Elk kind is een project dat móét slagen

Ouders geloven dat het geluk van hun kind maakbaar is en dat levert stress op.

Ze hebben maar één of twee kinderen en letten daar dus erg goed op.

Kleine gezinnen, zegt pedagoog Bas Levering van de Universiteit Utrecht, dát is de oorzaak. Voor stress bij ouders over de opvoeding. Voor hyper parenting, zoals het in Amerika wordt genoemd.

Je zou denken dat een klein gezin makkelijker is te bestieren dan een groot gezin, maar het tegendeel is waar. Kinderen zijn anno 2010 een project van hun ouders, zegt Levering, een bewuste keuze. En een project moet slagen.

Gisteren bleek („weer”, volgens Levering) uit een onderzoek van het opvoedingsblad J/M, onder 600 ouders, dat de meeste ouders geloven dat het geluk en het succes van hun kind maakbaar is. Dat zij daar als ouders grote invloed op hebben en er dus veel voor moeten doen. En dat ze daar stress van krijgen als het niet lijkt aan te slaan. Levering: „Ouders moeten zich op feestjes verantwoorden voor het gedrag en het eventuele falen van hun kinderen. Vroeger, als je er meer dan drie had, hing er veel minder af van dat éne kind.”

Ironisch is het wel, zeggen de pedagogen: nog nooit is er zo veel belangstelling geweest voor pedagogiek als de laatste tien jaar. Er verschijnen tal van tijdschriften en programma’s over. En vaders bemoeien zich er publiekelijk mee („op zichzelf prachtig!”). Het demissionaire kabinet had er zelfs een ministerie voor opgericht: Jeugd en Gezin. Maar al die aandacht voor kinderen, zeggen pedagogen, heeft ook nadelen.

Kinderen móéten zich ontwikkelen op cognitief, sociaal, creatief én sportief gebied. En dat geldt volgens Levering voor alle lagen van de bevolking – niet alleen bij hoogopgeleide of ambitieuze ouders. Kinderen worden op alle niveaus gestimuleerd én beschermd.

Omdat moderne ouders zo op hun kinderen letten, vallen kleine tekortkomingensnel op. Daarvoor bestaat een groeiende industrie aan hulpverleners. Is uw kind verlegen, dan moet het naar assertiviteitstraining. Gestresst? Naar yoga. Faalangstig? Naar een kinderpsycholoog. Onhandig met de bal? Naar een fysiotherapeut.

En als het gedrag écht uit de hand loopt, en ook de juf zich zorgen gaat maken, dan worden er dossiers opgebouwd vol observaties en adviezen. Door het consultatiebureau, de schoolarts, het lokale psychologisch instituut. Ruim 200.000 kinderen slikken dagelijks een medicijn als ritalin of concerta omdat ze te druk worden bevonden en zich op school niet goed kunnen concentreren.

Vorig jaar, bleek onlangs, schreven artsen 149.000 keer een recept voor een antipsychoticum voor aan een kind met autisme. Dat zou een kalmerende werking op ze hebben.

Het geldt voor alle westerse samenlevingen. De populaire Deense gezinstherapeut Jesper Juul schreef er vorig jaar een bestseller over, Nieuwe waarden voor een nieuwe tijd. Omdat hij in zijn gezinspraktijk zoveel onzekere ouders tegenkomt. Ouders die hun kind voor elke teleurstelling of elk pijntje willen behoeden, wat onmogelijk is en misschien zelfs contraproductief. Ouders die conflicten uit de weg gaan en daardoor compleet ‘geleefd’ worden. En ouders die te veel keuzes aan het kind overlaten. Hij schreef: „Kinderen hebben er behoefte aan dat hun ouders een soort vuurtoren zijn die regelmatige en heldere signalen uitzendt, zodat de kinderen kunnen leren navigeren in het bestaan.” Hij zegt ook: láát het kind vallen, ruzie maken, teleurgesteld worden. Daar wordt het juist sterker van.

Nog een oorzaak voor hyperopvoeding, zegt Bas Levering, is dat beide ouders werken en kinderen meer tijd doorbrengen in de kinderopvang. Niet allemaal, maar de meerderheid. Kinderen worden grote delen van de week opgevoed door professionals. Die laten hen minder risico’s nemen dan een ouder doet omdat ze voor een ongeval aansprakelijk kunnen worden gesteld.

In J. Warners boek Gekkenwerk, over Amerikaanse moeders, staat een hilarisch voorbeeld van hyperparenting: een moeder gaat zelf in therapie omdat zij ongelukkig wordt van de manier waarop speelafspraken worden gemaakt bij de schoolpoort.