Mijnbelasting Australië onzeker

De natuur mag dan een hekel hebben aan een vacuüm, dat hoeft niet te gelden voor Australië. Het eerste parlement zonder werkbare meerderheid in zeventig jaar hoeft beleggers geen schrik aan te jagen. Het slechte nieuws is dat een voorgestelde ‘superbelasting’ op de mijnbouw, hoe aantrekkelijk ook, de politieke koehandel mogelijk niet zal overleven.

Twee dagen na de verkiezingen lijkt het erop dat de Labourpartij van premier Julia Gillard waarschijnlijk drie zetels tekort zal komen voor een meerderheid in het 150 zetels tellende Lagerhuis. De belangrijkste beursindex van Australië heeft echter nauwelijks een krimp gegeven en de Australische dollar is zelfs lichtjes in koers gestegen. De reden? De economie is in goede staat. De werkloosheid is waarschijnlijk op het laagst mogelijke punt beland, en de staatsschuld bedraagt slechts 6 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Gillard moet een paar parlementsleden over de streep zien te trekken, vermoedelijk één lid van de Groenen en drie onafhankelijken. Nu er in termen van het economisch beleid weinig wisselgeld is, zal het daarbij vooral gaan over secundaire kwesties als de toegang tot breedbandinternet in landelijke gebieden, watergebruik en de handel in emissierechten.

Maar de belangrijkste inzet bij de onderhandelingen lijkt de voorgestelde mijnbelasting , die binnen twee jaar naar schatting 10,5 miljard Australische dollar (7,4 miljard euro) zou moeten opbrengen door een heffing op te leggen aan mijnbouwwinsten. De oppositionele Nationaal-Liberale Coalitie is tegen de belasting. Labour is voor, hoewel Gillard het voorstel dat zij van haar voorganger Kevin Rudd heeft geërfd al heeft verwaterd door het tarief te verlagen van 40 naar 30 procent.

Het belasten van de winsten van mijnbouwbedrijven, in plaats van vaste heffingen op de productie zoals die nu van kracht zijn, is een goed idee. Het zou de goede tijden minder goed maken, maar de slechte tijden minder slecht. Het zou ook een deel van de winst terughalen die de grondstoffenproducenten hebben gemaakt dankzij het soepele monetaire beleid van de regering, dat de prijzen heeft helpen opstuwen.

Hoewel het nog te vroeg is om te zeggen, lijkt de kans dat de onafhankelijken, die vaak afkomstig zijn uit landelijke gebieden, de belasting zullen steunen klein. Dat zou jammer zijn. De bijdrage van de mijnbouw aan de Australische economie kan makkelijk worden overdreven. De sector vertegenwoordigt 6,7 procent van het bbp, maar neemt slechts 3 procent van de totale werkgelegenheid voor zijn rekening. Toch is het veruit de meest winstgevende bedrijfstak van het land. Als de belasting wordt afgewezen, hebben de mijnbouwconcerns – en niet Australië – gewonnen.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com