Het is niet de politie die hen crimineel maakt

Hoezo te veel aandacht voor criminaliteit onder Marokkaanse jongeren?

Achtjarigen roepen al ‘hoer’.

Joanne van der Leun schreef gisteren op de opiniepagina over de voortdurende aandacht voor criminaliteit onder Marokkaanse jongeren.

Zij stelt dat „heel veel jongens met een Marokkaanse achtergrond” zich uiteindelijke „settelen” en dan het criminele pad verlaten. Dat is een zeer geruststellende mededeling, maar het probleem zit ’m er natuurlijk in dat er zoveel Marokkaanse jongens crimineel zijn. Aan de bevinding dat een deel hen na het stichten van een gezin de criminaliteit achter zich zou laten, heeft iemand die nú slachtoffer is helemaal niets.

Van der Leun stelt dat de criminaliteitscijfers onder Marokkaanse jongens vervormd zijn, als gevolg van bovenmatige interesse van de politie voor ‘probleemgroepen’. Maar laten we alsjeblieft wél bovenmatig geïnteresseerd blijven in probleemgroepen. Het is bekend dat juist kleine groepen verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de (auto-)inbraken, tasjesroven en ander crimineel en asociaal gedrag. Ook weten we dat de aangiftebereidheid laag is als criminaliteit wordt veroorzaakt door groepen jongeren uit de eigen buurt. De mate van crimineel gedrag van Marokkaanse jongeren zal hierdoor eerder worden onderschat dan overschat.

Van der Leun benoemt de straatcultuur en anti-autoritaire opvattingen als de oorzaak van het ‘opdrijven’ van de contacten tussen jongeren en politie. Hiermee stapt zij te snel over de aanleiding van het contact heen. Het is juist die straatcultuur die de oorzaak is van het politiecontact. Hangen op straat, rotzooi, lawaai, intimiderend gedrag naar buurtbewoners en voorbijgangers zijn precies de redenen waarom de politie optreedt. Het gedrag is niet iets dat veroorzaakt wordt door de handhavers. Het komt voort uit de culturele codes die de jongens hanteren. Het is voor de politie wel een reden om nog consequenter op te treden. Is dat iets waar Van der Leun een probleem mee heeft? Omdat het de cijfers ‘opdrijft’?

Tot slot suggereert Van der Leun dat de problemen zich grotendeels geleidelijk zullen oplossen. Welke termijnen van der Leun in gedachte heeft weet ik niet. Maar zolang volwassen vrouwen door Marokkaanse jongens van acht jaar worden uitgescholden voor ‘hoer’, en zolang di achtjarigen hun middelvinger opsteken naar passerende politieauto’s, zie ik dit gedrag niet spoedig verbeteren.

Daarom is het des te meer gerechtvaardigd om flink te investeren in onderzoek naar het criminele en asociale gedrag van Marokkaanse straatjongens. Ondertussen zal de politie bovenmatig geïnteresseerd blijven in welke probleemgroep dan ook, ongeacht wat dat zal doen met de cijfers.

Matthijs de Groot is politieagent bij het korps Utrecht.