'Van zwart gat heb ik nooit last gehad'

Voormalig toparbiter Roelof Luinge gaat toch niet parttime bij de KNVB aan de slag. Maar de partijen hebben „de deur niet helemaal dicht gedaan”.

Eind vorig jaar zette hij een streep onder zijn scheidsrechtersloopbaan. Roelof Luinge (55) had zesentwintig jaar gefloten in het betaald voetbal, maar was gezien zijn leeftijd toe aan zijn pensioen. Vandaag maakte de KNVB bekend dat hij voorlopig niet in dienst treedt als adviseur en medewerker van de technische staf. Luinge zou onder meer het talententraject en de masterclass voor zijn rekening nemen – een parttime functie waar de twee partijen al een tijdje over onderhandelden.

Wat ging er mis?

Luinge: „Aanvankelijk bood de bond mij een dienstverband van acht uur aan, maar dat heb ikmeteen van tafel geveegd. Toen kwamen ze met een nieuw voorstel: twaalf uur. Een tijd lang heb ik gewikt en gewogen. Want ik zag er erg naar uit mijn kennis en ervaring op de jongere garde over te brengen. Ik heb ruim een kwarteeuw in het betaald voetbal gefloten. Mij ontgaat niets op het veld. Ik weet van de hoed, de zweep en de rand. Maar toen ben ik gaan rekenen. En kwam ik tot de conclusie dat ik die functie niet met mijn maatschappelijke baan kan verenigen [Luinge werkt bij de Belastingdienst]. In dat geval had ik al mijn verlofdagen aan de KNVB moeten opofferen.”

En toch is er afgesproken in de winterstop verder te praten.

„We hebben de deur niet dicht gedaan. Maar wil ik op een nieuw voorstel ingaan, dan moet het wel aantrekkelijk en haalbaar zijn.”

Had u stiekem gerekend op een beter aanbod?

„Daar kan ik niet over in detail treden. Nou ja, ik ben wel teleurgesteld dat we niet tot overeenstemming zijn gekomen, maar dat is de KNVB ook. Ze hadden me graag in hun stal willen houden.”

Wat doet u bij de Belastingdienst?

„Ik doe van alles. Medewerker, u kent het wel.”

Mist u het scheidsrechterswerk?

„Nee, helemaal niet. Mijn leven ziet er een stuk aangenamer uit sinds ik gestopt ben. Ik kan weer afspraken maken met vrienden, ik hoef mijn leven niet meer op het competitieschema af te stemmen. Die constante druk is weg.”

En geen last meer van vervelende supporters.

„Ach, dat viel wel mee. Het is meer de druk van het goede presteren. Ik ben een perfectionist. En dan is het moeilijk als je continu onder een vergrootglas wordt gelegd, als je iedere week met je hoofd op de televisie bent. Die druk is groter dan al het andere.”

Hoe is het met uw conditie? Houdt u die nog een beetje op peil?

„Ik ben aardig in shape. Ik zit drie tot vier keer per week in de sportschool. Want het is niet de bedoeling dat ik uit mijn jasje groei hè.”

Beschouwt u de beëindiging van uw scheidsrechterscarrière als gedwongen pensioen?

„Nee. Het is uniek dat ik zó lang heb mogen doorfluiten. In Europa zie je dat niet vaak hoor. En voor alle duidelijkheid: van dat zwarte gat heb ik nooit last gehad.”

De nieuwe scheidsrechtersbaas Dick van Egmond vindt dat arbiters niet zo kinderachtig moeten fluiten. Bent u het met hem eens?

„Ja. Een wedstrijd moet een wedstrijd kunnen worden. Houd die bal in het spel en pas zo veel mogelijk voordeel toe. Zo zie ik het.”