Dissidente geluiden in ochtend en nacht

‘In het algemeen is het zo dat vrijwel iedereen vrijwel altijd ongelijk heeft”, stelde historicus Maarten van Rossem gisteren in de eerste aflevering van het programma Geschiedenisgasten. Dat wordt deze week dagelijks door de VPRO uitgezonden, ’s morgens om negen uur op Nederland 2 en ’s avonds op het digitale themakanaal Geschiedenis 24.

Dissidente geluiden hoor je steeds minder vaak op primetime. Die constatering past ook in het bekende betoog van Van Rossem: „Televisielogica en populistische logica zijn twee parallelle sporen. Veel politici doen aan een vorm van theater. En televisie leent zich bij uitstek voor simpel theater.”

In een klein uur liet Van Rossem fragmenten zien uit de geschiedenis van het Nederlandse populisme, van de in de gemeenteraad van Amsterdam gekozen zwerver Hadjememaar (1921) via Mussert, Koekoek en Janmaat naar Fortuyn, Verdonk en Wilders. Uitdrukkelijk rekende hij D66 en de SP ook tot de partijen die appelleren aan de wil van het volk en een einde willen maken aan het gekissebis van andere politici.

Het gastcollege is een aardige formule, niet in de laatste plaats door de terughoudende interviewtechniek van historisch journalist Marnix Koolhaas, meer een moderator dan een presentator.

Jammer is alleen dat het programma natuurlijk niets mocht kosten, en vormgeving en belichting er dus beroerd uitzien.

In dat opzicht is Geschiedenisgasten het tegendeel van een ander prikkelend alternatief voor de verdwenen zender Het Gesprek, ook aan de rand van de programmering van de publieke omroep. Zes maandagen begon bij de Boeddhistische Omroep (BOS) na middernacht Ongehoord, bespiegelingen over muziek, een reeks gesprekken met Chris Keulemans. Gisteren was de laatste, met regisseur Frank Scheffer, die films maakte over en met vrijwel alle grote componisten van de tweede helft van de twintigste eeuw.

De door Marjoleine Boonstra extreem close gekaderde conversaties ogen wel fraai en de zorg spreekt uit elk shot. Daarentegen was de inhoud niet altijd even goed te volgen, althans in de afleveringen die ik zag, met Scheffer, rapper Blaxtar en zanger/componist Spinvis.

Dat heeft te maken met de door de BOS uiteraard gezochte relatie tot spiritualiteit of nog liever, zoals bij Scheffer, affiniteit met het boeddhistische gedachtengoed.

Toch bleef ik telkens geboeid kijken en luisteren, vooral wegens de moedige poging om op een abstracte manier over muziek te praten. Het moet te maken hebben met wat Scheffer tot twee keer toe zei over zijn eerste kennismaking met de muziek van Varèse: „Ik begreep daar niets van, maar iets raakte me.”