Donner en DNB houden terecht hun rug recht

De Nederlandsche Bank en minister Donner staan niet langer toe dat pensioenfondsen in nood de kosten en risico’s doorschuiven naar de toekomst.

Er is onvoldoende geld in de pensioenkassen om de beloofde aanspraken te garanderen. Die aanspraken zijn gebaseerd op een heleboel variabelen, zoals de ingelegde premie, de gemiddelde levensverwachting, het verwachte rendement en het te lopen risico. Al deze variabelen zijn de afgelopen jaren gewijzigd en/of verkeerd ingeschat. De ingelegde premie is jarenlang te laag geweest om de aanspraken te financieren. De gemiddelde levensverwachting is ook behoorlijk gestegen, waardoor gepensioneerden meer jaren pensioenuitkering krijgen dan waarvoor ze hebben betaald. De rendementen zijn een aantal jaar erg hoog geweest, en de meeste fondsen gokken er verder op dat dat zo blijft. Het beleggingsrisico is bovendien stelselmatig onderschat, waardoor te lage buffers zijn opgebouwd.

Het pensioenakkoord van de sociale partners is onvoldoende om te bewerkstelligen dat de huidige dertigers en veertigers nog iets terug gaan zien van hun ingelegde pensioenpremies. De meest opvallende zaken in het pensioenakkoord zijn een uitspraak over de AOW-leeftijd – waar de sociale partners niet over gaan – en de afspraak dat de premie niet verder omhoog kan. Ondertussen worden er nog steeds harde beloften gedaan aan deelnemers. Maar harde beloften bij een vaste premie zijn onmogelijk en maken van het pensioenstelsel een piramidespel: wie het eerst komt het eerst maalt. Tot er niets meer te malen valt. Het is dus terecht dat DNB en minister Donner hun rug recht houden en hier een stokje voor steken.

Martin Pikaart

Voorzitter Alternatief voor Vakbond