Zorgen over pensioen

Veertien van de circa zeshonderd pensioenfondsen die er in Nederland zijn, moeten van minister Donner (Sociale Zaken, CDA) nadenken over een mogelijke verlaging van de pensioenen die ze volgend jaar zouden moeten doorvoeren. Deze mededeling heeft voor onrust onder gepensioneerden gezorgd. Meer dan nodig, doordat niet volledig is bekendgemaakt om welke pensioenfondsen het gaat.

Negen fondsen hebben uit eigen beweging hun deelnemers laten weten dat zij in de gevarenzone zitten. Het zou verstandig zijn als ook de andere vijf deze stap zetten. Ook als ze nog niet hebben besloten tot verlaging van de pensioenen over te gaan en nog nadenken over andere maatregelen.

Alleen de pensioenfondsen zelf kunnen opening van zaken geven. Toezichthouder De Nederlandsche bank (DNB) kent de namen, maar heeft op wettelijke gronden geheimhoudingsplicht. Zelfs de minister zegt zelf niet te weten om welke fondsen het gaat. Terwijl hij wel via een brief aan de Tweede Kamer en een persbericht de onheilstijding naar buiten bracht. Dat heeft vorige week een op zijn minst onbevredigende communicatie tot gevolg gehad, met voor een deel onnodige zorgen onder gepensioneerden. Alle betrokkenen – de minister, DNB, de pensioenfondsen – doen er goed aan hun afspraken hierover beter te regelen.

De aankondiging van Donner heeft er ook toe geleid dat een deel van de Tweede Kamer morgen het zomerreces onderbreekt voor een spoedvergadering. De SP zal er daarin op aandringen dat de Staat zonodig met een lening bijspringt om de pensioenen op peil te houden, terwijl GroenLinks zal voorstellen om een garantieregeling voor pensioenen tot 15.000 euro in te voeren.

Dergelijke plannen klinken sympathiek, maar de rol van de overheid bij de pensioenregelingen is terecht beperkt, zoals zij zich in principe ook buiten de loonontwikkeling in de bedrijven hoort te houden, tenzij het algemene economische belang politieke bemoeienis vergt. De vergelijking dat de overheid toch ook enkele banken ten tijde van de financiële crisis heeft gered, gaat niet op. Die steun was er wegens de onmisbaarheid van de banken als kredietleveranciers bij het draaiend houden van de nationale economie.

Dat sommige pensioenfondsen geld tekortkomen, is geen reden de belastingbetaler te laten opdraaien voor de strop die dat een aantal gepensioneerden oplevert. Zij moeten bij hun fonds zelf zijn. Hun invloed kan straks gelukkig groter worden nu de Tweede Kamer deze zomer een initiatiefwetsvoorstel van D66 en VVD heeft aangenomen. Gepensioneerden krijgen hiermee recht op vertegenwoordiging in de besturen van de pensioenfondsen. Mits de Eerste Kamer er ook mee instemt. En daar ziet het nu nog niet naar uit, omdat de partijen die in de Tweede Kamer tegen het voorstel stemden (PvdA, CDA en ChristenUnie) in de senaat nog over een meerderheid beschikken. Hopelijk zien deze fracties in de huidige onrust onder de gepensioneerden een goede aanleiding om op dat standpunt terug te komen.