Jacques Villon schildert als een vlijtig schoolmeisje

Beeldende kunst Rijksmuseum te gast: Jacques Villon. T/m 26 september in het Van Goghmuseum, Amsterdam. vangoghmuseum.nl **

Het Rijksmuseum is wegens verbouwing grotendeels gesloten, maar het Rijksprentenkabinet kon de afgelopen jaren toch iets van zijn collectie laten zien in het Van Goghmuseum. Een bescheiden overzicht van de grafiek van Jacques Villon (1875-1936) is de vijfde en laatste presentatie bij de buren op het Museumplein. Er blijkt nog een verband tussen Villon en Van Gogh te bestaan ook, al is dat klein. De expositie opent met vier bladen uit een reeks reproductieprenten die Villon in de jaren twintig maakte naar schilderijen van onder anderen Bonnard, Van Dongen, Braque en Van Gogh. Van de laatste kopieerde hij een boerenportret. Villon heeft zich steeds dienstbaar opgesteld, waardoor elk van de kleurenetsen gemaakt lijkt door een andere kunstenaar. Zijn enige persoonlijke inbreng was zijn technische vakmanschap.

Vervolgens zijn er zo’n vijftig eigen prenten van Villon te zien, en ook die lijken gek genoeg kopieën of pastiches van het werk van anderen. Zijn vroege stijl heeft hij van negentiende-eeuwse reclametekenaars en illustratoren afgekeken. Een ets als Draaimolen met varkens (1907), waarin een vrouw in een feestjurk op een houten varken zit, doet aan Toulouse-Lautrec en Vuillard denken. Bretonse boerinnen met witte mutsjes zijn vastgelegd à la Gauguin.

Na 1907 wil Villon met zijn tijd mee en gaat hij meer abstraheren. Je krijgt het gevoel dat hij dat vooral doet waar een naturalistische weergave ingewikkeld wordt. Voeten die stevig op de grond moeten staan, zijn opgelost in een soort laaghangende mist van arceringen. Het perspectivisch verkort in de benen van een zittend naakt is tot iets plats vereenvoudigd. Anders dan bij Picasso kijk je bij Villon dwars door zulk modern gedoe heen. Het ziet er onbeholpen uit.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vindt Villon de ‘constructieve decompositie’ uit, een variant op het kubisme. Hij deformeert figuratieve motieven tot een soort collage van vlakken, langs de lineaal getekend, en ingekleurd of gearceerd als door een vlijtig schoolmeisje. Als je niet wist dat dit werk in de jaren twintig gemaakt is, zou je denken dat het een slap aftreksel was van later datum. Hedendaagse kunst van het soort dat in vergaderzalen en kantines hangt.

Villons prenten uit de jaren dertig, veertig en vijftig zijn weer wat figuratiever, maar vaak opgebouwd uit saaie, kippengaas-achtige arceringen. Eén ets is uit kunsthistorisch oogpunt nog wel interessant: een portret van de Dadaïst Marcel Duchamp uit 1956. In en om de zittende figuur heeft Villon weer cerebrale vlakken van kaarsrechte arceringen geplaatst, maar de kop, in lijn getekend, is een gelijkend portret van Duchamp – gemaakt door zijn broer. Jacques Villon was namelijk het pseudoniem van Marcels oudere broer Gaston Duchamp.

Marcel was ook geen opzienbarend schilder, maar hij gooide het over een andere boeg en werd alsnog belangrijk als vader van de Dadabeweging en de conceptuele kunst. Broer Gaston bleef als Jacques Villon een kubist van het tweede garnituur.