Vrouwen in Oost-Congo dagenlang verkracht

Militanten in Oost-Congo hebben drie weken geleden bijna tweehonderd vrouwen verkracht tijdens een dagenlange overval op een groep dorpen.

Dat hebben plaatselijke medewerkers van de Verenigde Naties en andere humanitaire hulpverleners verklaard tegenover de krant The New York Times.

Verkrachting vindt in Oost-Congo al jaren op grote schaal plaats, maar de hulpverleners noemen het recente incident zelfs naar lokale maatstaven ongewoon wegens de klaarblijkelijke coördinatie en het grote aantal slachtoffers. Veel vrouwen werden door meerdere aanvallers verkracht.

De overval wordt toegeschreven aan de FDLR, een Hutu-militie die ontstond nadat medeplegers van de genocide in buurland Rwanda in 1994 de grens over waren gevlucht naar Oost-Congo.

Volgens de hulpverleners hebben inwoners van de provincie Noord-Kivu verteld hoe hun dorpen op 30 juli werden aangevallen door de militanten. De bewoners telden tussen tweehonderd en vierhonderd aanvallers, aldus een medewerker van het International Medical Corps. Vier dagen lang, tot hun aftocht op 3 augustus, roofden de militanten de huizen leeg en verkrachtten zij vrouwen.

„Ze begonnen de bevolking systematisch te verkrachten”, zei de medewerker van het International Medical Corps. „De meeste vrouwen werden verkracht door groepen van twee tot zes mannen.”

Congo lanceerde vorig jaar samen met Rwanda een offensief tegen de FDLR. De VN-vredesmissie in Oost-Congo nam de samenwerking met het Congolese regeringsleger later over. De militaire actie heeft volgens hulpverleners juist geleid tot meer verkrachtingen van burgers door de FDLR. De militanten nemen zo wraak.