Een doktersreceptje doet hier wonderen

De kleinste staat ter wereld telt op dit moment slechts 826 inwoners en is voor zijn voortbestaan volledig afhankelijk van immigratie. Deze zomer reizen onze correspondenten langs een grens – een echte, een culturele, een historische of een denkbeeldige.

Niets baart opzien aan de achterkant van het Vaticaan. En dat bevalt de oude Luciana Palese. Ze is geboren en getogen met uitzicht op de eeuwenoude blinde muur die de kerkstaat scheidt van Rome. „Het is hier nog rustig”, zegt ze. „De koepel van de Sint Pieter beschermt me.”

Een rustige wandeling rondom het kleinste land ter wereld (0,44 vierkante kilometer) duurt nog geen drie kwartier. Aan de voorkant van de kerkstaat, op het Sint Pietersplein, omarmen de imposante colonnades van Bernini de bezoeker uitnodigend. Aan de achterkant zeggen de massieve Leonische muren „halt”. De toerist is welkom op het Sint Pietersplein, de gelovige gast in de basiliek, de kunstliefhebber in het museum. Maar verder is het Vaticaan een onneembare vesting, zo lijkt het.

Toch onderzoekt een duif achter het Vaticaan een klein gat in de muur waar onkruid uit groeit. Hij hoort als geen ander thuis in het rijk van de vertegenwoordiger van Christus op aarde. Bewakingscamera’s kijken van bovenaf toe. Beneden aan de voet van de soms wel vijftien meter hoge wal zijn de groenstroken verlaten. Op aangrenzende parkeerplaatsen zwerven sigarettenpeuken, lege flesjes. Ontelbare gebruikte papieren zakdoekjes liggen in de goot.

De muren rondom de Vaticaanse heuvel zijn tussen 848 en 849 gebouwd. Toen besloot paus Leo IV het graf van Petrus te beschermen tegen de invallen van de Saracenen, de moslims. De kerkelijke staat was ooit veel groter dan het Vaticaan en reikte in Centraal-Italië van de Thyreense tot de Adriatische zee. Vele koningen bedreigden dat rijk, maar het waren de Italianen die de paus in 1870 definitief terugdrongen tot achter de Leonische wal.

Paus Pius IX had zich twee maanden voor de aanval onfeilbaar laten verklaren tijdens het Eerste Vaticaans Concilie. Volgens sommige historici hoopte hij dat dit een afschrikkend effect zou hebben op de Italiaanse troepen. Maar op 20 september vielen de Italianen met 50.000 man binnen. De 15.000 pauselijke troepen, onder wie ruim 3.000 Nederlandse vrijwilligers, gaven zich over.

De Romeinen vierden feest. Eindelijk waren ze verlost van het autoritaire bewind dat weinig oog had voor de armen en de stad had verwaarloosd. Het jonge koninkrijk Italië kon de hoofdstad naar Rome verplaatsen en Pius IX trok zich terug achter de Leonische muren. Hij noemde zich vanaf dat moment „de gevangene van het Vaticaan”.

Woedend was hij en hij weigerde zijn nederlaag te accepteren. Hij verbood katholieken de jonge Italiaanse staat te erkennen. Een beslissing die volgens historici mede verklaart waarom de huidige Italiaanse instituties zo zwak zijn en de desinteresse voor de publieke zaak in Italië nog altijd zo groot is.

De Leonische muren werden pas zestig jaar later door Pius XI als grens van de kerkelijke staat erkend. In 1929 sloot hij met de fascistische dictator Benito Mussolino het Verdrag van Lateranen. Een vreemde staat zag het licht. Niet alleen de kleinste, maar ook de enige die voor zijn voortbestaan volledig afhankelijk is van immigratie van buitenaf. Kinderen worden er niet geboren. De Leonische muren zijn de scheidslijn tussen een democratie en een autocratie. De kleine stadsstaat met slechts 826 inwoners oefent nog altijd tot ver over de muren haar invloed uit op een miljard katholieken wereldwijd. Geen politicus in Italië die niet op het Vaticaan let als hij zijn stem uitbrengt.

Ook wandelend langs de muren blijkt dat de macht van het Vaticaan verder reikt dan het Leonisch bastion. „Vrijwel alles hier is van het Vaticaan”, zegt de oude Luciana Palese, wijzend op de vele kloosters die ze als buren heeft. Alleen al in Rome bezit Propaganda Fide, de missieorganisatie van de kerk, 2.500 appartementen. Het Vaticaan dicteert de bouwvoorschriften rond de muren. „We mogen niet hoger bouwen dan de Leonische muren, zodat niemand Vaticaanstad kan binnenkijken”, weet gitaarbouwer Bruno Carugno, de enige ambachtsman die nog niet is weggejaagd door souvenir-, kleding- en eettentjes.

Buiten de Porta Sant’Anna, een van de drie ingangen, struikelen toeristen over de verkopers van religieuze parafernalia, T-shirts en studenten die rondleidingen aanbieden. Maar ook aan de andere kant van de poort, binnen de muren, blijkt handel.

En daar ligt de bres in de muur. Wie Vaticaanstad niet alleen wil betreden via het Sint Pietersplein, de Sint Pieter en de Vaticaanse Musea, maar dieper wil doordringen, moet een receptje halen bij een Italiaanse dokter. Zwaaien met dat briefje voor de ogen van de Zwitserse Gardisten doet wonderen. Ineens wandel je door de straten van Vaticaanstad. Links zie je de Toren Nicolaas V waarin de beruchte bank van het Vaticaan zetelt, met afstand het grootste bewijs dat de handel niet bij de muren stopt. De rentes zijn hoog, de discretie is absoluut. De bank kan internationale operaties uitvoeren zonder dat iemand het weet. Dat maakte haar in het verleden aantrekkelijk voor maffiosi die zwart geld wilden verstoppen en zakenlieden die ongezien steekpenningen wilden uitkeren.

Iets verder rechts in de Via della Posta is een heuse supermarkt. Een pasje voor deze winkel geldt in Rome als een voorrecht. De 3.000 medewerkers van het Vaticaan hebben er een en lenen het als een gunst uit aan hun vrienden.

Niets onderscheidt de winkel van andere, alleen de prijzen. Op alcohol worden geen accijnzen geheven. Tv’s zijn goedkoop. „Het voordeel op andere producten is minder groot, maar de kwaliteit is altijd top”, zegt een man die buiten zijn kofferbak vol laadt en zo nog even langs de benzinepomp van het Vaticaan gaat, waar je voor de helft van de prijs kunt tanken.

Een Mariabeeld waakt over de ingang tot de apotheek. Het is er stampvol. Iedereen staat in de rij voor de vele geneesmiddelen die elders niet altijd even gemakkelijk verkrijgbaar zijn. Minstens zo veel aandacht trekt de uitgebreide cosmetica-afdeling. Alle grote merken zijn vertegenwoordigd. Een vrouw pakt een flesje Opium van Yves Saint Laurent uit de schappen. Ze scant het pakje bij een pc die midden in de winkel staat: 39 procent korting. Het Vaticaan biedt vele voordelen.