Het leger helpt, maar het is niet genoeg

Het Pakistaanse leger hoeft niet op grote dankbaarheid te rekenen voor zijn hulp aan slachtoffers van de watersnood. In het zuiden van Punjab keren de eerste slachtoffers terug naar huis.

Paka Galwan, een boerendorp op het uitgestrekte platteland in het zuiden van Punjab, is veranderd in een eiland. De doorgaande weg is een uitgestrekte landtong geworden, aan alle zijden ingesloten door het water. De meeste huizen zijn weggespoeld of zwaar beschadigd. De katoenvelden zijn verdwenen in een bruine watermassa.

Veel inwoners hebben Paka Galwan en de omliggende gehuchten verlaten. Maar na het uitbreken van de watersnood zijn ook honderden dorpelingen halsstarrig gebleven. Mannen hebben hun vrouwen en kinderen door het leger in veiligheid laten brengen, maar wilden zelf niet weg. ,,We moeten onze bezittingen beschermen”, zegt Nazir Ahmeed (39). ,,En wie moet onze dieren voeren?’’ Zijn buren knikken instemmend. Ze verhalen over dieven die ’s nachts met boten kunnen komen. En ze klagen over de woekerprijzen die booteigenaren en transporteurs vragen voor het vervoer van vee.

Ahmeed woont in het hoger gelegen deel van het dorp. Hij had het geluk dat zijn huis op het nippertje gespaard bleef. Maar net als voor alle boeren in het dorp geldt dat zijn katoenoogst verloren is. Daarom maakt hij zich grote zorgen over zijn toekomst. Hij had zich in de schulden gestoken om zaad en kunstmest te kopen. Die kan hij nu niet terugbetalen.

Luitenant Ahmed (24) van het Pakistaanse leger zegt heel goed te begrijpen waarom slachtoffers niet weg willen. Er zijn twee soorten slachtoffers, zegt hij. De mensen wier huizen onder water zijn verdwenen hadden geen keuze. Die verblijven nu in kampen of bij familie of kennissen thuis. Degenen die nog wel een huis hebben gaan niet weg. ,,Een huis en wat vee zijn het enige bezit dat ze hebben. Dat zullen ze niet zo gauw in de steek laten. We proberen hen wel over te halen, maar zonder veel resultaat.”

Luitenant Ahmed mag niet zeggen waar zijn eenheid normaal is gelegerd. Zijn soldaten staan sinds 10 augustus hier in de frontlinie bij de hulpverlening. Eerst probeerden ze met hun polyester boten zoveel mogelijk mensen te redden. Nu de situatie wat stabieler is helpen ze bij het uitdelen van voedselpakketten en het personenvervoer.

Het water begint na twee weken te zakken, maar paradoxaal genoeg maakt dat het lastiger om Paka Galwan te bereiken. Voorzichtig manoeuvreert de stuurman zijn boot langs een gedeeltelijk ingestorte muur en door een boomgaard. Pas een paarhonderd meter verderop, als zijn stok een diepte van bijna twee meter aangeeft, kan met volle kracht worden gevaren. De vier soldaten halen mensen op die op weg gaan naar de dichtstbijzijnde distributieplek voor voedsel, een paar kilometer verderop. Ook een man die medicijnen wil halen, mag mee.

De aangevreten hoofdstraat doet nu dienst als steiger. Overal bivakkeren mensen langs de kant. Een hoop tarwe ligt op het asfalt te drogen. Een gezin met kleine kinderen heeft een veilig onderkomen gezocht achter het hek van een hoge zendmast. Op een touwbed staat een grote metalen kist met al hun persoonlijke spullen. Een jongetje houdt een kip stevig in zijn armen. Enkele mannen knopen een wit net waarmee ze willen gaan vissen. Een boer die zijn geluk al heeft beproefd komt hoofdschuddend het water uit. Nee, hij heeft niets gevangen.

Wie grote dankbaarheid zou verwachten jegens het leger komt bedrogen uit. Het is leuk dat de soldaten helpen maar het is niet voldoende, zeggen katoenboer Ahmeed en de andere dorpelingen. Niemand komt om van de honger maar er is te weinig om tevreden te zijn, is de klacht.

Overigens wordt de hulp niet alleen aangevoerd door de soldaten. Mensen die het zich kunnen veroorloven laten zich door particuliere schippers overvaren. Eerst vroegen die honderd rupee maar na felle protesten ging de prijs omlaag naar veertig. Een lokale politicus van de Pakistaanse Volkspartij (PPP) biedt gratis vervoer.

Ook kruidenier Mohammed Salin, die gisteren inkopen heeft gedaan op de markt van Multan, heeft zijn etenswaren gratis laten overvaren. Vanuit zijn winkel heeft hij een goed uitzicht op de ellende die op de hoofdstraat aan hem voorbij trekt. Crises zoals deze bieden buitenkansen, maar Salin is een van de weinigen die geen misbruik maakt van de situatie, zeggen de dorpelingen spontaan. Hij heeft de prijzen niet verhoogd. ,,De mensen hebben al genoeg te lijden. Wij willen niet bijdragen aan hun ellende”, zegt Salins zoon van negentien.

Bij het afscheid zeggen Ahmeed en de andere dorpelingen dat ze op dit moment het meest behoefte hebben aan tenten. Ongeveer 500 hebben ze er nodig. Zoveel mensen moeten in de open lucht slapen, benadrukken ze.

Niet iedereen laat zich door dat beeld afschrikken. Boer Zafar Hussein (40) houdt zijn jongste kind op zijn arm. Zijn drie dochtertjes, zijn zoontje en zijn vrouw lopen zwijgend achter hem. Ze zijn zojuist door de soldaten overgezet en zijn nu op de terugweg naar Shah Jamal, het dorp waar ze vandaan komen. Ze wilden niet langer bij kennissen of in kampen verblijven, zegt Hussein. Hun huis is ondergelopen, maar ze vinden wel ergens een plek om te slapen. Voedsel kan hij op de pof kopen. Aan de andere kant van Paka Galwan komen ze opnieuw voor een barrière te staan. Daar staat het water nog steeds tot borsthoogte, zeggen de omstanders. ,,Als dat zo is, zet ik mijn kinderen op mijn schouder en breng ze een voor een naar de overkant”, antwoordt Hussein. ,,Maar ik ga naar huis.”