De appelmoes heeft zijn arbeidsconflict

In een uithoek van Amerika woedt een staking bij een appelmoesfabriek: een klein arbeidsconflict dat is uitgegroeid tot symbool in een land waar werknemers zich gedeisd houden.

Vakbondsleider Michael Leberth protesteert bij de appelmoesfabriek Mott's in Williamson, in de Amerikaanse staat New York. Foto James Rajotte / New York Times Local 220 Union president Michael LeBerth carries a picket sign while on strike against a $1.50-an-hour proposed wage cut at Mott's Apple Juice in Williamson, N.Y. on July 22, 2010. Local and state governments, as well as some companies, are resorting to wage reductions, often as an effort to avoid layoffs. (James Rajotte/The New York Times) JAMES RAJOTTE / New York Times

Eerst werd beslist dat er niet langer hotdogs verstrekt zouden worden als de productiedoelen gehaald waren. Daarna besloot het bedrijf niet meer bij wijze van uniform per jaar tien overhemden met het bedrijfslogo te verstrekken, maar vijf T-shirts. Toen ook nog de jaarlijkse picknick voor de kinderen van de werknemers werd afgeschaft, was de maat vol. De werknemers van een Amerikaanse appelmoesfabriek besloten tot een zeldzaam geworden ingreep in deze economisch zware tijden: ze legden het werk neer.

Nu, 93 dagen later, staken de driehonderd Amerikanen nog steeds en is de actie uitgegroeid tot het meest gevolgde arbeidsconflict van het land. De staking bij de appelmoesfabriek in Williamson, New York, een plattelandsgebied aan de grens met Canada heeft een voorbeeldfunctie gekregen. En de gevolgen, vrezen vriend en vijand, zullen overal gevoeld worden.

Het verrassende aan deze werkonderbreking is niet alleen de duur ervan – aanhoudende stakingen zijn een rariteit in de VS. Wat pas echt intrigeert is dat de economische noodzaak van de ingrepen niet voor iedereen vanzelf spreekt.

De fabriek draait namelijk prima. De vestiging is lucratief, ook volgens moederbedrijf Dr Pepper Snapple. Het bedrijf haalt recordwinsten en de topman kreeg vorig jaar een miljoenenbonus.

„Als dit bedrijf wegkomt met deze ingrepen bij een goedlopende fabriek”, zegt vakbondsleider Mike Leberth, uitkijkend op de lichtbruine fabriekshallen, „wat staat werknemers dan te wachten bij bedrijven die het minder goed doen?”

Sinds het begin van de staking houden de stakers de klok rond de wacht bij het fabrieksterrein. Ze draaien diensten, lopen rondjes, slapen in een koepeltentje in de berm. Ze blazen de metershoge rat nog eens op en vervelen zich vooral. „Ik voel me vaak alleen”, geeft Leberth, die zelf ook in de fabriek werkt, dan toe. „Ik sta daar wel, en de gemeenschap zegt ons te steunen. Maar het zijn lange uren, lange dagen, lange nachten. Ellendig allemaal.”

Terwijl de vakbond de arbeidsvoorwaarden beschouwt als kern van het conflict, gaat het volgens het bedrijf over de uurlonen. Die zouden de helft hoger liggen dan het gemiddelde voor de werknemers in deze economisch stevig getroffen regio in het noordoosten van het land. Zelfs over welke cijfers de juiste zijn kunnen het bedrijf en de vakbond het niet eens worden. Volgens Dr Pepper Snapple verdient een fabrieksarbeider hier 15,09 dollar per uur; volgens vakbond United Food and Commercial Workers Union krijgen werknemers in de voedselsector juist 25,25 dollar per uur. Het huidige gemiddelde uurloon ligt er tussenin. De staking lokt allerlei reacties uit. Vakbondsleden in andere staten houden protestacties, lokale politici bemoeien zich er tegenaan, de openbaar aanklager namens de staat is komen kijken, Congresleden in Washington roepen het bedrijf tevergeefs op weer te gaan onderhandelen.

Terwijl de vakbond nu mankrachten uit het hele land in Williamson stationeert, voert het bedrijf op geheel eigen wijze de druk op. Lokale pizzeria’s die aan de vakbondslieden leveren, horen in de toekomst niet meer welkom te zijn bij de fabriek. Tijdens de recessie ontslagen werknemers zijn weer ingehuurd om de fabriek draaiende te houden. Zij worden aangevuld met werknemers uit andere fabrieken van het moederbedrijf en werklozen uit andere regio’s, die dag en nacht met busjes worden aan- en afgevoerd.

’s Ochtends om kwart over vijf komt er weer een lading nieuwe werknemers aan. Een tiental vakbondslieden met snorren, sportschoenen en overgewicht staat dan al zeven uur op wacht.

Vervolg Appelmoes: pagina 13

De macht van vakbonden in de VS blijft afkalven

De mannen op leeftijd – het aantal dienstjaren is hun grootste bezit – zijn baldadig geworden van de koffie, de koude pizza en van het instemmende getoeter van langsrijdende auto’s, dat ook ’s nachts aanhoudt. Toet. Toet. Toeoeoeoeoet klinkt het telkens.

Met een megafoon wordt richting de parkeerplaats geschreeuwd. Dat is de eerste stap in het beledigingsproces. „Scabs”, roepen ze, de vakbondsterm voor afvalligen. Scab is, letterlijk vertaald, schurft. „Verraders”, „rukkers”. Maar de gemobiliseerde werknemers zouden vooral „losers” zijn en de stakers vormen met hun duim en wijsvinger de letter L.

Ondanks de vakbondsborden die om ,,respect” vragen wordt de toon snel venijniger. Er volgen seksuele toespelingen op wat de mannen met elkaar in de busjes zouden doen, iemand wordt aangeraden zijn mond af te vegen en moeders, zussen en zelfs tantes passeren de revue.

Van een derde beledigingsthema kunnen de stakers geen genoeg krijgen: de doorwerkers zouden islamitisch zijn, of terrorist. „Heb je Allah wel geëerd vanochtend?” En: „Heet je Ahmed ofzo?” Tot slot: „Als je naar binnen gaat kun je net zo goed een bom aan je gordel hangen.” Een reactie blijft uit.

Beide kampen hebben zich ingegraven, zowel in de weigering opnieuw te onderhandelen als in de wijze van actievoeren. De vakbond huurt een huis aan de overkant van de snelweg, bij wijze van uitvalsbasis, het bedrijf heeft vrachtwagens en stapels pallets aan de randen van het terrein geplaatst om de stakers het zicht enigszins te ontnemen. Voor buitenrokers zijn schermen geplaatst.

Ondanks een Democratische president blijft de macht van vakbonden in de Verenigde Staten afkalven. De aanhoudende economische malaise en de angst voor het bedrijfsleven helpt daarbij niet. Niemand lijkt het aantal kleinere stakingen bij te houden, maar vorig jaar waren er slechts vijf werkonderbrekingen in heel Amerika waarbij meer dan duizend werknemers betrokken waren. Nooit eerder sinds het ministerie van Arbeid na de Tweede Wereldoorlog een overzicht begon bij te houden was dit aantal zo laag.

Een federale rechter moet nu op verzoek van de vakbond beslissen over de rechtmatigheid van het arbeidscontract; tot dan kunnen de stakers niet ontslagen worden. Niemand weet wanneer de uitspraak is. Vakbonden in het hele land houden de zaak scherp in de gaten, want als de werknemers van de appelmoesfabriek in Williamson het geschil verliezen, kunnen andere Amerikaanse werkgevers zich gesterkt zien om ook arbeidsconcessies te eisen.

Het is licht geworden, een nieuwe ploeg stakers komt alweer aanlopen en de teller op een bord wordt aangepast: „One day longer”, staat er, „another day stronger.” Werknemer Kent Know gaat nu slapen maar verheugt zich alweer op een nieuwe schreeuw- en scheldsessie. „Hell yeah, ik zou dit voor geen goud willen missen”, zegt hij ironisch terwijl hij de snelweg oversteekt, terug naar het vakbondshuis. „Dit zouden we vaker moeten doen.”