Angst overheerst op beurzen

De mondiale aandelenmarkten lijken zich op een omslagpunt te bevinden. Sinds de crisis van begin 2009 zijn de aandelenkoersen ver gestegen, als gevolg van het overvloedige bijdrukken van geld door overheden en de vooruitzichten op economisch herstel. Maar de angst dat dit herstel op zich zal laten wachten, is nu zichtbaar in de dalende olieprijs en de koersstijging van de dollar. Beleggers kiezen voor de veilige haven van Amerikaanse staatsobligaties. Een paniekgolf op de aandelenmarkten is niet ondenkbaar.

De laagste sluiting in 15 maanden van de Japanse Nikkei-index is een pessimistisch signaal. Japan kan worden beschouwd als een symbool voor een van de bedreigingen waar de markten voor staan: beleidsuitputting. Jaren van fiscale en monetaire impulsen hebben de wurggreep van deflatie niet kunnen breken, noch de Nikkei kunnen redden, die op slechts een kwart staat van het hoogtepunt tijdens de bloeiperiode van twintig jaar geleden.

De ergste dreiging waarmee de Verenigde Staten en het westen worden geconfronteerd is het lot van Japan: het mislukken van de stimuleringsmaatregelen, zodat economieën en bedrijven jarenlang blijven wegkwijnen. Als dat zou gebeuren, zou de Dow Jones-index waarschijnlijk terugkeren naar het dieptepunt van minder dan 7000 punten van 2009, of zelfs nog verder kunnen dalen. Het lang gekoesterde Amerikaanse geloof dat de aandelenkoersen uiteindelijk weer omhoog zullen gaan en nieuwe records zullen breken, zou dan worden ontkracht. Dit zijn de gevaren waarmee de aandelenkoersen te maken hebben. Die gevaren zijn niet acuut zolang de groei in de Verenigde Staten en de wereld aanhoudt. Maar de huidige angst dat die groei zal haperen is koren op de molen voor de pessimisten.

Op dit moment zijn de Japanse trends maar al te manifest in de Verenigde Staten. De inflatie bedraagt slechts 1,2 procent, ondanks internationale grondstoffenprijzen die ooit zouden zijn beoordeeld als zeer inflatiebevorderend. Het overvloedige bijdrukken van geld door de Federal Reserve heeft geleid tot een groei op jaarbasis van de M2-geldvoorraad van slechts 2 procent.

De vraag is of de expansie van de geldbasis door de Fed voldoende tegenwicht kan bieden aan de schade die door het barsten van de vastgoedzeepbel is toegebracht aan het financiële systeem en de consumentenbalansen. De kans is aanwezig dat de Fed zal slagen en dat de Amerikaanse groei in 2011 zal aantrekken. Maar op dit moment lijkt de angst overheersend. De jongste gegevens over de Amerikaanse huizenmarkt zullen waarschijnlijk de slechtste zijn in een jaar tijd en niet geruststellen. Totdat de economische cijfers overtuigend aantonen dat de wereld niet afstevent op een W-vormige recessie, is het wellicht verstandig niet al te veel van de aandelenmarkten te verwachten.