Revolutionaire rechtbank schuwt doodvonnis niet

Een Iraans-Nederlandse vrouw zou banden hebben met een beweging die zich keert tegen het islamitische regime in Teheran.

Als de Iraans-Nederlandse Zahra Bahrami zaterdag voor de revolutionaire rechtbank, afdeling 15, zal verschijnen, treft de 45-jarige vrouw daar een rechter die twee anti-regeringsdemonstranten ter dood heeft veroordeeld en meer dan honderd activisten, dissidenten en journalisten voor jaren achter de tralies heeft gezet.

Rechter Abdolghassen Salavati is het gezicht geworden van massaprocessen, televisiebekentenissen en doodvonnissen die het volk ervan moeten overtuigen dat de protesten na de betwiste verkiezingsoverwinning van president Ahmadinejad in 2009 een complot waren, georganiseerd door westerse regeringen.

Bahrami wordt van twee, in Iran zware misdaden beschuldigd. Ten eerste zou ze een halve kilo cocaïne in haar bezit hebben gehad, toen ze vier dagen na een zeer gewelddadig treffen tussen anti-regeringsdemonstranten en ordetroepen in haar auto werd klemgereden door een arrestatieteam. Volgens Nasrin Setoudeh, een bekende mensenrechtenadvocaat die door Bahrami is gevraagd, is deze beschuldiging zeer bedenkelijk: „Een politieke activist met drugs is een vreemde combinatie.”

De tweede aanklacht is een stuk serieuzer. Bahrami zou banden hebben met de ‘Associatie van Monarchisten in Iran’, een schimmige groep die zich volgens de Iraanse geheime dienst schuldig heeft gemaakt aan bomaanslagen, complotten en andere staatsondermijnende activiteiten. Bahrami wordt daarmee beschuldigd van moharebeh, een shi’itische juridische term die staat voor ‘strijden tegen God’. De aanklacht wordt in het uiterste geval gebruikt tegen tegenstanders van de islamitische republiek. De straf hiervoor is executie.

Eind januari veroordeelde rechter Salavati twee mannen die op de staatstelevisie hadden toegegeven lid te zijn van dezelfde groep ter dood, mede wegens betrokkenheid bij de anti-regeringsrellen. Mensenrechtenorganisaties zeggen echter dat zij al ruim voor de verkiezingen waren gearresteerd. Hun straf zou vooral een waarschuwing zijn geweest aan de oppositie om niet weer de straat op te gaan.

Zahra Bahrami, die rond oktober van Londen naar Teheran reisde, moet op de hoogte zijn geweest van de gebeurtenissen die haar land sinds de zomer ernstig hebben ontwricht. Volgens Setoudeh heeft haar cliënt gezegd dat ze „berichten” over de demonstraties heeft gestuurd naar mensen in het buitenland. „Maar voor hetzelfde geld is dat een onschuldige e-mail. Ik heb tot nu toe geen inzage gehad in het dossier van deze zaak.”

Bahrami kwam volgens haar advocaat twintig jaar geleden naar Nederland, waar haar zoon nog zou wonen. In 2006 vertrok ze naar Londen. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken zegt in een verklaring dat het lang duurde om de nationaliteit van de vrouw vast te stellen, omdat ze onder een andere naam in Nederland woonde.

Na haar arrestatie in Iran heeft de staatstelevisie twee verschillende bekentenissen van Bahrami uitgezonden. Verscheidene prominente activisten hebben eerder gezegd dat ze onder dwang hebben bekend, of met een belofte van invrijheidstelling in het vooruitzicht.

In een van haar bekentenissen heeft Bahrami gezegd als danseres in bars en disco’s te hebben gewerkt in Londen, wat zeer ongebruikelijk is in Iran. Het is niet duidelijk of ze ook zegt lid te zijn van de ‘Associatie van Monarchisten’. „Het lijkt erop alsof er een speciaal beeld van haar wordt gecreëerd, om straks weer iemand als waarschuwing een zware straf te kunnen geven of zelfs op te hangen”, zegt advocaat Setoudeh. Ze heeft alleen telefonisch met haar cliënt kunnen spreken. Vandaag hoopt ze bij de rechtbank meer details te achterhalen. De advocaat hoopt op meer voorbereidingstijd.