Er gaat toch iets verloren

Mijn vader houdt van computers. Hij kocht onze eerste computer al toen ik één jaar was, voor mijn gevoel niet lang na de tijd dat computers nog een hele zaal besloegen en meer stroom gebruikten dan een middelgrote stad. Die van ons was juist klein, ratelde innemend als je hem opstartte en kende maar één

Mijn vader houdt van computers. Hij kocht onze eerste computer al toen ik één jaar was, voor mijn gevoel niet lang na de tijd dat computers nog een hele zaal besloegen en meer stroom gebruikten dan een middelgrote stad. Die van ons was juist klein, ratelde innemend als je hem opstartte en kende maar één kleur: helgroen. Er zat een spelletje op dat Mix and Match heette waar je Sesamstraatfiguren kon husselen door bijvoorbeeld de voeten van Pino onder het lijf van Ernie te plakken. Elk husselresultaat werd voorafgegaan door een Koekiemonster met koksmuts op, die in een grote pan soep roerde. Ik leefde voor dat Koekiemonster. Ik denk dat ik mijn gehele derde levensjaar in trance achter het beeldscherm heb doorgebracht.

Het meest trots was mijn vader nog wel op het merk: het was een Apple. Hij was een Apple-adept van het eerste uur. Door het hele huis kon je dat enthousiasme terugvinden: ik had Apple-stickers op mijn deur, we gebruikten louter Apple-muismatten en met Kerstmis kocht mijn moeder een zak plastic Tuincentrum-appeltjes, beschilderde die in de bekende regenboogkleurbanen en hing ze zo in onze kerstboom.

Toen ik groter werd en begreep dat een computer nog meer kon dan alleen prachtige helgroene bewegende Koekiemonsters produceren, werd ik ook fan. Apple was een merk om van te houden: slim, innovatief, esthetisch. En bovendien de sympathieke underdog, eeuwig overschaduwd door moloch Microsoft met zijn bakbeesterige computers, idiote commando’s (copy a:setup.exe c:test) en talloze crashes. Zoals met elke pionierende liefde was het wel eens lastig, als ik op school Word Perfect niet begreep of programma’s niet voor de Apple werden gemaakt.

Inmiddels is het tij gekeerd. Steeds meer mensen kiezen voor Apple-computers, iPods of iPhones. Het bedrijf is getransformeerd van sympathieke underdog naar gerespecteerd machthebber. En daarmee gaat toch iets verloren: een gevoel voor humor. Waarom is het de fabrikant Koziol door Apple verboden hun design eierdopje eiPott te noemen? Dat is toch gewoon heel flauw? En ook met de Apple Killswitch lijkt het niet vrolijker te worden: er komt waarschijnlijk een manier om in één keer je hele iPhone te wissen en er een iBrick van te maken, een dood stuk steen. Dat is fijn, voor als hij gestolen wordt en volstaat met foto’s van je bevalling. Maar Apple wil het ook zelf gebruiken om iPhones die verkeerd worden gebruikt te deactiveren. Oftewel: bij telefoons die gehackt zijn, zodat je er iets op kan zetten wat níét uit de Apple Appstore komt. Een bedrijf waarvan één ruimte in het kantoor bestaat uit een enorme verzameling knoppen, waarbij een giechelende man af en toe met een gehandschoende hand zo’n killswitch indrukt: dat is niet het lieve Apple waar ik ooit verliefd op werd. Toch weet ik dat ik altijd Apples zal blijven gebruiken: once you go Mac, you never go back.