Minder loon voor ouderen helpt niet

Ik ben het niet eens met het artikel ‘Raar dat ouderen meer verdienen dan jongeren - hiermee prijzen zij zichzelf uit de markt’ van Thomas Bakker (Opinie, 12 augustus). Ik ben een oudere die veel keren tevergeefs moeite heeft gedaan om een stabiele arbeidsrelatie te bemachtigen, ondanks mijn goede papieren en mijn flexibele instelling.

Dat ouderen meer verdienen is niet altijd waar. Als 46-jarige heb ik nog voor een uitzendbureau gewerkt voor 10 euro per uur in een branche waarvan ik dacht: hier heb ik kansen om misschien vast aan het werk te kunnen. Maar nee, er kwam na de afgesproken periode gewoon een ander voor mij. Dus je zelf afprijzen helpt ook niet. Wanneer je een loon zou vragen dat niet in overeenstemming is met je kwaliteiten en ervaring, prijs je jezelf juist uit de markt.

Het grote probleem van de arbeidsmarkt is de angst. Werkgeversangst voor de WLUBZ, de Wet Uitbreiding Loondoor-Betalingsverplichting bij Ziekte. De WLUBZ kan het verschil maken tussen een faillissement of geen faillissement. Door deze wet is het zaak dat je een werknemer van wie je (nog) af kunt, ontslaat voordat je niet meer van hem af kunt. Ook een goede kracht krijgt maar ten hoogste drie contracten en mag maar ten hoogste drie jaar, binnen de drie contracten in dienst zijn. Want stel je voor dat deze gezonde man volgend jaar eens kanker blijkt te hebben, dan gaat je bedrijf stuk, want je moet die goede kracht nog een hele poos zijn loon betalen en het werk er zelf bij doen of daar iemand anders, die ook veel kost, voor inhuren. Ouderen hebben meer kans op ziektes, dus minder kans op de banen. Dus hierbij een oproep aan de politiek: schrap de onrechtvaardige wet WLUBZ die een wurgwerktuig is voor vooral de kleine ondernemers, maar ook een akelig achtergrondinstrument in de selectieprocedure en in de arbeidsvoorwaarden.

Anja de With

Driebergen-Rijsenburg