Swingendste plek van Afrika

Ondanks de problemen, heeft Congo ook een hele mooie kant, volgens Afrika-correspondent Koert Lindijer.

Het land kan alleen nog lang niet in de reisgids.

Iedereen zou wel in Congo willen wonen. Het is vruchtbaar met meer dan voldoende ruimte, alle grondstoffen zitten er in de grond en de Congolezen zijn ook nog eens uiterst warme mensen. Het is het fijnste land in Afrika. Hoeveel Afrikanen heb ik niet horen zeggen dat ze graag naar Congo zouden willen verhuizen?

Kom je Congo vanuit het oosten binnen, dan treffen de weidsheid en de ontstellende schoonheid. Wat is het hier toch mooi, hoor je jezelf steeds weer zeggen als je langs maagdelijke meren en door weelderig oerwoud reist. In ieder dorp wacht een hartelijk onthaal en een goede slaapplaats.

En verhalen, over hoe het is zonder effectieve staatsmacht te leven, hoe die vrijheid ruimte voor eigen initiatief schept, maar ook de mogelijkheid creëert voor bendes en regeringssoldaten om te roven.

Want dat is de andere kant van het plaatje. Ook degenen die werken voor de overheid maar er niet voor betaald krijgen, hebben een inkomen nodig. Vandaar de terreur van regeringssoldaten en andere ambtenaren, die dit land al een eeuw teistert.

Maar Congolezen zijn zo aardig. Het verloederde Kinshasa is misschien wel de meest swingende stad van Afrika. Minder hard dan Lagos, minder formeel dan Zuid-Afrika, spontaner dan Nairobi. Een moeder zet plastic stoelen buiten, haar dochter verkoopt een paar flesjes bier en de zoon speelt op een gammele gitaar. Binnen een half uurtje staat de straat vol met dansende Kinois.

Congolezen vereren hun musici, de grote en de kleine. Zo kon de invalidenband Staff Benda Bilili, die afgelopen weekeinde nog optrad op Lowlands, uitgroeien tot een topgroep, aangemoedigd door moeder, dochter en zoon in de smerige en geërodeerde straten van de Congolese hoofdstad.

Maar Congo kan nog niet in de reisgids. Een paar jaar terug werd ik gevangen genomen door de geheime dienst. Dat gebeurt wel meer in Congo, maar dit keer dreigde een hoofdofficier me te martelen. Hij liet me zien hoe hij dat dagelijks deed.

Hij had hoog ingezet, vrijkopen behoorde niet meer tot de mogelijkheden. Na uren verhoor bleek een telefoontje van een bevriende minister voldoende om mijn vrijheid terug te krijgen.

De officier gaf me bij het afscheid zijn adres. Dat bleek van een mensenrechtenorganisatie te zijn. En hij vroeg me daarnaast om bij een volgend bezoek een keer een gitaar voor hem mee te nemen.

Kijk, daarom raak ik dus steeds weer verliefd op dit land.

Maar om er te gaan wonen, in die vriendelijke maar soms ook dodelijke chaos, daarvoor is het toch nog te vroeg. Orde scheppen zal nog eens vijftig onafhankelijkheidsjaren vergen.

Koert Lindijer is 27 jaar correspondent in Afrika voor NRC Handelsblad en nrc.next en woont in Kenia.