33 man, 700 meter onder de grond, 3 maanden lang

33 mijnwerkers in Chili zitten al bijna drie weken onder de grond.

Door de instabiliteit van de mijn kan het maanden duren voor ze gered zijn.

Er was weinig hoop meer. Tot reddingswerkers na tweeënhalve week plotseling geklop hoorden. Op de boor waarmee ze naar leven aan het zoeken waren.

Om er zeker van te zijn dat het geen vallende stenen in de boorschacht waren, klopten ze terug. En het geklop werd beantwoord, vanuit een broeierige schuilkelder op 688 meter onder de San José-mijn in Chili.

Op 5 augustus stortte de mijn in. Negentien dagen later zijn alle 33 mijnwerkers, 32 Chilenen en een Boliviaan, nog in leven. Ze stuurden afgelopen zondag twee briefjes met de boor mee omhoog. Een cameraatje dat omlaag werd gelaten registreerde hen als schimmen in de onderwereld.

Mijnongelukken komen niet vaak voor in Chili, de grootste koperproducent ter wereld. De controle is met de jaren strenger geworden, al vielen er in 2008 bij incidenten in totaal nog 48 doden, volgens officiële cijfers. Het zijn vooral de tientallen particuliere, verouderde mijnbedrijfjes waar kompels hun leven wagen voor een vast inkomen.

Zo’n mijn lijkt de San José-mijn van het bedrijf San Esteban Primera, verklaarde Felix Medina van de lokale mijnwerkersbond tegen het Britse persbureau Reuters. De laat negentiende eeuwse koper- en goudmijn, op ongeveer 45 kilometer van de stad Copiapó, telt circa 150 medewerkers. Bij ongelukken in en rondom de mijn vielen de afgelopen jaren zestien doden. De mijn werd in 2005 gesloten wegens veiligheidsrisico’s. In 2007 werd San José weer heropend. Maar blijkbaar was hij nog niet veilig genoeg. Datzelfde jaar kwamen er drie kompels om bij een explosie.

Op 5 augustus stortte de naar beneden zigzaggende mijngang in. De 33 mijnwerkers bevonden zich op dat moment zeven kilometer ver in de mijn, op een diepte van ongeveer 700 meter. Hun geluk was dat ze een schuilkelder hebben weten te bereiken, want de San José-mijn heeft geen nooduitgangen.

Die zaterdag hadden de reddingswerkers een eerste grote tegenslag. Drie teams probeerden via een ventilatieschacht af te dalen toen deze instortte. De vrees was dat als de mijnwerkers nog leefden hun luchtweg was afgesneden – of dat ze alsnog waren verpletterd onder stenen.

Maar de schuilkelder heeft eigen ventilatiekanalen en naar verluidt extra zuurstof. De mannen beschikten over watertanks en over koelwater van boorapparatuur. En ze groeven met dieplepels (graafmachines) naar grondwater. Ze gebruikten batterijen uit een truck in de mijn voor de lampen in de schuilkelder en om hun helmverlichting op te laden.

Er was alleen weinig eten – hooguit genoeg voor twee dagen. De mannen zijn mogelijk acht tot tien kilo afgevallen. En het is heet en vochtig daar beneden, ongeveer 33 graden. De mijnwerkers op de videobeelden hadden een ontbloot bovenlijf. Ze verblijven met 33 man in een kale ruimte van circa vijftig vierkante meter met twee houten banken. Waar ze hun ontlasting laten, is onbekend.

Helemaal opgesloten zitten de mannen daar waarschijnlijk niet. De boor die hen uiteindelijk heeft bereikt, kwam uit in een tunnel op twintig meter afstand van de kelder, hebben ze reddingswerkers laten weten. Al zal het betreden van de instabiele mijngangen levensgevaarlijk zijn.

Zeven keer eerder mislukte het boren. De reddingswerkers klaagden dat de kaarten van het kleine mijnbedrijf niet klopten.

Verder stuitte een boor vorig weekend op 540 meter diepte op een enorm, wankel blok steen, waarschijnlijk het blok dat de instorting op 5 augustus heeft veroorzaakt, aldus experts in The Santiago Times. Om het instortinggevaar te verkleinen, moest er via andere routes worden geboord.

Door de schacht van circa vijftien centimeter breed laten hulpverleners nu capsules zakken met voedingsmiddelen, medicijnen en communicatieapparatuur. Het boorgat van 688 meter diep is gecoat met een gel om instorting te voorkomen. Voor het geval dat wel mocht gebeuren, worden twee extra gaten geboord.

Om de mannen zelf één voor één naar boven te kunnen halen, moet een schacht van bijna zeventig centimeter in doorsnee worden gemaakt. Dit precisiewerk in instabiele grond kan volgens deskundigen drie tot vier lange, benauwde maanden duren.

Bekijk beelden van de mijnwerkers via nrc.nl/buitenland