Waarom maakt Postbus 51 tv-spotjes in het Engels?

Jos Ensink uit Utrecht kocht nog geen noodpakket. Maar de overheidscampagne die burgers daartoe oproept, zette hem wel aan het denken. De Postbus 51-spotjes die sinds 19 juli worden uitgezonden, zijn namelijk in het Engels. Hij vraagt zich af waarom. Heeft de Nederlandse overheid soms Engelse spotjes gekocht?

De radiocommercials, de posters, de website; de hele campagne van het ministerie van Binnenlandse Zaken is gewoon in het Nederlands. Behalve de televisiespots, die zijn in het Engels met Nederlandse ondertiteling. In de spotjes zie je een acteur bijvoorbeeld voordoen hoe je vuur maakt als er geen elektriciteit is.

Judith Lavalette van het reclamebureau N=5, bedenker en maker van het spotje, legt uit dat ze een Steve Irwin-achtige figuur zochten; een survivalexpert zoals de Australische dierenkenner en presentator. „Dat kan je dus geen bekende acteur of Nederlander laten doen”.

Dat het spotje in het Engels is, is een praktische oplossing: in Nederland werd geen acteur of survivalexpert gevonden die de man geloofwaardig kan neerzetten, aldus een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

„Een lachwekkende argument”, reageert Peter Smulders van het Genootschap Onze Taal. Hij noemt het „volslagen idioot” dat de Nederlandse overheid burgers in het Engels aanspreekt. De overheid heeft een voorbeeldfunctie, vindt Smulders, ook in taalgebruik. Bovendien kan Engels juist vervreemdend werken, omdat mensen denken dat het niet voor hen bedoeld is. Als er geen Nederlandse survivaldeskundige bestaat, had de boodschap ook anders overgebracht kunnen worden, stelt hij.

Edith Smit, hoogleraar media en reclame aan de Universiteit van Amsterdam zegt dat Engels juist interesse kan wekken. Tussen alle Nederlandse commercials valt de vreemde taal namelijk op. Daarbij doen experts het goed in reclames. Mensen denken dan dat „het wel goed zal zijn”.

Paul van Niekerk, directeur van het kenniscentrum voor tv-reclame SPOT, bevestigt dat Engelstalige spotjes zeldzaam zijn. En ook dat taal geloofwaardigheid kan vergroten. „Engels kan de autoriteit benadrukken.”

Of de campagne mensen daadwerkelijk aanzet in actie te komen, zoals Binnenlandse Zaken wil, moet uit de evaluatie blijken. De campagne loopt tot eind augustus. De ANWB, die noodpakketten verkoopt, geeft geen verkoopcijfers, maar volgens de woordvoerder is het „geen verkooptopper”.

Miriam Vijge