Op zoek naar het verval

Magnum-fotograaf Carl De Keyzer is gefascineerd door verval van systemen.

Over het duistere Belgisch-Congo en het huidige Congo maakte hij twee fotoboeken.

„Als jongen zat ik op het Sint-Amands College in Kortrijk. Daar kreeg ik vooral les van priesters. Zij boden mij een geordend beeld van de samenleving. Toen ik die katholieke school had afgerond, kwam ik terecht in de wereld van punk en filosofie. Ineens realiseerde ik me dat mijn jeugd een grote leugen was geweest.”

Deze jeugdervaring heeft een bepalende invloed gehad op de manier waarop de Belgische Magnum-fotograaf Carl De Keyzer (1958) de wereld aanschouwt. Voor zijn boek God Inc. (1992) portretteerde hij religieus Amerika. Voor zijn project Trinity – vanaf 16 september te zien in het Graphic Design Museum in Breda – reisde de fotograaf zestien jaar de wereld rond, op zoek naar de invloed van politiek op de mens en trachtte hij de macht met haar bijkomende architectuur, geweld en verwoestingen vast te leggen.

Zijn jongste project bestaat uit twee vuistdikke fotoboeken: Congo (belge) en Congo belge en images. Het laatste boek behandelt de duistere periode van Belgisch-Congo, het eerste gaat over Congo nu. Beelden uit Congo belge en images waren de afgelopen weken al te zien in galerie Noorderlicht. Nu worden daar de foto’s geëxposeerd die De Keyzer van het huidige Congo maakte.

Voor die laatste expositie trok de fotograaf de afgelopen zes jaar in totaal tien maanden door de voormalige Belgische kolonie en fotografeerde er de postkoloniale ruïnes. „Mijn werk is een reactie op de geschiedenis. Ik ben gefascineerd door het verval van systemen, of het nu gaat om het imperialisme, het communisme of de natuur.” De Keyzer maakte zijn reis met behulp van een Belgische reisgids uit 1949, de Guide du voyageur au Congo. „Dat was het standaardwerk voor iedere Belg die naar Congo trok. In die tijd was het land voor de Belgen één groot amusementspark. De gids beschreef alle koloniale hotels, daar kon je naartoe reizen en het contact met de lokale bevolking tot een minimum beperken.”

De Keyzer reisde dezelfde routes na en stuitte op de overblijfselen van de koloniale infrastructuur: missieposten, fabrieken, gevangenissen, koloniale villa’s en zwembaden. Hij fotografeerde al die ruïnes in felle kleuren en met oog voor, wat hij zelf noemt, ‘het surrealisme’: een meisje dat speelt in het lege, kapotte zwembad van een hotel, een man die een preek houdt in een kerk met een verpulverd dak. „Negentig procent van de infrastructuur is destijds door de Belgen aangelegd. Na 1960 kwam er weinig nieuws bij. Hoe kan je verwachten dat al die gebouwen, die volgens westerse normen zijn gebouwd, na vijftig jaar nog blijven functioneren? ”

Congo (belge) moet worden opgevat als directe kritiek op het kolonialisme. „Het is toch waanzin dat je als klein westers landje ineens een enorm grondgebied ter beschikking krijgt waarmee je kunt doen wat je wilt? Ik vind het absurd dat wij, zo recent in de geschiedenis, alle grondstoffen aan een land konden onttrekken zonder rekening te houden met de plaatselijke bevolking.”

Zo’n beeld van een verlaten zwembad toont voor De Keyzer de absurditeit van de situatie. „Het zwembad is nu het ultieme symbool van de blanke overheersing. Met een land vol rivieren en meren sloegen de blanke bezetters destijds een gat in de grond, vulden dat met water en zonderden zich op die manier meteen af van de lokale bevolking. Het eerste wat de Congolezen deden toen de Belgen uit hun land waren getrokken was het negeren van die zwembaden.”

Voor de beelden van Congo belge en images moest De Keyzer ook flink wat werk verzetten. Dit fotoboek is het resultaat van een ontdekkingsreis door de fotocollectie van het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren bij Brussel. Samen met de Gentse architectuurhistoricus Johan Lagae bekeek De Keyzer twee maanden lang zo’n 45.000 gedigitaliseerde archieffiches met foto’s uit de collectie en maakte een selectie van 150 beelden. De foto’s, vaak glasplaatnegatieven uit de periode 1880-1925, werden destijds gemaakt door amateurfotografen, avonturiers en soldaten. De Keyzer bewerkte alle negatieven zelf. „Ik heb telkens het hele negatief afgedrukt en alle onregelmatigheden weggefotoshopt. Ik wilde het beeld creëren van een imaginaire fotograaf die dertig jaar in Congo heeft gewerkt.”

Het meest schokkende beeld is van een Congolese ‘overspelige’ vrouw die wordt gestraft met een speer door haar been. De foto’ geven een indruk van de meest bekritiseerde periode van Congo’s koloniale verleden. Het gaat over de periode tussen 1885 en 1908 toen koning Leopold II Congo Vrijstaat stichtte en in zijn nietsontziende zoektocht naar rubber en ivoor ware slachtingen onder de inheemse bevolking aanrichtte. „Leopold II beweerde dat hij de slavernij wilde afschaffen, maar hij had maar één doel voor ogen: zijn fortuin vergroten. Gedwongen rubberwinning veranderde onder zijn gezag in hardvochtige terreur.”

Als voorbeeld noemt De Keyzer het beleid om Congolese arbeiders, die hun quota niet haalden bij het aftappen van rubber, de handen door een opzichter te laten afhakken. „Hoewel er een juridisch kader bestond dat die praktijken veroordeelde, bleek het administratief apparaat in de kolonie ontoereikend om de wetgeving toe te passen. Verhalen werden toegedekt.”

De Keyzer wijst erop dat deze zwarte periode uit de Belgische geschiedenis pas sinds kort meer aandacht krijgt in zijn land, mede dankzij boeken als De Geest van Koning Leopold II (1998) van de Amerikaanse schrijver Adam Hochschild en het onlangs verschenen Congo. Een geschiedenis van David van Reybrouck. „Mijn fotoboek is ook een bewuste correctie op dat verleden. Vanuit visueel materiaal kun je tot nieuwe inzichten komen.”

De expositie ‘Congo (belge)’ is t/m 3 oktober te zien in Noorderlicht Fotogalerie, Groningen. Open: wo t/m zo 12-18 uur, entree: gratis. www.noorderlicht.com

Lees een verhaal over hoe moeilijk het is om zaken te doen met en in Congo op pagina 10 en 11.