Adembenemend en niet te vatten

Een hit heeft ze nog niet, lovende kritieken des te meer. De 24-jarige Janelle Monaé met haar hoog opgedraaide kuif is zo’n artiest die de potentie heeft om een grote te worden.

Is het ontstaan van een superster te voorspellen? Dat zou mooi zijn, maar het omgekeerde is eerder waar. Popsterren komen meestal ‘uit het niets’ en muzikanten die over de uitstraling, de houding en de muziek beschikken om eeuwige roem te verwerven, verdwijnen in de vergetelheid. Rechtvaardigheid bestaat niet in de muziekwereld.

Anders zou de naam Janelle Monaé al op ieders lippen liggen. De 24-jarige Monaé uit Kansas City is zo’n artiest die de ambitie en de potentie heeft om een grote te worden. Een hit heeft ze nog niet, lovende kritieken des te meer.

Haar fascinerende ep Metropolis: The Chase Suite gaf in 2008 een indruk van haar verbluffende talent. Het leidde tot een lange rij bijnamen en vergelijkingen om haar ongrijpbare, eigenzinnige muziek en persoonlijkheid te karakteriseren (vrouwelijke Outkast, SciFi Beyoncé, nieuwe Grace Jones, Bowie, Prince, Lady Gaga; alle genderbending idolen).

Ook haar aankleding is klaar voor succes. Zie haar stijlvolle video’s, waarin ze haar ‘uniform’ draagt: zwart pak, witte blouse, rijschoenen of -laarzen – een outfit die de kleine zangeres bekroont met het accessoire dat haar direct herkenbaar maakt: een hoog opgedraaide kuif.

De kern van Monaé is theater. Daaruit ontspringt haar liefde voor musical, vermommingen en verhalen. Haar eerste volwaardige cd, The ArchAndroid, eerder deze zomer uitgekomen, is dan ook een vervolgdeel in een concept, geïnspireerd door de Metropolis van Fritz Lang. Het is een fantasie over het jaar 2719, met Monaé in de rol van de buitenaardse Cindi Mayweather, die de verloederde aarde komt redden. „I’m an alien from outer space,” zong ze op Metropolis. „I’m a cybergirl without a face, a heart or a mind, I’m a space girl without a race.”

In een tijd dat velen bij voorkeur losse nummers downloaden, ziet Monaé het conceptalbum als zinvol alternatief voor zomaar een greep liedjes op een cd. Niettemin zijn op haar nieuwe cd, opgebouwd uit twee suites, de sciencefiction en robotverhalen naar de achtergrond gedrongen. Gebleven is de spannende mengeling van opgevoerde soul, filmmuziek, gierende gitaren, smachtende violen, kreunend koper en vrolijke koortjes.

De arrangementen zijn vol en het liefst laat Monaé een liedje vaak van karakter veranderen. Deze zeventig minuten durende trip is één groot ongewis avontuur.

Op het eerste deel van het album staan de up-temposongs, zoals het gejaagde Dance or Die, de meezinger Locked Inside en de single Tightrope, feestfunk met raps van Big Boi (de helft van Outkast). Haar stem draait mee met de kolk van gemengde genres: ze rapt, vertelt, zingt even strijdbaar als feeëriek (op Sir Greendown) en zet een scheur op alsof ze op Broadway staat. Op Oh, maker laat ze horen ook een keurig folkmeisje te kunnen zijn.

Als zwarte zangeres wordt ze ook vaak voor r&b aangezien, maar geen moment benadert ze de fondanten krolsheid van dat genre. Daar is haar muziek te complex, hoekig en gelaagd voor. Bij eerste beluistering is The ArchAndroid niet te vatten, zoveel stemmingswisselingen zijn er en zo weinig luisteren de liedjes naar de wetten van harmonie in de popmuziek. Aan direct herkenbare melodieën lijkt Monaé geen boodschap te hebben, ze geeft om ritme en sfeer.

Dat ritme gaat in het tweede deel van het album, vanaf het ‘intro’ Suite III Overture, flink omlaag en dan wordt de sfeer psychedelisch, met stemvervormingen en vervreemdende instrumentaties. Het slot van dit album is een adembenemende acht minuten durende soundtrack van een nog te maken film, Babopbye Ya, met Monaé onder meer in de rol van Shirley Bassey.

Voor de zomerfestivals kwam haar cd te laat, maar het eerstkomende optreden in Nederland is al uitverkocht. Het kan een begin zijn van een omarming door het grote publiek. Dit meesterwerk verdient het.

Janelle Monaé: The ArchAndroid. Concert 4 september Paradiso, Amsterdam