Cruciale Eerste Kamer

Het kabinet van VVD en CDA, dat op gedoogsteun mikt van de PVV, is er nog niet, maar stuit op voorhand op grote scepsis in de Eerste Kamer. Dat is een probleem voor beoogd premier Rutte c.s., want de twee fracties beschikken in de senaat slechts over 35 van de 75 zetels en de PVV is er nog helemaal niet in vertegenwoordigd. De halve deelname van deze partij aan het nieuwe kabinet en de gevolgen die dat voor het beleid zal hebben, roepen bij de meeste overige fracties veel weerstand op. Het is maar de vraag, zo bleek gisteren uit een artikel in deze krant, of de begrotingen en de begrotingswijzigingen die het kabinet zal voorstellen, wel door de Eerste Kamer worden aanvaard. Daarmee boet het aanmerkelijk aan slagvaardigheid in.

Ten gevolge van de gecompliceerde verkiezingsuitslag geldt dit overigens niet alleen voor een coalitie van VVD en CDA. Ook Paars Plus (VVD, PvdA, D66 en GroenLinks) komt met 34 zetels niet aan een meerderheid in de Eerste Kamer. Alleen de middenvariant (VVD, PvdA, CDA) en de weinig waarschijnlijke coalitie van ‘links’ met het CDA zouden getalsmatig op voldoende steun kunnen rekenen.

Het probleem voor VVD en CDA kan van tijdelijke duur zijn als de verkiezingen voor de Provinciale Staten (maart 2011) en de aansluitende verkiezingen voor de Eerste Kamer (mei 2011) de PVV voldoende zetels opleveren om de coalitie alsnog aan een meerderheid te helpen. Maar dat hangt ook af van het resultaat dat CDA en VVD, electorale concurrenten van de PVV, dan boeken.

De gevreesde patstelling zal de discussie over rol en functie van de Eerste Kamer weer eens doen oplaaien. Die is niet van ironie gespeend. Wanneer partijen als D66, PvdA en GroenLinks zich vroeger uitspraken voor opheffing van de Eerste Kamer, keerden CDA en VVD zich daar juist tegen. En de partij die er straks zetels moet zien te veroveren, de PVV, pleitte in haar verkiezingsprogramma voor afschaffing van de Eerste Kamer, omdat dit deel van het parlement „in de negentiende eeuw zijn nut had, maar nu niet meer”.

Dit ‘nutteloze’ instituut neemt evenwel in de huidige politieke constellatie een cruciale positie in. Feit is dat in de opdracht van de koningin aan informateur Opstelten staat dat hij onderzoek moet doen naar „een stabiel kabinet [...] dat kan rekenen op een vruchtbare samenwerking met de Staten-Generaal”. Met beide Kamers dus. Wellicht onder het motto ‘alles op zijn tijd’ heeft de informateur nog niet formeel met de senatoren gesproken, maar hij zal de politieke verhoudingen in de Eerste Kamer niet kunnen negeren.

Staatsrechtsgeleerden kunnen veel interessante woorden wijden aan de Eerste Kamer die chambre de réflexion zou zijn. Omdat de Eerste Kamer indirect, door de Provinciale Statenleden, wordt gekozen, is er ook veel voor te zeggen dat de senaat zich terughoudend opstelt als in de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer de wil van de meerderheid van het volk tot uitdrukking is gebracht. Maar de realiteit is dat de Eerste Kamer zo politiek opereert als zij zelf verkiest te doen.