Cultuur, of toch gewoon DNA

De ene groep chimpansees gedraagt zich anders dan de andere. Dat zou cultureel bepaald zijn.

Nu blijkt dat ook genetische verschillen een rol spelen.

De chimpansees uit het Tai-bosgebied in Ivoorkust gebruiken grote bladeren om comfortabel op te zitten. Dat doen chimps uit het nationaal park Gombe in Tanzania nooit. Bladeren dienen in Gombe wel als washandje, waarmee chimps zichzelf schoonvegen. En deze apen halen mieren uit gaatjes met een takje – iets wat je hun soortgenoten uit het Kibale-woud in Oeganda nooit ziet doen.

Dit is chimpanseecultuur, concludeerden primatologen elf jaar geleden in een invloedrijk artikel in Nature. Voor het eerst was er een ‘etnografische’, systematische beschrijving van het gedrag van verschillende groepen dieren. Cultures in chimpanzees, luidde het stuk uit 1999.

Maar vorige week erkende een deel van die auteurs – onder wie de bekende primatoloog Richard Wrangham – dat ze voor het bestaan van die culturen eigenlijk geen bewijs hebben. De apengroepen in Afrika die verschillend gedrag vertonen, blijken ook tamelijk verschillend DNA te bezitten. En dus kunnen die variabele gedragspatronen ook een erfelijke, genetische basis hebben, schreven zij woensdag in Proceedings of the Royal Society B (online).

Let wel: ze beweren niet dat er géén chimpanseecultuur bestaat en dat apen in plaats daarvan washandjesgenen hebben. Maar het artikel wijst wel met kracht op een discussie die al jaren sluimert in de gedragsbiologie. Terwijl biologen steeds vaker culturen aanwijzen bij apen, bij walvissen, bij kraaien, zeggen de critici: bewijs eerst maar dat er niks anders aan de hand is.

Een belangrijke vertegenwoordiger van die critici is bioloog Kevin Laland van de Schotse Universiteit van St Andrews, hoogleraar in ‘sociaal leergedrag’ bij dieren. „Het onderzoeksgebied gaat een spannende fase in”, reageert hij enthousiast. „Dit is een uitstekende studie.” Iedereen zat te wachten tot deze analyse eindelijk gedaan werd, vindt hij. „Hopelijk betekent dit het einde van de etnografische methode.”

Die etnografische methode was in 1999 vernieuwend. Eerder hadden chimpanseeonderzoekers wel beschrijvingen gemaakt van het gedrag dat de apen in ‘hun’ groep vertoonden. Jane Goodall deed dat in Tanzania, Richard Wrangham in Oeganda, enzovoort. In Nature legden die primatologen toen hun gegevens, van zeven apengroepen, naast elkaar.

Ze bepaalden welk gedrag overal voorkwam: alle chimps bleken sponzen van bladeren te maken, dus dat viel af als cultureel verschijnsel. Dan was er gedrag dat slechts sommige groepen kónden vertonen, door hun leefmilieu: chimps scheppen alleen algen uit het water als er algen voorhanden zijn. Zo wegstrepend bleven er 39 culturele verschillen over. Andere gedragsbiologen namen die methode over en beschreven zo ook cultuur bij andere apensoorten en bij dolfijnen en orka’s.

Carel van Schaik, een Nederlandse primatoloog die in Zwitserland werkt, beschreef zo cultuur bij orang-oetans. Ook dat was een opvallende studie, die in 2003 in Science verscheen. Hij ziet in de heranalyse van Wrangham níét het eind van de etnografische methode. „Het betekent wel dat ik, wanneer ik verschillen in gedrag zie tussen orang-oetans op Borneo en op Sumatra, er rekening mee moet houden dat een deel ervan genetisch bepaald is.” Maar in ons onderzoek, zegt hij, vertoonden groepen orang-oetans verschillend gedrag, ook als ze genetisch op elkaar leken. „Dat wijst op cultuurverschillen. Daar twijfelt trouwens niemand aan, ook niet bij chimpansees.” De bewijzen komen van experimenteel onderzoek en waarnemingen, zegt hij.

Illustratief is een experiment van onder anderen Frans de Waal uit 2005. Daarin leerden de onderzoekers aan twee chimps, elk van een andere groep, een eigen methode om dezelfde kauwgomballenautomaat te bedienen. Van Schaik: „Andere groepsleden keken die methode af, en ze bleven vervolgens ook hun eigen manier gebruiken. Ook als ze daarna methode B ontdekten.”

„Dit zijn zulke intelligente, sociale dieren”, zegt Van Schaik. „Als ík verschillen in gedrag zie, ga ik er nog steeds vanuit dat ze cultureel zijn.” Kevin Laland is voorzichtiger. Hij wees al vaak op de beperkingen van vergelijkingen tússen groepen dieren en vindt dat de onderzoekers nieuwe methoden moeten gebruiken om gedrag bínnen een groep te beschrijven, zoals netwerkanalyse. „Dat er chimpanseecultuur bestaat, is zeer waarschijnlijk. Maar het absolute bewijs is nooit geleverd.”