Eén politiekorps nu simpel te regelen

De politie mag best in de regio zijn ingebed, als het Rijk het beheer maar heeft – liefst één minister. De nationale politie lijkt nabij.

Een motie van Tweede Kamerlid Hero Brinkman (PVV) waarin hij de regering opriep een nationale politie te vormen, kon eind juni niet rekenen op steun van VVD en CDA. Niet omdat die partijen een landelijke politieorganisatie niet zagen zitten, maar omdat, zoals Kamerlid Coskun Çörüz (CDA) het verwoordde, zoiets niet door middel van een motie wordt geregeld. „Een volgend kabinet moet dit gewoon opnemen in zijn regeerakkoord.”

En laten nu nét de drie partijen die voorstander zijn van een nationale politie – VVD, CDA en PVV – op dit moment formatiebesprekingen voeren om te komen tot een centrum-rechts minderheidskabinet met gedoogsteun van de PVV. Als die besprekingen slagen, kunnen de partijen hun langgekoesterde wens voor een landelijke politieorganisatie realiseren.

Dat constateerde ook Brinkman in een spoeddebat over de financiële positie van de politiekorpsen, eind juni in de Tweede Kamer. „Laten wij nu geen tijd verknoeien”, maande hij zijn collega’s van VVD en CDA. „Chop-chop, op naar de nationale politie!”

Op dit moment telt Nederland 26 politiekorpsen: 25 regiokorpsen plus het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). De korpsbeheerder, de burgemeester van de grootste gemeente in een regio, stuurt een korps aan, de dagelijkse leiding is in handen van de korpschef. Beslissingen worden genomen in de ‘regionale driehoek’, die bestaat uit korpsbeheerder, korpschef en officier van justitie. De verantwoordelijkheid voor de politie ligt zowel bij de minister van Binnenlandse Zaken als bij die van Justitie.

CDA en VVD zijn al jaren voorstander van een nationale politie, de PvdA is hier fel tegen. Toen de PvdA in 2006 ging regeren, verdwenen plannen voor één landelijke politieorganisatie dan ook in de ijskast. De samenwerking tussen de korpsen bleef moeizaam, een van de belangrijkste redenen dat het onderwerp bij de huidige formatiebesprekingen weer op tafel ligt. De partijen spreken, zo lekte vorige week uit, over de inrichting van een ministerie van Veiligheid.

Topman Harm Brouwer van het Openbaar Ministerie pleitte afgelopen weekend in deze krant voor tien korpsen onder rechtstreeks gezag van één politieminister.

Uit de verkiezingsprogramma’s van VVD en CDA is op te maken dat de lokale verankering van de politieorganisatie niet in het geding is. De christen-democraten willen de gebiedsgebonden politiezorg – „gebaseerd op het kennen en gekend worden” – juist verder ontwikkelen. Ook voor de VVD, voorstander van één ‘Politie Nederland’, staat voorop dat de politie zichtbaar moet zijn in buurt, wijk of dorp. Al is het „noodzakelijk” dat er op centraal niveau het nodige verandert: „Veiligheid wordt niet gediend met tijdverlies vanwege onheldere structuren en onnodig overleg.” De VVD wil „een einde maken aan de versnippering”.

Het PVV-standpunt is kort maar krachtig: „Geen versnippering, maar één nationale politie.”

Binnen de politietop heerst grote verdeeldheid over de toekomst van het politiebestel. De burgemeesters zien nationale politie niet zitten. Zij vrezen dat zij de zeggenschap over de politie kwijtraken en dat de officier van justitie te veel bevoegdheden krijgt. De korpschefs zijn juist voorstander van een landelijke organisatie, al beklemtonen zij de waarde van „lokale verankering”.

Als VVD, CDA en PVV er met elkaar uit kunnen komen, ziet de toekomst van het politiebestel er heel anders uit dan in het voorstel dat toenmalig minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) in 2008 indiende. Zij wilde de gedecentraliseerde politieorganisatie, inclusief de regisserende rol van korpsbeheerders, intact laten. Zaken als de inkoop van materieel (auto’s, ICT en wapens), personeelsbeleid, opleiding en huisvesting moesten centraal geregeld worden. Hoewel de korpsbeheerders in het voorstel van Ter Horst wel wat zeggenschap inleverden – het kabinet zou zijn greep op het landelijk korpsbeheerdersberaad vergroten – bleef een opstand uit.

Mocht het tot een nationale politie komen, dan moeten de korpsbeheerders zich voegen naar het landelijk gezag. Hun rol wordt sterk beperkt, tot de lokale openbare orde en veiligheid.

Vooralsnog houden de korpsbeheerders zich stil. Dat zal alles te maken hebben met de interne verdeeldheid. Ook hier zijn de ideologische scheidslijnen tussen partijen duidelijk zichtbaar. Daarbij speelt natuurlijk ook mee dat tien burgemeesters vermoedelijk een regiokorps behouden, terwijl de overige vijftien een belangrijke taak verliezen.