Toppers nog niet verzoend met bond

Gisteren begonnen de WK badminton in Parijs.

De enige vier Nederlanders die zich plaatsten voor het enkeltoernooi behoren niet tot de nationale selectie door een sponsorconflict.

Martijn van Dooremalen maakt zich niet meer zo snel druk. In de vijfentwintig jaar dat de technisch directeur nu voor de badmintonbond werkt heeft hij genoeg relletjes meegemaakt. „Als er een conflict is tussen spelers en bond, kiezen de media bijna altijd de kant van de spelers”, weet hij. „Het verhaal van de kleine jongen tegen de grote broer, dat scoort natuurlijk.”

In de ‘sponsoraffaire’ is dat ook het geval, vindt Van Dooremalen. Al een klein jaar ettert de zaak tussen Badminton Nederland en de vier beste badmintonners van Nederland: Yao Jie (nummer 12 van de wereld), Judith Meulendijks (23ste), Dicky Palyama (22ste) en Eric Pang (36ste). Met de wereldkampioenschappen individueel in Parijs, die gisteren zijn begonnen, laait de zaak weer even op.

De kwestie in het kort: de badmintonbond sloot eind vorig jaar een lucratieve, zevenjarige verbintenis met Yonex ter waarde van ruim 3 miljoen euro. In het contract staat dat alle spelers van de nationale selecties tijdens toernooien en trainingen met rackets en kleding van het Japanse sportmerk moeten spelen. Jie, Pang en Palyama staan echter onder contract bij Carlton, en Meulendijks bij Forza. De spelers weigeren te tekenen omdat ze hun sponsor trouw zijn en spanden een kort geding aan tegen de bond. Ze eisten in alle vrijheid hun individuele sponsorovereenkomsten te mogen nakomen, zonder financiële en sportieve consequenties. De rechter oordeelde dat het algemeen belang van de bond zwaarder weegt dan dat van de vier. De spelers begonnen daarop een bodemprocedure, die nog loopt.

Het geschil werkt door bij de Nederlandse ploeg op de WK. Zo maken de vier spelers geen deel uit van de nationale selectie, een direct gevolg van het niet tekenen van de Yonex-overeenkomst. Het viertal – de enige vier Nederlanders die zich plaatsten voor het enkeltoernooi – reisde op eigen gelegenheid naar Parijs. En Jie, Pang en Meulendijks laten zich in de Franse hoofdstad coachen door hun eigen trainers, en niet door de twee bondscoaches. Bovendien trainden Meulendijks en Palyama in aanloop naar de WK in Denemarken, en niet bij de rest van de ploeg op het nationale sportcentrum Papendal.

Van Dooremalen vertelt dat zij de spelers hebben aangeboden ze in hun reisplan op te nemen. „Pang, Jie en Palyama besloten daar geen gebruik van te maken en Meulendijks vliegt sowieso altijd vanuit Kopenhagen omdat zij daar woont.” Ook heeft de bond alle vormen van begeleiding aangeboden voor tijdens de WK, waaronder bijvoorbeeld fysiotherapeutische ondersteuning.

De spelers zijn van harte welkom op Papendal, zegt Van Dooremalen. Ze mogen meetrainen met de selectie en kunnen een beroep doen op de bondscoaches. „Heel sympathiek van de bond”, reageert Palyama sarcastisch. Een aantal maanden geleden besloot hij niet meer op Papendal te trainen. De reden? „Ik kreeg van de staf het gevoel dat we er niet bij hoorden. Het was niet hatelijk, het zat hem in de kleine dingen.”

De nummer één van Nederland noemt de situatie „moeilijk en vermoeiend”. Zo moet Palyama – sinds hij niet meer in de selectie zit – zelf zijn reis- en verblijfkosten betalen. Daarnaast is hij veel tijd kwijt aan het regelen van accommodaties voor trainingen. Voor de WK bereidde hij zich voor bij een badmintonacademie in Kopenhagen. Palyama: „Wij hebben al die jaren op Papendal getraind en er steun gekregen. Het gevoel was altijd goed. Wij horen daar thuis.”

„Natuurlijk is het zonde dat het zo gelopen is”, zegt Van Dooremalen, die het Yonex-contract door zijn goede internationale contacten binnen wist te slepen. Maar het is wat hem betreft simpel. „Voor topsport heb je geld nodig. Daar hebben we voor gezorgd. Het sponsorcontract is noodzakelijk om het topsportprogramma goed uit te kunnen voeren.” Het geld was hard nodig door een dekkingstekort van 100.000 euro voor dit jaar. En met de sponsorgelden kan de bond spelers blijven uitzenden naar toernooien, iets wat onder druk stond. Volgens de technisch directeur doet de bond er alles aan om trainingen voor het viertal te faciliteren.

Het handelen van de bond is te „gek voor woorden en amateuristisch”, vindt trainer Fred van Wankum, die in Parijs Pang en Jie coacht. „Deze spelers zijn afgeserveerd terwijl ze tot de top van de wereld behoren. Er is geen één speler van de nationale selectie die in hun buurt komt.” Hij vraagt zich af hoe de bond het contract heeft kunnen tekenen. „Ik begrijp wel dat er geld nodig is, maar zo sluit je spelers met persoonlijke contracten natuurlijk uit.”

Behalve Palyama is ook Pang liever niet meer op Papendal. „Het is moeilijk je te motiveren. Je traint in een groep waar je uit bent gezet”, zegt Pang, die de laatste maanden veel in Madrid trainde met het Spaanse team. Ter voorbereiding op de WK kwam hij, samen met zijn vrouw Yao Jie, toch naar Papendal. „Je moet toch ergens trainen.”