Ritueel gebruik versterkt de sfeer

Ayahuasca is thee uit de wortels van de juremaboom waarvan je gaat hallucineren.

Officieel is het verboden, maar als ritueel van een Braziliaanse kerk mag het wel.

Een oude fietsenmakerij in het kleine Groningse dorp Wildervank. Het is misschien wel de laatste plaats waar je drugsgebruik zou vermoeden. Toch zijn hier vanavond zeven keurige dertigers en veertigers bijeengekomen om een geestverruimend middel te nemen. Onder leiding van Joop van der Hagen (62), ooit postkantoorbeambte, maar inmiddels al jarenlang ‘energetisch therapeut’, zullen ze een thee drinken die getrokken wordt van de wortels van de Braziliaanse juremaboom en de zaden van de Syrische wijnruit. Plastic zakken met bruine poeders liggen klaar in de kast, door Van der Hagen ‘gewoon besteld op het internet’.

Samen hebben de twee planten een typisch effect. Inheemse bewoners van Zuid-Amerika gebruiken al eeuwenlang een vergelijkbare combinatie van lokale flora die eenzelfde uitwerking heeft en bekend staat als ayahuasca. Wie het inneemt kan urenlange hallucinaties ervaren, uiteenlopend van subtiele visuele effecten tot de meest fantastische voorstellingen van ridders, buitenaardse wezens en draken. Kotsen is ook niet ongebruikelijk.

Een alledaags genotsmiddel kun je het moeilijk noemen. Veel gebruikers vinden het ook vervelend om als drugsgebruikers te worden getypeerd. „Een drug neem je om jezelf te verdoven”, zegt een van hen daarover. „Dit is juist in om wakker te worden, spiritueel gezien.”

De mensen die vanavond onder Van der Hagens hoede van de thee zullen drinken, doen dat niet omdat ze het zo lekker vinden. Hilco bijvoorbeeld, een 45-jarige jeugdhulpverlener, hoopt ‘diepere blokkades’ te overwinnen. Voor veel van hen neemt ayahuasca een belangrijke plaats in hun leven in. Joleen, een 34-jarige tandartsassistente, vertelt dat ze zich doorlopend moe en lusteloos voelde voordat ze het middel ontdekte. „Ayahuasca heeft me geholpen inzichten te krijgen in mezelf”, aldus Joleen.

Sinds het middel in 1992 in ons land zijn intrede deed, is het aantal gebruikers gestaag gestegen. Vrijwel elk weekend trekken tientallen mensen in Nederland zich terug in oude kerken, kraakpanden of landgoederen om samen ayahuasca te nemen. Harde cijfers over gebruik zijn er niet, maar uitgaande van de bezoekersaantallen bij diverse rituelen kan worden aangenomen dat minstens enkele duizenden mensen het inmiddels geprobeerd hebben. Honderden gebruiken het regelmatig: er is in Nederland een heuse ayahuasca-subcultuur ontstaan.

„Ayahuasca is sinds een jaar of tien, vijftien bij ons op de radar”, zegt Daan van der Gouwe, wetenschappelijk medewerker van het Trimbos Instituut, een overheidsinstantie die onderzoek doet naar drugsgebruik. In vergelijking met andere drugs wordt ayahuasca relatief weinig gebruikt, zegt Van der Gouwe. Uit een onderzoek dat UvA-hoogleraar criminologie Dirk Korf in 2003 onder Amsterdams uitgaanspubliek verrichte, bleek dat ongeveer één procent van de ondervraagden het wel eens geprobeerd had. De effecten op de gezondheid zijn niet uitgebreid onderzocht, maar sommige gebruikers nemen al decennialang regelmatig ayahuasca zonder problemen.

Gevallen van verslaving zijn bij het Trimbos Instituut in ieder geval niet bekend. Van der Gouwe vermoedt dan ook dat de grootste risico’s voor gebruikers besloten liggen in slechte trips, net als bij paddo’s. „Dat geldt voor alle tripmiddelen: het kan verkeerd gaan.”

De eerst bekende Nederlandse gebruiker van ayahuasca was de Amsterdamse Geraldine Fijneman. Zij kwam in Zuid-Amerika voor het eerst in aanraking met ayahuasca via de Santo Daime-kerk. Deze Braziliaanse kerk, die inheemse en christelijke elementen incorporeert, heeft een sleutelrol gespeeld in de wereldwijde proliferatie van ayahuascagebruik. Binnen deze kerk, die sinds haar oprichting in 1930 al duizenden leden heeft verworven in Brazilië, doet ayahuasca dienst als sacrament. Ingewijden van de kerk drinken het regelmatig bij de wekelijkse diensten.

Fijneman kwam in 1992 ‘met een fles vol terug naar Nederland’, herinnert Liesbeth van Dorsten zich. Zij is een gebruiker van het eerste uur en lid van de in 1995 door Fijneman opgerichte Amsterdamse Santo Daimekerk, die inmiddels een paar honderd ‘ingewijden’ telt. De kerk houdt vrijwel elk weekend diensten, vaak in christelijke kerkgebouwen die nog weinig gebruikt worden.

Vanuit de Santo Daime-kerk is ayahuascagebruik uitgewaaierd over heel Nederland. Ayahuasca-rituelen zijn er inmiddels in alle soorten en maten. Sommigen drinken in kraakpanden onder leiding van inheemse sjamanen die speciaal zijn ingevlogen uit Colombia. Anderen hebben hun eigen ritueel ontwikkeld, zoals Van der Hagen.

Alleen gebruiken komt echter zelden voor. „Ritueel gebruik versterkt de sfeer”, legt Van der Hagen uit in het speciaal ingerichte buitenhuis waar hij zijn rituelen houdt. De ruimte is versierd met een allegaartje van religieuze symbolen: een Maria met kind, goden uit het hindoeïstische pantheon en een dromenvanger. Het enige wat detoneert zijn de plastic kots-emmertjes. Van der Hagen stookt de kachel nog wat hoger op. De zeven bezoekers van de avond zingen samen liedjes.

Na een klein uur is het dan tijd voor de eerste ronde. Om de beurt staan de zeven op om een klein glaasje met een bitter smakende drab tot zich te nemen. De meesten hebben zichtbaar moeite om het weg te werken. „Een partydrug zal het nooit worden”, grapt Van der Hagen.

Een uur of twee later liggen de meesten op apegapen. Van der Hagen geniet zichtbaar van het effect van de ayahuasca en danst een beetje. Hilco ligt in foetushouding en schudt bezorgd kijkend heen en weer. Een vrouw lijkt rustig te slapen. Lijkt. Wat er precies door alle gebruikers heen gaat?

„Erover praten is net als de smaak van een sinaasappel proberen te beschrijven”, zegt Van der Hagen. „Eigenlijk moet je het gewoon zelf drinken om te weten wat het is.”