De patiënt die voor straf zijn uitkering verloor

Mag een gemeente de uitkering van een ‘psychiatrisch beperkte’ burger intrekken?

De Zaak. Een inwoner van Haarlem verliest zijn bijstandsuitkering en komt in ernstige financiële moeilijkheden. Huisuitzetting dreigt.

Hoe kon het zo ver komen? De gemeente besloot zijn uitkering een half jaar lang met 100 procent te verlagen omdat de man niet verscheen op afspraken met werkbemiddelaars, casemanagers of bedrijfsartsen. Hij werkte onvoldoende mee aan een ‘voorziening gericht op arbeidsinschakeling’. Zijn uitkering werd al eens twee maanden gehalveerd. „Niet gemotiveerd voor werk”, oordeelde de gemeente. Als de man medische problemen heeft, zoals hij zegt, moet hij dat maar aantonen.

Wat voert de man aan ter verdediging? Er is geen sprake van onwil, vertelt hij, maar van onmacht. Hij heeft medische klachten en psychische beperkingen. De gemeente wil daar niet naar luisteren. Om de rechter te overtuigen, heeft hij een psychiatrisch onderzoek ondergaan. Er zouden diverse aanwijzingen zijn voor psychiatrische problemen. „Hij overziet de consequenties niet van wat er met hem aan het gebeuren is en is in feite ontoerekeningsvatbaar.” De gevolgen van de maatregel zijn voor hem disproportioneel en een inbreuk op zijn burgerrechten. De man is een ex-asielzoeker uit Afghanistan met de Nederlandse nationaliteit. Zijn vrouw en drie kinderen leven in Pakistan. Hij werkte van 1996 tot 2002 en kwam via een WW-uitkering in 2004 in de bijstand.

Wat is de rechtsvraag? Heeft de gemeente zorgvuldig gehandeld? Woog zijn medische toestand mee bij de strafkortingen? Was de gemeente ervan op de hoogte? Is er nagedacht over de gevolgen? Mag een overheid een burger in deze omstandigheden dit inkomensverlies aandoen?

Wat zegt de rechter? Er zijn over deze kwestie twee rechterlijke uitspraken bekend. Eén uit 2008, als de man drie maanden zonder inkomsten is. En één van deze maand. Een half jaar geen uitkering voor zo iemand accepteerde de eerste rechter niet. Op grond van het psychiatrisch rapport betwijfelde de rechter of zijn gedrag de man wel kan worden verweten. De gemeente had dat ook zelf moeten uitzoeken en mee moeten wegen. Na drie maanden schorst de rechter de strafmaatregel en beveelt de gemeente weer te betalen.

Deze maand oordeelde de bestuursrechter dat de man ook zijn proceskosten vergoed moet krijgen en zijn immateriële schade. De gemeente maakte namelijk ernstig inbreuk op een burgerrecht: het recht op een privéleven. Dat recht (artikel 8 EVRM) „omvat mede de fysieke en psychische integriteit van die persoon”. Een gemeente mag dus psychisch zieke burgers financieel niet zo straffen dat ze hun huis dreigen kwijt te raken. Ze moet 500 euro immateriële schadevergoeding betalen.

Folkert Jensma

Reageer via nrc.nl/rechtenbestuur