Dankzij Deltaplan

Zou Jan Peter Balkenende, geboren in 1956 in Biezelinge op Zuid-Beveland, ook premier zijn geworden als er meteen na de watersnoodramp van 1953 géén Deltaplan was opgesteld? Het is een irrelevante vraag. De Deltawerken lijken met de sluiting van een keermuur gisteren in Harlingen immers voltooid.

Maar de vraag of Balkenende het zonder dit project als Zeeuw in Den Haag ook zover zou hebben geschopt, is niet volstrekt onzinnig. De latere premier, de eerste in die rol uit Zeeland, zou dan vermoedelijk de pont hebben moeten nemen om aan de Vrije Universiteit te kunnen studeren.

De Deltawet uit 1959 heeft dus niet alleen de waterhuishouding en de veiligheid bevorderd maar ook de provincie Zeeland logistiek ontsloten en maatschappelijk op de rest van Nederland en zelfs Europa aangesloten. Dat varieert van de noodzaak om vreemde talen te spreken, bijvoorbeeld om met steeds meer Duitse badgasten te kunnen converseren, tot de export van geliefde goederen als mosselen, oesters en conserven. De sociale en culturele gevolgen voor de ooit geïsoleerde archipel Zeeland zijn onmiskenbaar.

Ook voor de innovatie en ontwikkeling van de toegepaste wetenschap heeft het Deltaplan veel opgeleverd. De stormvloedkering in de Oosterschelde is het bekendste voorbeeld.

Toen het kabinet-Den Uyl medio jaren zeventig besloot tot deze half-open dam vonden de critici van deze oplossing dat de regering onder het juk van geld verslindende milieueisen was doorgegaan. Inmiddels wordt de stormvloedkering gezien als een technisch hoogstandje dat bewondering afdwingt en ook veel buitenlands bezoek aan de Neeltje Jans trekt.

Van Shanghai via Venetië tot New Orleans zijn Nederlandse ingenieurs welkome gasten. En toen de orkaan Katrina in 2005 over de Mississippidelta was geraasd, kwamen Amerikaanse televisieploegen hier kijken.

De dankzij Deltaplan opgedane kennis heeft zelfs geleid tot een soort paradigmawisseling in de Nederlandse waterhuishouding. Moest na 1953 water eerst en vooral worden tegengehouden, sinds het succes van de Stormvloedkering en de bijna-rampen langs de rivieren in de jaren negentig dringt het besef door dat water soms juist ruimer baan moet krijgen. We moeten veel meer „mee bewegen met het water”, concludeerde de Deltacommissie onder voorzitterschap van oud-minister Veerman van Landbouw twee jaar geleden.

De klimaatverandering maakt nieuwe vormen van waterbeheersing komende decennia alleen maar urgenter. Daar doet de noodzaak om nu omvangrijk te bezuinigen niets aan af. Historisch gezien zijn waterwerken in Nederland immers een primaire overheidsstaak. Er zijn zelfs historici die de democratie tot de polder herleiden. Zo’n simpele arbeidsdeling is in de toekomst niet meer afdoende. Er zal gezocht moeten worden naar complexere samenwerkingsverbanden. Maar de waterhuishouding blijft een gemeenschapstaak.

Het Deltaplan mag gisteren in Harlingen dan formeel zijn voltooid, feitelijk is het een doorlopend plan dat nooit af is.