Het is het moeilijkste land ter wereld om zaken te doen

Er is veel veranderd in Congo de afgelopen jaren. IMF en Wereldbank prijzen de hervormingen.

Corruptie is desondanks nog altijd alom aanwezig.

Hij kan het nog steeds niet geloven. „Vier miljoen dollar heb ik in dit project geïnvesteerd en in één klap ben ik het kwijt. Ik heb auto’s aan het regeringsleger gedoneerd. En toch hebben ze nu mijn contract opgezegd. Een groep naaste medewerkers van president Joseph Kabila perst ons af.”

De spreker van deze woorden wil niet met zijn naam in de krant. Hij wil zijn investeringen in Congo niet in gevaar brengen. „Congolezen denken dat wij terug blijven komen voor hun rijkdom aan grondstoffen”, zegt hij bitter. „Maar ze zuigen zo veel uit buitenlandse bedrijven dat je kapitaal op is voor je bent begonnen.”

Er is de afgelopen jaren veel veranderd in Congo. De notoire dictator Mobutu Sese Seko is afgezet en dood, zijn brute opvolger Laurent Kabila is vermoord en diens zoon Joseph in 2006 uiteindelijk democratisch gekozen. De oorlog met en bezettingen door buurlanden zijn beëindigd. En vorige maand is Congo’s schuldenlast van ruim tien miljard dollar kwijtgescholden. Een ontwakende reus, noemde president Joseph Kabila zijn land op het gouden jubileum van de onafhankelijkheid eerder deze zomer. De doorgevoerde macro-economische hervormingen stemmen het Internationale Monetaire Fonds, de Wereldbank en veel donorlanden mild over Congo.

Maar er is nog veel geweld. Gisteren maakten de VN bekend dat eind juni militanten in Oost-Congo bijna tweehonderd vrouwen hebben verkracht tijdens een dagenlange overval op een groep dorpen. En er wringt nog veel in economie en bestuur. Net als in Mobutu’s tijd bestaat er nog altijd grote corruptie. Investeerders als Tim O’Hanlon, hoofd Afrika van het Ierse oliebedrijf Tullow, zijn kwaad. O’Hanlon sprak eind vorige maand in de Congolese hoofdstad Kinshasa zonder enig voorbehoud met journalisten over de problemen van corruptie. Tullow kocht in 2006 (naar verluidt voor vijf miljoen dollar) exploratierechten voor de blokken 1 en 2 in het olierijke Albertmeer.

De aan Tullow toegekende blokken werden twee jaar later ook aan het Zuid-Afrikaanse bedrijf Divine Inspiration verkocht. Om vervolgens eind vorige maand per decreet door Joseph Kabila opnieuw te worden verkocht aan Caprikat en Fox Whelp. Tim O’Hanlon noemt de doorverkoop van de contracten „plundering ten behoeve van enkele geprivilegieerden”. De nieuwe eigenaren van de blokken zijn „bedrijven met een lange lijst beroemdheden als aandeelhouders”.

Professor Kalele ka Bile kan echter nauwelijks een lach onderdrukken. „De strijd om contracten hoort bij het pokerspel”, stelt de socioloog vast. „Congolese politici doen geen frisse zaken, maar laten we nu niet doen alsof buitenlandse investeerders zich wel aan de regels houden.”

Het land met koper, kobalt, tin, zink, goud, diamanten, uranium en olie en nog veel andere mineralen trekt al meer dan honderd jaar binnen- en buitenlandse plunderaars. President Mobutu (1965-1997) gebruikte de mijnsector als melkkoe. Begin 1990 was de sector ontmanteld en was de koperproductie gekelderd van 440.000 ton in 1989 tot 16.000 ton in 2003.

Laurent Kabila (1997-2001) gaf nog vóór hij zich een weg naar het presidentschap had gevochten al eigenhandig mijnconcessies weg. Hij gebruikte inkomsten van mijncontracten voor de aankoop van wapens tijdens de oorlog (1998-2003). Na zijn dood verleende diens zoon Joseph Kabila dezelfde concessies aan andere bedrijven. Joseph gebruikte die inkomsten eerst voor de oorlog en daarna tijdens de vrede voor het bijeenhouden van de verschillende fracties in zijn fragiele coalitieregering tot 2006. Enkele grote buitenlandse bedrijven kwamen naar Congo, maar ook veel cowboyinvesteerders – speculanten die concessies kopen, niet om de mijnen te exploiteren, maar om ze met winst door te verkopen.

Het gebrek aan transparantie bij de uitgifte van contracten bereikte vorige maand de directiekamers van het IMF en de Wereldbank. Die financiële instellingen vergaderden over Congo’s schuldenlast van ruim tien miljard dollar die het had opgelopen tijdens de heerschappij van Mobutu. De dictator was een westerse bondgenoot in de Koude Oorlog en een kleptocraat die met medeweten van de VS, IMF en Wereldbank miljarden uit de staatskas stal. Congolezen spreken daarom over „immorele schulden” waarvoor de VS en het IMF evenveel verantwoordelijkheid dragen als Congo zelf.

Canada wilde op de bijeenkomsten de kwijtschelding uitstellen wegens de vermoedelijke corruptie rond het contract met het Canadese bedrijf First Quantum Mining. First Quantum vergaarde in 2006 de rechten voor de koper- en kobaltmijn Kingamyambo Musonoi in het zuidelijke Kolwezi. Het pompte sindsdien naar eigen zeggen 750 miljoen dollar in de mijn.

Die investeringen raakten de Canadezen vorig jaar kwijt. Bij onderzoek van een Congolese parlementscommissie en buitenlandse actiegroepen naar tientallen mijncontracten kwamen veel omstreden zaken aan het licht. De overheid besloot daarop alle contracten opnieuw door te lichten.

„Het begon als een prijzenswaardige poging betere voorwaarden voor Congo te krijgen en eindigde in afpersing ten behoeve van een groep politici rond Kabila”, sneert een bankier. Het contract met First Quantum werd beëindigd omdat het Canadese bedrijf „de Congolese wet had overtreden”. Het Canadese bedrijf betwist het besluit, maar de Congolese regering gaf de concessie voor 60 miljoen dollar aan het bedrijf Highwind International dat is geregistreerd in de Maagdeneilanden.

Een minister, die niet met zijn naam in de krant wil, vertelt hoe president Kabila zijn kabinet niet raadpleegde over het uitgeven van deze concessies. „Er zijn te veel van dergelijke contracten. Ze werken verlammend”, kritiseert hij zijn baas.

Afpersing van hoog tot laag bepaalt de Congolese economie. Burgers en bedrijven worden geteisterd door parasitaire ambtenaren en honderden obscure belastingen. Congo’s economische systeem is, in de woorden van een bankier, „krankzinnig”. Maar het is niet nieuw: „Het ‘mobutisme’ is de enige filosofie die we kennen om dit land te besturen.”

Mobutu kocht met geld uit de mijnsector aanhankelijkheid van politici en zakenlieden. Hij stond aan de top van een piramide en onder hem kreeg iedereen zijn deel. Het parasitaire systeem werd gevoed door buitenlandse financiële hulp, tot begin jaren negentig, met het einde van de Koude Oorlog, het Westen Mobutu liet vallen. Hij begon daarna het staatsapparaat leeg te roven en staatsbedrijven uit te kleden. Het oerwoud slokte de laatste infrastructuur op.

Hoe kan een regering een gigantisch groot land bijeen houden, zonder effectief leger en met nauwelijks overheidsstructuren? „Met geld. Je distribueert geld”, zegt de bankier. „Kabila heeft het systeem van Mobutu geadopteerd.” Maar er is een verschil.

„Voor het eerst sinds lange tijd groeit de economie”, jubelt zakenman en minister Jose Endundu. „Mobutu had het vroeger alleen voor het zeggen. Nu voeren we hervormingen door en het IMF en Wereldbank erkennen die vooruitgang door ons geld te lenen. Als de bevolking ziet dat we scholen en wegen bouwen, begrijpt ze dat de staat niet meer roofzuchtig is.” Net als in Mobutu’s tijd ontvangen ambtenaren geen of bijna geen salaris. Zij halen hun inkomsten uit belastingen, waarvan er honderden soorten bestaan. Een ambtenaar in het oerwoud eist geld van bewoners die hun goederen van de ene kant van de rivier naar de andere brengen.

Het hoofd van het protocol in Kinshasa vraagt honderd dollar smeergeld aan journalisten voor het bijwonen van Congo’s gouden jubileum. En een politieagent klopt aan bij een rijke blanke om een speciale belasting voor papegaaien te innen.

Macro-economisch boekt het land vooruitgang: de inflatie is teruggebracht tot rond 10 procent. Vorig jaar was de groei door de internationale financiële crisis slechts 2,8 procent, dit jaar 5,4 procent. In tegenstelling tot Mobutu graait Kabila niet uit de kluis van de centrale bank. IMF en Wereldbank prijzen de hervormingen en scholden daarom het merendeel van de schulden kwijt.

Maar de groei heeft een dubieuze basis. „Dit land blijft het moeilijkste land ter wereld om zaken te doen. Veel van de toegenomen geldstroom komt op het conto van ambtenaren die investeerders faciliteren door handtekeningen te zetten en de weg te bereiden naar de overheid”, vertelt de bankier. „Het probleem is dat deze groei niet tot meer productie leidt. Daarvoor bestaan er nog talrijke belemmeringen voor de privésector. Een bedrijf dient driehonderd verschillende belastingen te betalen.”

Expositie in Groningen over de koloniale tijd van Congo: pagina 25