'Splits pensioenstelsel in tweeën'

Om het pensioenstelsel robuuster te maken zou een splitsing tussen collectief sparen en individueel uitkeren doorgevoerd moeten worden, vindt Albert Röell van Kas Bank.

De paniekerige opgelegde aanpassing van de hoogte van de uitkering van veertien pensioenfondsen holt het vertrouwen in het pensioenstelsel uit. In plaats van vast te houden aan de technische verplichtingen van de pensioenfondsen, zouden wetgever en toezichthouder de ruimte moeten nemen om eens grondig na te denken over het weerbaarder maken van het pensioenstelsel. Weerbaarder tegen de schommelingen in de lange rente en tegen de steeds ouder wordende bevolking, in pensioentermen het zogenoemde langlevenrisico.

Dat zegt Albert Röell, voorzitter van de raad van bestuur van Kas Bank. Kas Bank ondersteunt een groot deel van de Nederlandse pensioenfondsen bij de administratie en bewaring van beleggingen, maar belegt zelf niet voor de fondsen. Anderhalf jaar geleden trok Röell de aandacht met een pleidooi voor een rol van de fondsen bij het oplossen van de financiële crisis. De fondsen zouden de giftige beleggingen van banken kunnen overnemen en zodoende het financiële stelsel saneren. Nu zijn het de fondsen zelf die in de problemen zijn gekomen.

Wat is er misgegaan?

„Niet eens zo heel veel. De vermogenskant is redelijk goed gegaan, de verliezen van 2008 zijn goeddeels ingelopen. Intussen zijn de fondsen echter getroffen door een perfect storm, van een extreem lage lange rente en stijgende levensverwachtingen. Daarmee krijgen de fondsen hun toekomstige herbeleggingen niet op het niveau van de pensioentoezeggingen.”

Demissionair minister Donner wil dat veertien fondsen hun uitkeringen verlagen. Is dat de oplossing?

„Op korte termijn misschien wel, verdere verhoging van premies lijkt niet haalbaar en als pensioenfondsen hun risico’s via het beleggingsbeleid gaan terugdringen gaan de rendementen ook omlaag. Op lange termijn vormt dat echter geen oplossing. En het is ook niet eerlijk om de pensioenfondsen als groep te betichten van mismanagement. Wij constateren vanuit de bank juist dat fondsen sinds de crisis en het rapport van de commissie-Frijns in de volle breedte bezig zijn hun risicobeheer, bedrijfsvoering en interne organisatie te verbeteren om zo de langetermijnbestendigheid te verbeteren.”

Toch zitten de fondsen nu in de problemen. Wat is uw oplossing?

„Ik heb drie belangrijke aanbevelingen. Allereerst moet op korte termijn een (politiek) besluit genomen worden over de waardering van de verplichtingen (in casu de te gebruiken rentevoet). Daarnaast moeten de fondsen doorgaan met verbeteren van hun bedrijfsvoering conform de aanbevelingen van Frijns. En er zou een splitsing van het pensioencontract moeten komen in een collectief spaardeel en een individueel uitkeerdeel.”

Wat bedoelt u met die splitsing?

„Het is een manier om het collectieve karakter en de voordelen van het stelsel te behouden en sluit goed aan bij het recentelijk tussen de sociale partners overeengekomen pensioenakkoord. Het collectieve spaardeel wordt belegd met zo min mogelijk verzekeringsrisico’s en kan zo meer gericht zijn op optimalisatie van de opbrengsten. Daarmee sluit je dat deel uit van de negatieve effecten van de lage lange rente en het zogenoemde langlevenrisico. De fondsen moeten in hun beleggingsbeleid natuurlijk wel rekening houden dat er voor een werknemer aan het eind van zijn werkzame leven met minder risico belegd wordt dan voor een die nog jaren te gaan heeft. Als de werknemer met pensioen wil, berekent het fonds hoeveel er is opgespaard en biedt het een lijfrente aan aan de werknemer. Als het gespaarde bedrag in de ogen van de werknemer te laag is, kan die besluiten nog een aantal jaren door te werken en sparen.”

Leidt dat niet tot grote onzekerheid over de hoogte van de uitkering?

„Correct, het biedt geen garantie, maar wel meer kans op een optimaal pensioen. Die garantie is er nu overigens ook niet, alleen wordt dat als zodanig onvoldoende duidelijk naar buiten gebracht, waardoor mensen denken dat er wel een gegarandeerd pensioenbedrag is. Er ontstaat nu veel onrust door ineens over afstempeling te beginnen. De fondsen kunnen in de toekomst duidelijk maken hoe groot het gespaarde bedrag ongeveer is, zodat je daarop kunt anticiperen als werknemer.”

Hoe werkt zo’n splitsing?

„Voor nieuwe deelnemers aan de fondsen kun je direct beginnen. Voor de bestaande groepen kun je overwegen om de pot met geld die er nu al is op te splitsen en toe te kennen aan de individuele werkenden, niet-werkenden en gepensioneerden. Een werkende, de jongste groep die er het meeste baat bij heeft dat het systeem robuuster wordt, gaat dan vanaf nu via de nieuwe systematiek sparen. Voor de niet-actieven en de gepensioneerden verandert er niets ten opzichte van het huidige systeem. Ook zij krijgen hun deel van het opgebouwde geld mee. Dat wordt geïndexeerd in goede tijden en eventueel afgestempeld als het slecht gaat. Wij moeten er als samenleving voor waken dat de extreem lage lange rente de fondsen niet dwingt de goede weg die ze zijn ingeslagen weer te verlaten.”