is vaak een verrijkende ervaring.

Zo versterken we ook nog eens de gemeenschapszin in Nederland.

Je bent student en je wilt op kamers. Zou je met iemand een kamer willen delen? Veel studenten zouden deze vraag beantwoorden met nee. Onze generatie is opgegroeid met een eigen slaapkamer, hecht aan privacy en kijkt uit naar het onafhankelijke leven.

Maar helaas is er, vooral in de grote studentensteden, al jaren een ernstig tekort aan kamers. Dit betekent dat veel studenten niet op een redelijke afstand van de universiteit wonen. Bovendien zijn de kamerprijzen door de enorme vraag schrikbarend hoog. Deze situatie is voor Kamerlid Linda Voorman (GroenLinks) reden om de bestaande huursubsidie ook aan studenten te willen verstrekken. Een sympathiek voorstel, maar in tijden van crisis kunnen we dit overheidsgeld beter besparen.

Er is een alternatief. Een mentaliteitsverandering eigenlijk, die geld bespaart en ook nog eens de gemeenschapszin bevordert.

Het voorstel is simpel: studentenkamers moeten op termijn niet door één persoon maar door twee personen worden bewoond. Dit geldt uiteraard niet voor de kamertjes van 5 vierkante meter die voor één persoon al bijna onbewoonbaar zijn. Maar wel voor een groot aantal (middel-)grote kamers. Veel van mijn generatiegenoten vinden deze kamers soms al te klein: ‘ik heb echt zó veel spullen!’ De eigen kamer geldt als belangrijk voor een succesvolle studietijd: je moet wél je eigen plekje kunnen hebben.

Maar dezelfde generatie maakt zich ook zorgen over de financiële crisis en er bestaat een gevoel van onbehagen over het materialisme en individualisme. Kunnen wij niet juist met bescheidener huisvesting bijdragen aan meer gemeenschapszin?

Maar moeten wij dáárvoor dan onze privacy opofferen, zo luidt de tegenvraag. Begrijpelijk, als je opgroeit in een cultuur waarin eigen bezit op jonge leeftijd heel gewoon is – laptops, iPhones – en individuele vrijheid een belangrijke waarde is. Toch moeten we onszelf afvragen of het niet anders kan. Denken we echt dat we die vier of vijf luttele studiejaren niet overleven met een kamergenoot? De generaties voor ons, die in veel slechtere omstandigheden opgroeiden, hebben ook hun studies weten af te ronden. Zeuren om privacy en een eigen plek, dat deed je toen niet, althans niet op zo’n jonge leeftijd.Toen ik in de Verenigde Staten studeerde, verbaasden studenten zich als ik vertelde dat in Nederland veel studenten een eigen kamer hebben. Wat een luxe, vonden ze. Een roommate daar tijdens je studententijd is niet alleen heel normaal, maar is – zo heb ik ervaren – ontzettend verrijkend: de goede gesprekken heb je vaak ‘s nachts.

Jammer genoeg zijn de meeste Nederlandse huisbazen niet gewend aan zulke ideeën: in Utrecht mocht ik niet met een vriend in één kamer trekken.

Het delen van kamers is bovendien sociaal ten opzichte van alle studenten die gedwongen zijn thuis te blijven wonen. Door meer studenten in staat te stellen in de stad van hun keuze te wonen, bied je hun de kans ook optimaal deel te nemen aan het studentenleven. Er komen plaatsen vrij, de vraag daalt, de prijzen ook en de huurkosten kunnen gedeeld worden. Financieel gaat iedereen erop vooruit. Dat geld kunnen studenten goed gebruiken, ontevreden als ze vaak zijn over hun overheidstoelages.

Misschien moet onze studententijd juist aan de basis staan van een cultuur waarin je offers maakt. Zo bieden we ook een alternatief voor het doorgeslagen materialisme en individualisme. Een kamer delen vergt geduld en aanpassingsvermogen, maar is dikwijls ook een bron van vriendschappen. De fundamentele vraag is: kiezen wij voor een studententijd waarin een eigen stek en privacy als belangrijkste waarden worden gezien, of voor een cultuur waarin we waarden als vriendschap en gemeenschapszin weer benadrukken?

Deze vraag is aan ons, niet aan de overheid. Overheidsgeld moet worden besteed aan mensen die het echt nodig hebben. Wie durft als eerste 50 procent van zijn huurkosten te besparen door een stapelbed te kopen?

Jordi Wiersma, is student klassieke talen in Leiden. Hijs is tevens voorzitter van de werkgroep Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van het CDJA, de jongerenorganisatie van het CDA.